Grote vragen van twee mannen

De intrigerende titel van de voorstelling is afkomstig uit het werk van de Poolse schrijver Witold Gombrowicz: ,,Zoals de amoebe naar het licht staart.'' Het vervolg luidt: ,,Streeft zijn denken naar de waarheid.'' Over amoeben gaat het niet – het is geen les biologie – wel over licht en waarheid.

Twee spelers, Hans Man in 't Veld en Guido Kleene, de een oud, de ander jong, ontmoeten elkaar ergens, de woonkamer van de oudste. Stalen kasten aan weerskanten, een muziekinstallatie die zo nu en dan keiharde klanken krijt. Vooral de beeldtaal op de speelvloer is spannend: er staan lijnen op getekend die een zebra voorstellen, golfjes die water verbeelden, twee lijnen die een sloot voorstellen. De ontmoeting begint schuchter en aarzelend, eigenlijk staan de acteurs ook in theatraal opzicht met lege handen. Langzaam tekent zich iets als een associatief toneelspel af. De spelers noemen elkaar soms bij hun werkelijke voornaam, dan weer bij de toneelnaam.

Hans Man in 't Veld, vroeger werkzaam bij het Werkteater, heeft zich na jaren gevoegd naar de traditie van dit gezelschap. Ik moest zelfs denken aan U bent mijn moeder van Joop Admiraal, hoewel een solovoorstelling. Maar de toonzetting, de kalme intimiteit van het spel is dezelfde.

Na de omzichtigheid van het begin volgt, in dramatisch opzicht gelukkig, de fellere confrontatie. De jeugdige Kleene zegt, in roekeloze overmoed, dat hij niet bang is voor de dood. Man in 't Veld reageert gebeten. Er zijn al zoveel doden in zijn leven, en het verval ligt op de loer, geestelijk en lichamelijk. De wanhopige jongeling mag niet zomaar spotten met de dood.

Van acteren is eigenlijk ternauwernood sprake, het naturel is juist het mooie van Zoals de amoebe... Man in 't Veld staat beheerst, zo nu en dan pakt hij van een tafeltje het boek Een man alleen van Isherwood en leest daaruit voor. Het zou een optreden thuis kunnen zijn, voor vrienden. Kleene is wat stuurlozer, zoals het bij zijn rol hoort. Het liefst wijdt hij zich aan een kinderspel: op de grond zitten en met klei spelen. Aan het slot gebeurt dat: hij zit in een wastobbe en boetseert een poppetje.

Het al te nadrukkelijk duiden van een zo open voorstelling als deze is gevaarlijk. ,,Wil je mij vertellen hoe ik moet leven?'' zegt de een tegen de ander. Het wonderlijke is, dat het er gaandeweg niet toe doet of de oudere de vraag aan de jongere stelt of andersom. Beiden willen doorgronden wat de levenshouding van de ander is. Hoort vitaliteit ook mischien de ouderdom toe? Het zijn grote vragen in een lichte voorstelling, met de zwaarte van melancholie als ondertoon.

Voorstelling: Zoals de amoebe naar het licht staart. Spel: Hans Man in 't Veld, Guido Kleene. Regie: Koen Jantzen. Decor en kostuums: Jacqueline van Eden. Gezien 26/2 Toneelschuur, Haarlem. 30/3 t/m 4/2 Bovenzaal Stadsschouwburg, Amsterdam. Res. (020) 624 23 11.