Klaarheid in de kluwen

Wie op het Internet wil, moet kiezen tussen telefoon en kabel, en in de toekomst nog Snelnet, om verbinding te kunnen maken. Bij elk type verbinding hoort een ander soort modem. Elke combinatie heeft haar eigen snelheid en prijs.

BESLUITEN OM JE in het gewoel van de elektronische snelweg te storten is één ding, erop komen is nog iets anders. Want tussen weggebruiker en de oprit, de provider, staat nog een levensgroot stoplicht dat op groen moet worden gezet: hoe bereikt de pc de provider?

Meestal is het antwoord: per telefoon. Maar het kan sinds kort ook via de kabel. Telefoonverbindingen zijn er op dit moment in twee soorten: de gewone, analoge telefoonlijn en ISDN. Over geruime tijd komt daar nog een derde soort supersnelle telefoonverbinding bij, ADSL, waarmee de PTT nu onder de naam Snelnet proeven doet.

In elk geval heeft de gebruiker een modem nodig voor het vertalen van computerdata in gegevens die over een lijntje kunnen worden verstuurd, en omgekeerd. Dat kan een los kastje zijn tussen de computer en de contactdoos, maar tegenwoordig is het meestal een kaart in de computer. Voor elk type verbinding heeft de gebruiker een ander soort modem nodig.

Al met al zijn er dus drie manieren, en in de toekomst vier, om de gekozen provider te bereiken, en daarmee het Internet. Welke manier het beste is, hangt af van wat de gebruiker met het Internet wil doen en wat het mag kosten. En om het helemaal ingewikkeld te maken, hangen de keuze van een provider en die van een verbinding ook nog samen. Hoog tijd, dus, om alles even op een rijtje te zetten, dat schept klaarheid in deze kluwen van kabels en draadjes.

Allereerst moet de gebruiker voor zichzelf de volgende vragen beantwoorden: hoe snel moet de netverbinding zijn? Hoeveel uur per week wil hij of zij op het Internet doorbrengen? Wil de gebruiker tijdens het Internetten telefonisch bereikbaar blijven? Vanaf welke plekken moet het Internet bereikt kunnen worden? En wat mag het kosten?

Hoe snel?Wie voornamelijk wil e-mailen en een beetje websurfen heeft geen supersnelle verbinding nodig. Eenvoudige mailtjes zijn zo klein, dat de verzendtijd verwaarloosbaar is. En op af en toe een paar webpagina's kan de gebruiker ook nog wel wachten.

Maar voor de fervente muziekliefhebber die een serieuze verzameling muziekbestanden wil aanleggen, of voor wie op grote schaal beeldmateriaal wil versturen of bekijken, al of niet via e-mail, telt snelheid wel degelijk. Een gewone analoge telefoonverbinding is het langzaamst. ISDN bij de huidige stand van zaken flink wat sneller. Nog sneller is, althans in theorie, de kabel.

Toch is het goed om te bedenken dat de uiteindelijke snelheid maar voor een deel afhangt van de verbinding met de provider. Pagina's die de gebruiker op het web bekijkt, komen vaak van heel ver via kabels tussen tientallen drukbezette tussenliggende computers. De zwakste schakel in deze keten bepaalt hoe snel het gevraagde binnenkomt.

Voor e-mail geldt dit trouwens niet. Daarbij heeft de gebruiker alleen te maken met het traject tussen de brievenbus bij de provider en de eigen computer.

Hoe vaak en hoe lang?Internetten per telefoon, ISDN of niet, kost net zoveel als gewoon bellen: tikken, plus voor elk belletje het drempelduppie. Wie heel vaak, heel lang aan het net wil hangen, heeft voordeel van een kabelverbinding. De kabel kent geen tikken, desnoods is de gebruiker vierentwintig uur per dag online. Wel is de hoeveelheid gegevens die per week of maand over het net mag worden versleept, vaak aan een maximum gebonden. Dat maximum ligt hoog, maar de echte zware bytes-verhuizer haalt het wel. En dat betekent: bijbetalen.

