Uitstel van proces tegen Desi Bouterse

De drugszaak tegen de Surinaamse adviseur van staat D. Bouterse zal niet langer kunnen beginnen op de geplande datum van 22 maart.

De advocaat van Bouterse, A. Moszkowicz in Amsterdam, heeft gisteren een juridische procedure aangespannen om te bereiken dat niet de Haagse maar de Rotterdamse rechtbank een oordeel moet vormen over de drugsverdenkingen. Moszkowicz heeft hiertoe bij het Haagse gerechtshof een verzoekschrift ingediend. Een dergelijke procedure heeft volgens F. Arnbak, woordvoerster van het hof, schorsende werking waardoor de strafzaak wordt uitgesteld.

Advocaat Moszkowicz vindt dat de drugszaak tegen Bouterse in Rotterdam moet worden behandeld, omdat vier van de vijf drugstransporten die zijn cliënt zou hebben georganiseerd zaken zijn die de Rotterdamse politie heeft onderzocht. Er is geen enkel drugstransport onderschept in Den Haag, waar het speciale Copa-politieteam was gehuisvest.

Het Haagse gerechtshof moet nog een datum prikken voor de openbare behandeling van het verzoekschrift van Moszkowicz. Als het hof uitspraak heeft gedaan, kan Moszkowicz nog in cassatie bij de Hoge Raad. Zolang die wekenlange procedure duurt, kan de zaak niet worden behandeld.

De Haagse persofficier L. Horstink noemt de actie van Moszkowicz ,,een truc die we ontzettend betreuren''. Het OM wil nog niet inhoudelijk reageren, maar wijst erop dat ,,uitstel in ieder geval nog geen afstel zal betekenen''.

Moszkowicz wil niet uitleggen waarom hij het proces liever voor de Rotterdamse rechtbank heeft. Eerder heeft hij, en ook de Surinaamse minister van Justitie, wel te kennen gegeven dat men de Haagse rechtbank bevooroordeeld acht. Dat zou onder andere blijken uit de weigering een groot aantal getuigen van de verdediging op te roepen. Moszkowicz noemt het ,,ongepast'' dat het OM hem ervan beticht een truc toe te passen. Hij wijst erop, dat hij in het belang van zijn cliënt slechts een beroep doet op bepalingen in het Wetboek van strafvordering.