Biografisch fiasco

Van de schrijfster A.H. (Netty) Nijhoff (1897-1971) zal een enkeling wellicht weten dat zij jarenlang de echtgenote was van de dichter Martinus Nijhoff. Of misschien kent men haar vrijmoedige debuut Twee meisjes en ik uit 1931. Maar daarmee houdt het op. Er zijn meer moeilijkheden voor toekomstige biografen. Ten eerste de gewoonte van zoon Faan, overgenomen van vader Martinus, om zoveel mogelijk persoonlijke sporen uit te wissen. Verder is er Netty's ambulante bestaan, dat haar half Europa doorvoerde. Zo dreef ze in Italië met haar vriendin Maria Tesi een pension.

Je zou dus kunnen betogen dat het van lef getuigt om je op het leven van A.H. Nijhoff te storten, zoals Marja Pruis gedaan heeft. Al enige jaren houdt zij zich met haar bezig. Pruis publiceerde een biografische schets van de schrijfster en wijdde een aantal artikelen aan haar. Van nog meer lef getuigt Pruis' volgende stap. Toen zij merkte dat de biografie er niet zou komen, besloot zij haar zoektocht tot onderwerp van het boek te maken. Met De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk wordt ons het toetje als hoofdgerecht opgediend. Het boekje is een soort The making of... met dit verschil dat er niets gemaakt is.

Pruis presenteert haar werk als een persoonlijke queeste naar Nijhoffs leven. Zij wordt in haar zoektocht – hoe kan het anders – voortdurend gedwarsboomd door demente bejaarden en onwillige kennissen, nabestaanden, of schatbewaarders. En dus wil het met de biografie maar niet lukken. Het relaas van Pruis is soms niet onsympathiek, niet zonder zelfspot ook. Maar veel levert het niet op, en het lukt haar slecht haar afgunst te verbergen jegens degene die er wel in slaagde iets substantieels over de Nijhoffs te publiceren. Dat is Andreas Oosthoek, zaakwaarnemer van de Nijhoffs, die onder de naam Van Dishoek optreedt. In 1996 bezorgde hij Brieven aan mijn vrouw, een wat rommelige maar met toewijding gemaakte uitgave.

Die toewijding brengt ons bij een ander beletsel voor Pruis als biografe: haar eigen persoonlijkheid. Dit boek bevat veel Pruis en weinig Nijhoff. Die prominente aanwezigheid doet vermoeden dat Pruis zichzelf moeilijk kan wegcijferen, en dat is wat de biograaf, ten minste voor de duur van zijn studie, moet doen. Voor hem geldt wat Vestdijk in Gestalten tegenover mij over Martinus Nijhoff schreef (bij Pruis na te lezen):

`Eigenlijk heeft Nijhoff altijd willen dienen, een mens, een belang, een idee'. Nu worden de persoonlijke zieleroerselen van de biografe breed uitgemeten. Steeds klinkt de twijfel over de hele onderneming door. Maar als het erop aankomt zet ze niet door.

Nog in 1997 werd Pruis in het Biografie Bulletin opgevoerd als biografe van A.H. Nijhoff en Marlow Mass, de Engelse schilderes met wie Netty rond 1930 een verhouding begon. Waarom er van die biografie niets terecht is gekomen, is na te lezen in dit boek. Dat is alleen onderhoudend voor de lezer die niet meer verwacht dan het verslag van die mislukking.

Marja Pruis: De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk. Nijgh & Van Ditmar, 175 blz. ƒ34,90