Jeugdsentiment

Twintigers, dertigers en veertigers kunnen jeugdherinneringen gaan ophalen in Hilversum. Het Nationaal Omroepmuseum heeft een tentoonstelling samengesteld met originele beelden en attributen uit kinderprogramma's als Floris, Morgen gebeurt het, Okkie Trooy, Swiebertje, Q en Q en Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? Voor wie meneer Aart uit Sesamstraat en Ti-Ka uit Ti-ta-Tovenaar nog eens terug wil zien.

In een uit zijn krachten gegroeide wc-pot zie ik een beeld uit mijn jeugd van veertig jaar geleden terug. Ik buig me over de buitenmodelbril, ongeveer op borsthoogte, en kijk naar beneden. Waar je een laagje water zou verwachten, in het binnenste van de pot, ligt een tv-toestel met het beeld naar boven. En daarop draait een videoband die begint met een uit 1958 daterend fragment uit de kinderserie Morgen gebeurt het.

Anno 1999 staat die titel voor de nog onvolgroeide nieuwsrubriek die het nieuwe Net 5 elke avond uitzendt. Paul de Leeuw stelde laatst in zijn programma aan een Net 5-medewerker de vraag waarom men vandaag naar die rubriek zou moeten kijken als het kennelijk toch pas morgen gebeurt. Maar ik associeer Morgen gebeurt het nog steeds met die serie over het nieuwe wonder van de ruimtevaart. In een bunkerachtig werkvertrek zat de in een witte wetenschappersjas gehulde professor Plano (gespeeld door Ton Lensink) bij een tv-ontvanger. Via dat scherm hield hij contact met een astronaut in de ruimte; ik herinner me ook de codenaam: ,,Vogelman 3! Vogelman 3!'' Die aardige man in zijn ruimtepak, die zo ontwapenend uit zijn ogen keek, werd geattaqueerd door geheime krachten. In de ruimte was van alles gaande waar wij aardbewoners geen idee van hadden en waar professor Plano op stuitte. Mysterieuze tegenstanders stonden zijn hulpeloze ruimtevaarder naar het leven.

In elk geval was de spanning om te snijden. De huiver die Ton Lensink in zijn stem wist te leggen en de wanhoop van die eenzame astronaut in zijn pak dat van zilverpapier leek, grepen ons één keer per maand bij de keel. Dappere Dodo was aardig, maar meer voor de kleintjes, Pipo was grappig, maar Morgen gebeurt het was van alle kinderprogramma's uit die tijd ontegenzeggelijk het meest enerverende. Zodra AVRO-omroepster Ageeth Scherphuis had aangekondigd dat het tijd was om over te schakelen naar professor Plano, wisten wij dat we onze adem weer zouden inhouden, met z'n twintigen op de houten banken die een vriendelijke buurman op de zaterdagmiddag neerzette voor de kinderen uit de buurt. Geen van allen hadden we zelf al televisie thuis. Wie wel, trouwens? Bijna niemand nog.

Nooit heb ik erbij stilgestaan dat er van de door Mies Bouhuys geschreven serie nog beelden bewaard waren gebleven. Zelfs in programma's die fragmentjes van vroeger plegen te vertonen, omdat ze weinig kosten en vaak zo leuk zijn, had ik er nimmer iets van teruggezien. Vermoedelijk waren de afleveringen destijds rechtstreeks uitgezonden, dacht ik, en was alles dus weg.

Maar in het bezienswaardige Omroepmuseum in Hilversum zag ik professor Plano terug, op de tentoonstelling Mediakids, een lelijk-moderne naam voor een evenementachtige uitstalling van tv-monitoren, originele attributen, kostuums, decors, maquettes en enthousiasmerende activiteiten voor kinderen (zelf de camera richten op een avonturenbos dat tot leven komt, zelf geluidseffecten maken, zelf losse opnamen monteren tot een logisch verhaaltje). Veel van die monitoren zijn ingebouwd in gammele rommelmarktkastjes met schuivende deuren die op gezette tijden open- en dichtgaan.

