In Moskou wil heer Nikitin graag een handje helpen

Er worden weer vreemde telefoontjes gepleegd, in Rusland. Onder Jevgeni Primakov, premier met verborgen presidentiële ambities, krijgen (al dan niet voormalige) KGB'ers sleutelfuncties in het staatsapparaat.

,,Hallo, met Nikitin van Itar-Tass.'' Een Nederlands sprekende Rus, persbureaujournalist nog wel, daar zijn er niet veel van. ,,Wat ik vragen wilde, gaat u binnenkort een artikel schrijven over Joeri Loezjkov, de burgemeester van Moskou?''

,,Hoezo?''

,,Wij houden buitenlandse kranten bij. Ook de Nederlandstalige. De thema's zijn erg eenzijdig, over `de Russische beer' en zo. Kijk maar naar de Volkskrant. Maar sinds kort zijn we begonnen samen te werken, en nu al zijn de artikelen beter geworden, objectiever...''

,,Met wie werkt u dan samen?''

,,Met het Algemeen Dagblad, dat is toch de meest aanzienlijke krant. Daar zeiden ze dat u ook bestaat, en dat u een aparte website heeft. Kunt u me daarvan het adres geven?''

Dit kennismakingstelefoontje van `Nikitin' (er zijn tienduizenden Nikitins in Rusland) kwam begin februari, twee weken na de benoeming van generaal Joeri Kobaladze tot vice-directeur van Itar-Tass. Kobaladze, een vroegere Sovjet-spion die jarenlang in Londen actief was als tv-verslaggever, is een vertrouweling van premier Primakov. Sterker: hij is een van de dertien voormalige KGB'ers die recentelijk op sleutelposities in het staatsapparaat zijn benoemd.

Het opinieblad Itogi geeft onder de kop ,,Voorwaarts KGBisten!'' een overzicht. Het signaleert dat Primakov, die naar verluidt zelf als geheim agent onder de dekmantel van Pravda-correspondent vanuit Kairo heeft gewerkt, ,,een massa veteranen uit de voormalige speciale diensten mobiliseert'' om zijn greep op de macht te versterken.

Primakov recruteert vooral uit de buitenlandse inlichtingendienst, waar hij van 1991 tot 1996 de scepter zwaaide. Zo is de super-KGB'er Joeri Zoebakov (die destijds over de werving van spionnen ging) het hoofd van Primakovs regeringsstaf geworden. Boris Ivanov, ex-bureauchef van de krant Izvestija in de Golf-regio, is nu de nummer twee van de presidentiële persdienst, terwijl Grigori Rapota, Primakovs adjunct bij de buitenlandse spionagedienst, voortaan het Russische wapenhandelsmonopolie Rosvoöroezjenije aanstuurt (een van de weinige nog niet opgedroogde valutabronnen).

De krant Segodnja schamperde eind januari al: ,,Inlichtingendienst zoekt vergaderruimte in Witte Huis'' (de zetel van de Russische regering), en merkte op dat veel hoge posten ,,naar vakspionnen gaan''. Zelfs in het Kremlin plaatst Primakov zijn `machtsmannetjes', zoals Vladimir Makarov die tot personeelschef van Jeltsins staf is benoemd. Itogi spreekt van zuiveringen: de liberalen vliegen eruit, en er komen oudgedienden uit de inlichtingendiensten voor in de plaats. Vooral de staatsmedia hebben Primakovs warme belangstelling: de vroegere geheim agent Lev Kosjlakov (standplaatsen Oslo en Sydney, met als cover het Russische persbureau APN) presideert sinds kort over de koepel waar zowel de staatsradio als de televisie onder valt. Met de plaatsing van generaal Kobaladze bij Itar-Tass was het patroon voor de meeste Kremlinwatchers duidelijk: Primakov is geen tussenpaus, hij wil president worden (en hoe vaker hij dat ontkent, hoe ongeloofwaardiger het klinkt).

