Ophef over een niet alledaags kinderboek

Niet elke guerrilla-leider schrijft kinderboeken, laat staan kinderboeken die in aanmerking komen voor subsidie van de Amerikaanse overheid. Maar Subcomandante Marcos, het politieke en militaire brein van de Zapatisten in het zuiden van Mexico, is dan ook een verhaal apart.

Een tweetalige uitgave van een sprookje van zijn hand, dat vertelt hoe de goden de wereld kleur gaven, zou in de Verenigde Staten verschijnen met financiële steun van de National Endowment for the Arts (NEA), de organisatie die in Amerika de kunsten subsidieert. De titel luidt The Story of Colors/La Historia de los Colores. Voorop staat een vrolijke tekening van een veelkleurige papegaai. Op de laatste bladzijde wordt de NEA bedankt voor de ,,royale steun'' (7.500 dollar). En aan de binnenkant van het omslag staat een foto van de auteur, met zijn karakteristieke zwarte bivakmuts en een gordel patronen over zijn borst.

Maar vlak voordat het boek in een oplage van vijfduizend zou worden verspreid, trok de NEA de subsidie halsoverkop in. NEA-voorzitter William J. Ivey, die door een journalist opmerkzaam was gemaakt op het boek en vooral de auteur, haastte zich om via een woordvoerder te verklaren dat de financiële steun voor het boek ,,geen gepast gebruik van overheidsgeld'' zou zijn. Hij zei te vrezen dat een deel van het geld terecht zou komen bij Subcomandante Marcos, ook al bezwoor de uitgever dat daarvan geen sprake zou zijn.

Ivey wilde ongetwijfeld voorkomen dat zijn organisatie opnieuw inzet zou worden van een politieke controverse. In 1989 leidde ophef rond een door de NEA gesubsidieerde tentoonstelling van de fotograaf Robert Mapplethorpe tot politieke druk om de NEA aan banden te leggen of zelfs op te heffen. Vorig jaar wist de organisatie de aanvallen van conservatieve Republikeinen maar net te overleven.

Onder leiding van de nieuwe voorzitter Ivey is de NEA voor het eerst sinds lange tijd weer in een wat rustiger vaarwater terecht gekomen. Dat Ivey niet afkomstig is uit de Newyorkse theaterwereld (zoals zijn voorganger) maar uit het volksere wereldje van de Country-muziek, heeft het aanzien van de NEA onder de Republikeinen zeker vergroot. Ivey moet even gevreesd hebben voor verontwaardigde politieke debatten over de vraag of de Amerikaanse belastingbetaler de literaire productie van een linkse guerrilla-strijder wel moet steunen.

In het verhaal komen overigens geen verwijzingen voor naar de rebellenbeweging van Marcos, die wel eens `guerrilla-light' wordt genoemd. Sinds in 1994 een wapenstilstand van kracht werd in de zuidelijke Mexicaanse deelstaat Chiapas, bestookt Marcos de buitenwereld vooral met originele videotapes. Dat heeft hem tot een populaire media-persoonlijkheid gemaakt. Met de opstand wil het minder vlotten.

The New York Times, die de zaak aan het rollen bracht, denkt overigens dat zijn sprookje op de Amerikaanse boekenmarkt toch omstreden zal zijn. Meteen al in het begin is de toon vrijmoediger dan in de meeste Amerikaanse kinderliteratuur. ,,De mannen en de vrouwen sliepen of bedreven de liefde, wat een prettige manier is om moe te worden en te gaan slapen.'' Een tekening toont een liggende, naakte vrouw in een seksuele omhelzing met een mannelijke god. Ivey heeft conservatief Amerika een prachtige aanleiding voor veel verontwaardiging door de neus geboord.