Elk scherm vertoont een compilatie van fragmenten uit kinderprogramma's die thematisch werden gerangschikt. De eerste, bij binnenkomst, vertoont continu vijf tv-omroepsters uit de oertijd die de kijkers welkom heten. Daar is Karin Kraaykamp van de VARA, daar is Tanja Koen van de NCRV en daar is ook Hannie Lips van de KRO, die voor kinderen Tante Hannie heette en altijd zo opgewekt afscheid van ons nam door met haar handen te zwaaien, de handpalmen naar de camera, tot het KRO-logo haar beeld vervaagde en het KRO-muziekje de uitzending besloot.

Een andere monitor, ingebouwd in de meer dan levensgrote wc-pot, vertoont fragmenten onder het motto `spannende verhalen'. De compilatie begint met Morgen gebeurt het, daarna komt een fragment uit Floris (1969). ,,Denkt u soms dat ik een lafaard ben?'' gromt Rutger Hauer, en hij perst zijn lippen samen voor de grote slag. De volgende scène is uit het sprookjesachtige, muzikale Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? (1975), waarin Hildebrand in paniek de stal uit rent omdat hij spoken meent te hebben gezien en Loekie Knol vervolgens bevallig in katzwijm valt, ten overstaan van de in ridderlijke maillot gehulde Rob de Nijs. Daarna komt er een stukje uit het begin van de succesvolle jeugdthriller Q&Q (1974), waarin onze jonge helden in de donkere kamer een foto ontwikkelen waarop een lijk blijkt te liggen – en alleen hun guitige opa neemt hen serieus. Een pakkend verhaal was dat; het lijkt nu wat langzaam op gang te komen, maar ik zou het graag nog eens in zijn geheel zien.

Minder legendarisch werd De vloek van de Woestewolf, ook uit 1974, maar het was wel de eerste Nederlandse kinderserie waarin de nieuwe, verbazingwekkende chromakey-techniek werd toegepast, zodat de acteurs (ik herken Henk van Ulsen, Henk Molenberg en Sylvia de Leur) kleine bewegende poppetjes werden in een getekende omgeving. In één van de vitrines liggen de originele tekeningen die kinderboekenillustrator Carl Hollander voor de serie maakte: op een regulier A4-formaat dat door de ene camera beeldvullende afmetingen kreeg, terwijl de spelers voor andere camera's voor een egaal-blauwe achtergrond moesten doen alsof ze op een tafel zaten, in een balzaal stonden of door een bos liepen. Door het chromakey-apparaat, dat ook in die vitrine staat, werden ze losgemaakt uit het blauw en in het getekende beeld geplaatst.

De compilatie van spannende scènes eindigt in 1996, met een fragment uit de veelgeprezen Madelief-serie, waarin onze heldin spiedend rondloopt door een leeg huis vol krakende planken en traptreden. Het is een echt huis, geen decor in een studio, geen getekende omgeving en een mooi bewijs van de ontwikkeling die het jeugddrama heeft doorgemaakt tot de volwassen, filmische kwaliteit van tegenwoordig.

Voor deze tentoonstelling zijn maar liefst zestien compilaties gemaakt, in aansprekende categorieën als typetjes, kinderen in de schijnwerpers, wereld van illusie en knoeien met eten. Ook zijn eigen favoriete serie Okkie Trooy heeft projectleider Pieter van der Heyden (42) ergens kunnen onderbrengen en dankzij diepgaand onderzoek naar materiaal in het Nederlands Audiovisueel Archief kwamen voorts curiosa naar boven die het didactische genre uit de oertijd van de televisie illustreren. Zoals de alleraardigste Han Rensenbrink, die in de jaren vijftig onder de titel Wie wil er mijn marmotje zien? aan tafel zat met kinderen met huisdieren. Of de schoolmeesterachtige Ton Cup, die in 1960 de rubriek Vouw eens vlug een dier van een stuk papier presenteerde. ,,Altijd naar je toe vouwen, jongens'', zei hij.

