Vermoeide Kasparov schrijft in Linares weer schaakhistorie

De lange maanden van niet spelen hebben Garry Kasparov uiteindelijk geen kwaad gedaan. Hongerig naar het spel heeft hij zich op de concurrentie gestort, gewapend met een ideeënarsenaal waar de andere schakers het liefst over grappen om hun gevoel voor eigenwaarde niet kwijt te raken. Na zijn verpletterende optreden in Wijk aan Zee, dat hij omschreef als het beste toernooi dat hij ooit speelde, leverde Kasparov in het supertoernooi van Linares een prestatie die hij zelf ziet als een nominatie voor het beste toernooiresultaat uit de schaakgeschiedenis.

Na veertien partijen die hij met soms beangstigende inzet en overgave speelde eigende Kasparov de eindzege op met een voorsprong van tweeëneenhalf punt op Viswanathan Anand en Vladimir Kramnik. Kasparov sloot het `Wimbledon' van het schaken, zoals ze het in Linares graag noemen, af met een slopende remisepartij tegen Veselin Topalov. Na meer dan zes uur verbeten strijd was Kasparov bij het verlaten van de speelzaal te afgepeigerd om zich op te winden over de winst die hij had laten liggen.

Voor aanvang van die laatste partij had Kasparov zijn uitgangspunt zo feitelijk mogelijk beschreven, alsof hij zichzelf tot rust wilde manen. Van een nieuw ratingrecord of het beste toernooi aller tijden wilde hij even niets weten. Zijn vermoeidheid verzette zich tegen nog een partij die alles van hem zou vragen. ,,Ik ben moe'', zei de wereldkampioen twee uur voor de laatste ronde. ,,En je wordt niet minder moe als je weet dat het toernooi eigenlijk al voorbij is.''

Als toegift mocht hij met wit tegen Topalov proberen zijn resultaat nog verder te verbeteren. Dat zijn terughoudendheid niet alleen bestond uit loze kreten had hij een dag eerder al bewezen. Een uitnodiging van Peter Leko om in te gaan op de Siciliaanse variant waarmee hij dit jaar al enkele briljante partijen speelde, legde hij na een paar minuten denken resoluut naast zich neer. Het hart wilde wel, maar het verstand zei onverbiddelijk nee.

Nadat die partij remise was geworden, wuifde hij de suggestie resoluut weg dat een verbetering van zijn elo-rating dit risico wel waard was geweest. ,,Nee, dat interesseert me niets. Zo'n grote variant, waar ik zo veel tijd in heb gestopt, bewaar ik liever voor belangrijkere gelegenheden. Stel dat er iets misgaat, dat zou ik mezelf nooit vergeven. En er kon iets misgaan, want mijn geestelijke spankracht is natuurlijk wel wat minder geworden.'' Om er wel meteen aan toe te voegen: ,,Met wit tegen Topalov, dat speelt iets gemakkelijker op winst.''

Daar had het ook alle schijn van. Al na 25 zetten riep de plaatselijke grootmeester Ljubomir Ljubojevic met zijn gebruikelijke overtuigingskracht dat Topalov totaal verloren stond. Dat was ook wel zo, maar juist nu bleek dat ook Kasparov zich niet ongestraft kan blijven overgeven aan uitputtingslagen. Toch maakte hij misschien juist in die lastige fase wel de meeste indruk, toen hij met zijn laatste reserves zijn allerlaatste winstpogingen ondernam. Rustig knikkend met het hoofd en de lippen tuitend, voerde hij zonder veel poespas zijn zetten uit. Met alle beperkte middelen die zijn stelling bood bleef hij duwen en trekken totdat hij na 68 zetten de remise niet langer meer uit de weg kon gaan.

Met de zeven partijen die hij in Linares wel won, verzamelde Kasparov opnieuw ratingpunten. Dat was hem voor het toernooi in Wijk aan Zee alweer een hele tijd niet gelukt. Hij mag dan beweren dat die rating hem niet veel zegt, zijn nieuwe record zal uitkomen boven de 2.847 punten, en ook daaruit kan iedereen afleiden dat Kasparov terug is zoals hij er nog nooit is geweest.