Vrijheid of dwang (1)

Eén van de grootste verliezers bij de Statenverkiezingen was wel de opinieonderzoeker. In deze krant van 3 maart stond het resultaat van naar wat ik aanneem een recentelijk opinieonderzoek naar de uitslag van de Statenverkiezing. Uit de werkelijke uitslag blijkt dat ondanks behoorlijk grote marges vrijwel geen van de prognosegetallen klopten. Alleen de opkomst (onderzoek tussen 45 en 53 procent, werkelijk 45,5 procent) en de prognoses voor D66 en Ouderenpartijen klopten. Om de meest opvallende voorbeelden te noemen: PvdA volgens prognose tussen 182 en 213 zetels, werkelijk 154, VVD tussen 190 en 220, werkelijk 182, CDA tussen 137 en 167, werkelijk 194. Zelfs de kleine christelijke partijen, volgens mijn informatie het houvast om de juistheid van een opiniepeiling te controleren, kwamen negen zetels hoger uit dan de bovengrens van de prognose.

Als alleen maar de getallen fout zouden zijn zou dit nog tot daaraan toe zijn.Ook de algehele indruk klopt absoluut niet. Op basis van de prognose zou de strijd gaan tussen PvdA en VVD. In werkelijkheid kwam de PvdA er niet aan te pas en werd het een strijd tussen VVD en CDA. Naar mijn mening onder invloed van het opinieonderzoek viel het nauwelijks op, dat de VVD haast net zoveel Statenzetels verloren heeft als D66, hoe kan het anders verklaard worden dat Dijkstal een tevreden man was en De Graaf alsmaar zo zuur keek.

Uit deze vergelijking van prognose en werkelijkheid blijkt dat het hetzij onmogelijk is opinieonderzoeken uit te voeren, die enigerlei nut hebben, hetzij dat het betreffende onderzoeksbureau onvoldoende kwaliteit geleverd heeft. Het gepubliceerde onderzoek was in elk geval een zeer verstorende factor in de opinievorming.