Half februari belt Nikitin opnieuw naar het Moskouse NRC Handelsblad-kantoor: ,,U heeft mij verteld dat u een artikel gaat schrijven over burgemeester Loezjkov en andere presidentskandidaten, maar ik heb het niet kunnen vinden op uw website. Oh, vindt u het nog te vroeg? Weet u, de Zweedse en Deense kranten schrijven er al wel over. Ja, wij bestuderen dat, en we zijn benieuwd naar de mening van uw krant over zeg maar Javlinksi, Lebed of Loezjkov.''

,,Werkt u voor een bepaalde kandidaat?''

,,Nee, nee, ik verzamel slechts informatie; mijn chef wil een groot artikel schrijven over uw krant en hij heeft mij gevraagd te bellen omdat ik Nederlands spreek.''

Ik beloof terug te bellen, en noteer zijn nummer. Dat de eerste Moskouse correspondent van deze krant in de jaren tachtig, Raymond van den Boogaard, werd bespied, was evident. ,,Iedere keer dat ik mijn huis verlaat (...) spoedt de dag en nacht dienstdoende agent zich naar het hokje met de slingertelefoon voor direct contact met het kantoortje in de straat verderop'', schrijft hij in zijn boek Moskou aan Zee. Zijn opvolgster, Laura Starink, arriveerde in de zomer van 1987 in een lege flat, nam een bad en werd gebeld door ,,een temerige vrouwenstem'' die haar naar buiten probeerde te lokken met ,,belangrijk materiaal''.

Later, in de jaren negentig, nam de frequentie van dit soort voorvallen af en durfden de twee van staatswege bij het NRC Handelsblad-kantoor aangestelde `assistenten' op te biechten dat ze ook aan de KGB moesten rapporteren. Maar anno 1999? Is met de komst van Primakov een restauratie van het oude systeem begonnen?

Itar-Tass gebeld: kunt u mij doorverbinden met Sergej Nikitin? Grote stilte, op de telefoonlijst komt hij niet voor. Chef-buitenland Aleksej Galajev: ,,Nikitin? En hij zegt dat hij Nederlands spreekt? Wacht, ik zal een oud-correspondent uit Den Haag even vragen. Oleg, ken jij een Nikitin bij ons die Nederlands spreekt? Nee, echt niet, die werkt hier niet.''

Bij personeelsadministratie: ,,We hebben wel een Nikitin, maar dat is een Jevegni, die schrijft over de vliegtuigindustrie.''

Dan maar het opgegeven nummer gedraaid: er wordt opgenomen met een weifelend ,,Hallo?'

,,Goedendag, is dit Itar-Tass?' Na twee indringende herhalingen, zegt de stem: ,,Ik luister?''

,,Spreek ik met Sergej Nikitin?'' Dat blijkt het geval. ,,Meneer Nikitin waarom geeft u zich uit voor iemand anders? U belt mij op als journalist van Itar-Tass, maar daar komt u in het personeelsbestand niet voor.''

Er klinkt gestommel, Nikitin gaat over in het Russisch: ,,Ik heb maar een klein baantje, niet iedereen kent mij daar. Maar heus, mijn intentie is om uw werk te populariseren.''

,,Sergej Nikitin, of hoe u ook mag heten, krijgt u uw opdrachten wellicht van generaal Kobaladze?''

,,Die ken ik niet.''

,,Dat is de nieuwbenoemde adjunct-directeur van Itar-Tass, dat heeft in alle Russische kranten gestaan.''

,,Oh, Kobaladze. Ja, natuurlijk. Nee, ik werk niet voor hem.''

,,Voor wie werkt u dan wel? Voor burgemeester Loezjkov?''

,,Er is sprake van een misverstand. Neemt u mij niet kwalijk. Ik moet ophangen.''

Itogi beschrijft het werk van Primakov als volgt: hij creëert cellen van oud-KGB'ers met als taak het verzamelen van `materiaal', dat in de loop van de race om het Kremlin het karakter van compromitterend materiaal ('kompromat') moet krijgen. ,,De inhoud van deze dossiers zal beslissend zijn. Als het moment daar is, hoopt (Primakov) er een te voortvarend politicus mee te kunnen beteugelen.''