Topberaad olielanden in Amsterdam

De prijzen van olie op de wereldmarkt zijn gisteren fors gestegen na de aankondiging van enkele grote productielanden aan de Perzische Golf dat de productie en export van ruwe olie snel worden beperkt. Niet alleen leden van Opec, de organisatie van olie-exporterende landen, maar ook niet-Opec landen gaan bijdragen aan de reductie, die is bedoeld om de prijzen weer tot een redelijk niveau op te krikken.

Vandaag vergaderen in Amsterdam de olieministers van Saoedi-Arabië, Iran, Venezuela en Algerije (alle lid van Opec) en Mexico (niet-Opec). Behalve deze producenten zouden ook Rusland, Noorwegen en Oman al medewerking aan een beperking hebben toegezegd.

Gisteren steeg op de termijnmarkt in Londen de prijs per vat (159 liter) van de toonaangevende Noordzee-olie Brent met bijna een dollar, tot 12,44 dollar. Op de effectenbeurzen stegen de koersen van oliemaatschappijen direct. Koninklijke Olie opende vanochtend in Amsterdam 2,10 gulden hoger op 45 euro.

De olieprijs staat nog steeds ver beneden de officiële richtprijs van Opec: 21 dollar per vat. Sinds begin 1997 zijn de prijzen gestaag gedaald door overproductie, grote voorraden in West-Europa en de Verenigde Staten en door verminderde vraag als gevolg van de Azië-crisis. Dat leidde tot een enorme vermindering van inkomsten bij de olielanden, die hun overheidsuitgaven drastisch moesten terugschroeven.

Vorig jaar besloot een aantal olielanden tot een productiebeperking. Verschillende Opec-leden hielden zich echter niet of niet volledig aan de afspraken. De minister van Energie en Mijnbouw van het emiraat Qatar, Al-Attiyah, zei gisteren dat het dit keer om een ,,drastische'' productievermindering zou gaan.

De productieverlaging loopt vooruit op een vergadering van de olieministers van Opec op 23 maart in Wenen die de besluiten formeel nog moet bekrachtigen.