Lerarenopleiding

`Interesse in opleiding leraar daalt', was de kop boven een bericht in NRC Handelsblad van 26 februari. Een vlag die de lading niet dekt. Het aantal studenten dat kiest voor de opleiding tot leraar in de eerste fase voortgezet onderwijs is gedaald van 5.100 tot 4.000. Het aantal studenten daarentegen dat kiest voor een opleiding tot leraar basisonderwijs, de Pabo, is gestegen van 6.000 tot 7.500. Bij elkaar opgeteld is dus sprake van een stijging in de belangstelling voor het beroep van leraar van absoluut 400 en relatief van zo'n kleine 4 procent. Waarom dan toch die kop boven dat bericht? Goed nieuws is geen nieuws?

Waarom overigens die enorme groei in belangstelling voor het beroep van leraar basisonderwijs niet benut voor het aantrekkelijk maken van het beroep van leraar voortgezet onderwijs? Bijvoorbeeld door leraren die een aantal jaren in dat basisonderwijs hebben gewerkt, de gelegenheid te bieden om in een versneld tempo met een voortgezette opleiding leraar te worden in de basisvorming.

Dat maakt ook de Pabo's aantrekkelijker, omdat je weet dat je niet je leven lang `opgesloten zit in één onderwijssoort.