Omdat op de expositie in het Omroepmuseum ook de radio wordt belicht, gaat het programma-aanbod terug tot ver vóór de oorlog. Mediakids heeft zelfs ontdekt dat het 75-jarig jubileum van de kinderprogramma's op radio en televisie kan worden gevierd. Het allereerste kinderuurtje, voor de AVRO gepresenteerd door Antoinette van Dijk, blijkt namelijk te dateren uit 1924. In een vitrine is een album met 78-toerenplaten geplaatst met liedjes uit haar programma. Pa, ik wil 'n voetbal bijvoorbeeld, en Kom Marietje! Elders prijkt een liedjesalbum van een meisje dat in 1938 bij het AVRO-kinderkoor van Jacob Hamel zong. Het is opengeslagen op de bladzijde waar de tekst van Bruiloftsliedeke staat geschreven: ,,Wij zingen nu een liedeke, zo mooi als het maar kan / van al het liefs dat daaruit spreekt, daar klopt ons harte van!''

Wie zijn hoofd tussen twee ouderwetse luidsprekers steekt, hoort naoorlogse favorieten als Kleutertje luister, Het klokje van 7 uur (,,en dus... wèlterusten'') en de veel recentere Ko de Boswachter, aan wiens hoedje met vogelnestje en boomstronk met ingebouwde platenspeler men zich eveneens kan vergapen. Net als aan het echte T-shirt van Ome Willem, het echte pak van Pipo de clown, een in karton uitgevoerd ontwerp voor Lowieke de vos uit De Fabeltjeskrant, de echte pruik met het echte toverfluitje van Ti-Ka uit Ti-Ta-Tovenaar, het echte pak van Meneer Aart uit Sesamstraat, de echte Pino en het echte verpleegstersuniform van Zuster Klivia uit Ja zuster nee zuster, de serie van Annie M.G. Schmidt die nu vooral bekend staat als voorbeeld van slordige archivering: alle afleveringen zijn gewist, omdat de videobanden te duur werden geacht om ze slechts één keer te gebruiken. Maar wat er destijds overheen is opgenomen, weet nu natuurlijk niemand meer.

,,Wat mij is opgevallen'', zegt projectleider Van der Heyden, ,,is dat er in de loop der jaren met heel veel liefde en energie aan al die kinderprogramma's is gewerkt, ondanks de kleine budgetten die er meestal voor beschikbaar waren. Alleen de gedachte dat er geschiedenis mee werd gemaakt, is lang niet altijd tot iedereen doorgedrongen. Programmamakers zijn nu eenmaal vooral bezig met het heden, terwijl ik zou zeggen: jullie maken geschiedenis, sta daar eens bij stil.''

Volgens Van der Heyden hebben Nederlandse programma's nauwelijks een rol gespeeld in de voortdurende discussies over de invloed van geweld op de televisie: ,,Een buitenlandse serie als Ivanhoe was veel gewelddadiger dan onze eigen Floris, terwijl Ivanhoe nota bene tien jaar ouder is.'' Ook van die geweldsdiscussies klinkt op de tentoonstelling iets door. Er draait een compilatie van commentaren van ongeruste kinderbeschermers uit heden en verleden. Daaronder staat een Philips-tv uit 1955 opgesteld: een 17TX 170A met kinderslot. Het sleuteltje steekt er nog in.

Mediakids, t/m 9 jan. NAA Omroepmuseum, Oude Amersfoortseweg 121-131, Hilversum, tel. 035-6885888. Openingstijden: di t/m vr 10-17u, za-zo 12-17u. Toegang ƒ8,50 (volw.), ƒ7 (CJP, 65+), ƒ4,75 (kinderen).