Onethisch ondernemen is fataal voor bedrijf

De Commissie-Peters heeft in 1997 ter gelegenheid van de publicatie van het rapport Corporate Governance in Nederland een veertigtal aanbevelingen gedaan voor bestuur, toezicht en het afleggen van verantwoording door vennootschappen en de met hen verbonden ondernemingen. Het werd van belang geacht dat er een zeker evenwicht bestaat tussen de belangen van de kapitaalverschaffers enerzijds, en die van de andere betrokkenen anderzijds. De minister had immers gedreigd met wetgeving indien er niet meer zeggenschap voor de aandeelhouders zou komen. Het begrip `Corporate Governance' werd gedefinieerd als een stelsel van omgangsvormen voor bestuurders, commissarissen en kapitaalverschaffers. Het omvat een aantal regels voor goed bestuur en goed toezicht, en voor de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Met andere woorden: bestuur op basis van transparantie, verantwoording en integriteit, echter uitsluitend gericht op de werking van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur alsmede op de rol van de aandeelhouders. Als uitgangspunt heeft de Commissie bepaald dat bestuurders en commissarissen over hun taakuitoefening – ook publiekelijk – verantwoording dienen af te leggen. De vennootschap dient hierbij te worden beschouwd als een op zichzelf staande morele entiteit. Maar er zijn veel meer personen en groeperingen betrokken bij een vennootschap dan alleen de desbetreffende toezichthouders, leiding- en kapitaalverschaffers. Onder `stakeholders' vallen ook personeel, ambtelijke vergunningverleners, lokale, regionale, nationale en Europese politici en bestuurders, omwonenden, leveranciers en afnemers, de fiscus, het milieu, en single-issue-organisaties of actiebewegingen als Greenpeace. Om te kunnen bestaan is de instemming van die stakeholders onontbeerlijk; dat is wat onder een license to operate moet worden begrepen. Zulk een virtuele vergunning wordt in feite door de stakeholders afgegeven, maar alleen als er schoon, veilig, efficiënt, maatschappelijk relevant, en sociaal en ethisch acceptabel wordt gewerkt. Winst, al is dat geen doel op zich, blijft echter een noodzakelijke voorwaarde. De samenleving speelt derhalve een zelfstandige rol. Zij bepaalt zelf wat relevant is en zal zich niet laten afschepen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een permanent thema, waarvan het ontwikkelingsverloop vergelijkbaar is met het discours inzake het milieu, al is te verwachten dat de aandacht voor en de praktijk van integriteitsmanagement zich nog veel sneller zal ontwikkelen. Het belang daarvan neemt toe in een tijd waarin multinationals meer macht hebben dan vroeger, en een invloed krijgen op economische ontwikkelingen in een land of regio die vergelijkbaar is met die van staten of regeringen. De actieradius van de internationale zakenwereld is groter geworden terwijl de rol van sommige overheden als economische macht daarbij soms schril afsteekt. Van democratische controle op (multi-)nationale ondernemingen kan geen sprake zijn, maar dat is aanvaardbaar indien enige vorm van zelfbinding of zelfregulering na een maatschappelijk debat, daarvoor in de plaats komt. De economische macht kan dan getooid worden met waardering, respect en gezag.

En als het dan al niet het intrinsieke gevoel voor rechtvaardigheid op zichzèlf is, of de wetenschap dat men een grotere verantwoordelijkheid heeft dan het enkel maken van winst, of het erkende belang van ethisch, integer ondernemen, dan zijn het in elk geval nog wel gewone platte commerciële overwegingen die nopen tot bezinning op dit terrein. Een kopersstaking van ministers in Duitsland toen Shell de Brent Spar dreigde te doen afzinken, heftige kritiek als Heineken wil gaan brouwen in een land waar de mensenrechten worden geschonden, vragen in de Tweede Kamer als IHC Caland zaken wil gaan doen met een dictatoriaal regime, men kan zich dit alles als onderneming gewoonweg niet meer permitteren.

Wie bij de inschatting van zijn risico's dit onderwerp verwaarloost, wie institutionele onwetendheid vertoont omtrent de publieke en publicitaire effecten van zijn handelen of nalaten, is commercieel kortzichtig of vertoont technologische arrogantie. Pragmatisme staat niet meer per definitie haaks op idealisme. De burger is mondiger geworden, de pers kritischer. Publieke meningsuiting is een niet te verwaarlozen factor en dit alles kan er toe leiden dat goede en goedkope producten onverkoopbaar worden als niet vaststaat dat door de onderneming bepaalde normen en waarden worden nageleefd. Zowel het vormgeven aan die invloedsmogelijkheden van alle stakeholders als het afleggen van verantwoording behoort van de bedrijfsleiding en toezichthouders voldoende aandacht te krijgen.

Vennootschappen rapporteren via hun jaarverslag. In toenemende mate worden daarin ook onderwerpen inzake het integriteitsmanagement besproken. Dat is terecht. Afwezigheid van een cultuur van integriteit is een serieuze risicofactor. Wil de rapportage over management-by-values geen dode letter zijn dan is externe controle op naleving van dat beleid en de verslaglegging hiervan in het ethisch jaarverslag noodzakelijk. Daartoe zullen `auditors' methoden en technieken van verificatie moeten ontwikkelen en het is nog maar de vraag of registeraccountants daartoe de meest geëigenden zijn.

Men kan jarenlang een beleid voeren dat ethisch onverantwoord is, maar op den duur keert zich dat onherroepelijk en wellicht fataal tegen de onderneming. Integriteit heeft dan ook alles te maken met continuïteit. Het is te betreuren dat de Commissie-Peters zich bij haar werkzaamheden heeft beperkt tot de werking van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur alsmede tot de rol van de aandeelhouders en certificaathouders. Het zou niet misstaan de vennootschap te plaatsen in het totale maatschappelijke veld, door toezicht en leiding te plaatsen tegenover alle stakeholders, en daardoor te voorzien in aandacht voor de integriteit van de organisatie. Er had dan ook tenminste een extra aanbeveling aan toegevoegd moeten worden: één met name genoemd lid van de Raad van Commissarissen moet speciaal tot taak hebben er toezicht op te houden dat de vennootschap ernaar streeft haar belang en dat van de met haar verbonden onderneming in evenwicht te brengen met de belangen van de stakeholders.

Mr. B.W.M. van der Lugt is voormalig officier van justitie. Thans is hij adviseur op het gebied van integriteitadvies.