Bereikbaar blijven?Wie maar één normale telefoonlijn heeft, en op het net zit, is verder onbereikbaar. Wie toch bereikbaar wil blijven, heeft een tweede lijn nodig. Dat kan een extra gewone telefoonlijn zijn, maar overstappen naar ISDN is interessanter: ISDN bestaat automatisch uit twee lijnen, is altijd sneller, en kost ongeveer hetzelfde als twee gewone lijnen.

Kabel is ook interessant. Ook dan blijft de telefoonlijn namelijk vrij. Trouwens, televisie en radio blijven het ook gewoon doen.

Van welke plaats?Gaat de gebruiker alleen vanaf één vaste plaats, bijvoorbeeld thuis, het net op, dan is het simpel. Elk soort verbinding is goed, zolang vanaf de computer maar een draadje naar de juiste contactdoos kan worden gelegd.

Voor wie een draagbare computer heeft en ook van elders verbinding wil kunnen maken (dat kan met het juiste modem zelfs via de gsm), ligt dat anders. Kabelmodems vallen af, daar kan de gebruiker buitenshuis niet mee uit de voeten. ISDN kán wel, maar dan moet de computer zijn uitgerust met een modem dat niet alleen als ISDN-modem kan fungeren, maar ook als gewoon analoog modem. Immers, ISDN is op de meeste plaatsen niet beschikbaar. Een gewone telefoonlijn altijd wel.

Wat kost het?De standaard-pc van tegenwoordig is meestal al met een gewoon analoog modem uitgerust, gewoonlijk een 56kbps modem. Dat wil zeggen dat het dik 56.000 bitjes per seconde kan verwerken, ofwel een tekst van bijna twee dichtbedrukte A4'tjes lang. Los kost zo'n modem een paar honderd gulden. De gebruiker die ISDN of kabel wil, heeft niets aan zo'n modem.

Een ISDN modemkaart – en daar hoort ook een kastje bij waarmee zowel het oude telefoontoestel als fax in gebruik kunnen blijven – is verkrijgbaar vanaf ongeveer driehonderd gulden. Het omschakelen op ISDN is bij KPN gratis als een bestaande telefoonlijn ingeleverd wordt.

Goedkopere schootcomputers worden vaak zonder modem geleverd. In die kleine jongens gaat een zogenoemd PCMCIA-modem, een soort dikke creditcard met een telefoonstekker eraan. Voor nog geen driehonderd gulden heeft de gebruiker een 56kbps modelletje dat alleen binnen Nederland te gebruiken is. Mondiaal op gewone telefoonlijnen bruikbare modellen kosten ongeveer zeshonderd gulden. Duizend gulden kost het modem al gauw als het ook met ISDN moet kunnen omgaan.

Wie een abonnement neemt bij een kabelprovider, krijgt een kabelmodem in huur of bruikleen, als onderdeel van het pakket. Kabelmodems zijn niet te koop in de winkel.

De hardware verschilt van maatschappij tot maatschappij, evenals prijzen, voorwaarden en beperkingen. Kabelexploitanten zijn nu eenmaal nieuwelingen op de Internetmarkt. Het is verstandig goed op de kleine lettertjes te letten. De Amsterdamse kabelfirma A2000 adverteert bijvoorbeeld met leuzen als `24 uur per dag online zonder tikken'. Maar er blijkt voor het goedkoopste abonnement toch een urenbeperking te bestaan.

ADSL, het toekomstige SnelnetADSL (Asymmetric Digital Subscriber Line) is een systeem dat zo snel is dat er volwaardige televisiebeelden mee kunnen worden bekeken, ook al werkt het via een normale telefoonlijn. Mocht het systeem beschikbaar komen, dan heeft de gebruiker er in elk geval weer een ander soort modem voor nodig: een ADSL-modem. Over de datum van invoering valt op dit moment niets te zeggen, net zomin als over de kosten.

Wedstrijd: Een wedstrijd met twee gezichten, die in de eerste helft leek uit te draaien op een verrassing. DFC nam immers met veel inzet en goed voetbal een ruime 3-0 voorsprong. In het verloop van de tweede helft werd echter duidelijk dat deze ruime marge niet voldoende was om subtopper SVW op afstand te houden.