Gebruik van pepperspray mag niet tot elke prijs

Niet alleen minister Peper is voorstander van invoering van de `pepperspray' waarmee het veronderstelde gat tussen de korte wapenstok en het dienstpistool zou moeten worden gedicht. I.A.H.M. Stijns-Schepers vindt dat eventuele invoering met duidelijke waarborgen moet zijn omgeven waarbij artikel 11 van de Grondwet niet uit het oog mag worden verloren.

Inbreuk op de lichamelijke integriteit bij de toepassing van deze spray is niet gering

Tijdens arrestaties en bij het handhaven van de openbare orde wordt de politie vaak geconfronteerd met geweld van de kant van de verdachte. Bijvoorbeeld: agressief gedrag zoals stompen, schoppen, slaan, bespugen, bijten of nog erger, het gebruiken van een mes, vuurwapen of met de auto inrijden op de politie. In dit soort situaties is het de politie toegestaan om fysiek geweld uit te oefenen jegens de burger. Ingevolge de Ambtsinstructie 1994 mag de politie in benarde situaties zelfs zware geweldsmiddelen gebruiken. Zo kan gebruik worden gemaakt van het (automatisch) vuurwapen, het vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, CS-traangas, de wapenstok en de politie-surveillancehond.

Door het uitbreiden van de standaarduitrusting van de politie met de spuitbus `pepperspray' zou – aldus Politiebond-voorzitter Van Duijn – het gat tussen het gebruik van de korte wapenstok en het dienstpistool moeten worden gedicht. De wapenstok is voor de situatie waarin de agent dichtbij kan komen, de `pepperspray' om op afstand iemand onschadelijk te kunnen maken en het dienstpistool voor de direct levensbedreigende situaties.

In februari gaf minister Peper van Binnenlandse Zaken de wens te kennen dat met voortvarendheid het nieuwe geweldsmiddel `pepperspray' (Oleoresin Capsicum) moet worden geïntroduceerd. Door de werking van de stof op de ogen kan de getroffene minutenlang worden verblind. Het bewustzijn van de omgeving is even niet meer aanwezig. Door de pijn aan de gloeiende ogen, het rode branderige gezicht, wordt de verdachte afgeleid van zijn eigen agressie. De stof, een mengsel van water en etherische olie uit Spaanse peper, heeft ook gevolgen voor de keel en luchtwegen. Zelfs de controle over de motoriek kan tijdelijk verloren gaan. Volgens een rapport dat begin januari vorig jaar is uitgebracht aan het Europees Parlement is het gas volgens het uit 1972 stammende Verdrag inzake biologische wapens verboden ten tijde van oorlogsvoering, maar niet voor binnenlands gebruik. De Los Angeles Times rapporteerde 61 sterfgevallen sedert 1990, die verband hielden met het gebruik van `pepperspray' door de politie. De American Civil Liberties Union documenteerde 27 sterfgevallen in Californië van mensen in hechtenis na gebruik van deze stof in de politiecel.

Deze lichamelijke gevolgen overziend kan worden vastgesteld dat de inbreuk op de lichamelijke integriteit bij de toepassing van dit geweldsmiddel niet gering is. Het Politie Instituut Openbare Orde en Veiligheid (PIOV) betwijfelt of het product per definitie ongevaarlijk is en stelt zich op het standpunt dat `pepperspray' beslist geen opvulling van het zogenoemde `gat' tussen wapenstok en pistool mag zijn. Op zo'n moment behoort in een democratische rechtsstaat als Nederland onmiddellijk de vraag te rijzen of deze inbreuk op het grondwettelijke verankerde recht op onaantastbaarheid van het lichaam is gelegitimeerd en zo ja, met welke rechtswaarborgen deze inbreuk moet zijn omgeven.

Er zijn zonder meer situaties denkbaar waarbij het gebruik van een ingrijpend geweldsmiddel noodzakelijk is. Dat het een ingrijpend middel is, blijkt uit de lichamelijke gevolgen. Die zijn vergelijkbaar met die van het gebruik van traangas, dat een sterke afscheiding van tranen teweegbrengt. De intentie waarmee en de wijze waarop `pepperspray' wordt toegepast is gericht op het verlammen van essentiële lichaamsfuncties zoals het oriëntatiegevoel, motoriek, ademen, zien, en gaat wellicht nog verder dan de toepassing van traangas. Ook het feit dat het zowel door de minister als door Van Duijn wordt gerangschikt tussen de wettelijke zware geweldsmiddelen als het vuurwapen en de wapenstok, geeft aan dat het om een forse inbreuk op de lichamelijke integriteit gaat. Overigens mag niet worden onderschat, dat zowel de PIOV-onderzoekers als Van Duijn zelfs rekening houden met een kans op misbruik en toename van politiegeweld.

Wat de tweede vraag betreft moet worden vastgesteld dat in het strafrecht in het algemeen het beginsel geldt, dat naarmate de inbreuk op een grondrecht toeneemt de rechtsbescherming van de burger moet toenemen. De wetgever verbindt aan het gebruik van traangas strikte wettelijke voorwaarden. Bezien vanuit deze proportionaliteitsgedachte mag dit zware geweldsmiddel slechts worden gebruikt als mag worden aangenomen dat die persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken. Het gebruik van traangas is overigens slechts geoorloofd in opdracht van de meerdere na vooraf gekregen toestemming. Het ligt dan in de rede om aan de introductie van de `pepperspray' soortgelijke voorwaarden te verbinden, zoals strikte voorwaarden en daaraan gekoppelde duidelijke richtlijnen.

Daarnaast heeft de grondwetgever door in artikel 11 van de Grondwet de lichamelijke integriteit expliciet te noemen te kennen gegeven dat dit een fundamenteel recht is. Men mag nimmer uit het oog verliezen dat het notstandsfeste recht op lichamelijke integriteit een universeel mensenrecht is en aantasting slechts bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan. Dit geldt temeer omdat dit middel volgens minister Peper tot de standaarduitrusting van de politieagent moet gaan behoren en de ongevaarlijkheid van lichamelijke effecten niet onomstreden is.

Het is saillant dat VVD–minister Dijkstal op een verkiezingsbijeenkomst van zijn partij in Venray in februari voor de invoering van de `pepperspray 'pleitte. Uitgerekend de VVD geldt als auctor intellectualis van artikel 11 van de Grondwet. Uit de grondwetsgeschiedenis blijkt dat een vasthoudende VVD-fractie zowel kabinet als Kamer aan haar zijde heeft gekregen om de lichamelijke integriteit expliciet en apart in de Grondwet te verankeren.

Geenszins verlies ik uit het oog dat de politie wordt geconfronteerd met een meer criminaliserende en agressiever wordende samenleving. Dit neemt niet weg dat overheidsambtenaren in een rechtsstaat hun taak moeten uitvoeren conform de Grondwet. Dit kan tot geen andere conclusie leiden dan dat het structureel inbedden van dit geweldsmiddel slechts op wettelijke basis mag met duidelijke richtlijnen.

Bovenal geldt dat alvorens tot invoering wordt overgegaan, alle mogelijke lichamelijke gevolgen in kaart moeten zijn gebracht en de Eerste en Tweede Kamer het laatste woord moeten heben. Alleen al de buitenlandse berichten over de reeds opgedane ervaringen leren, dat uiterst zorgvuldig en behoedzaam moet worden omgesprongen met de introductie. Immers als het overlijden van de arrestant of gedetineerde een risico is, dan is het middel geen alternatief voor het vuurwapengebruik.

Het mag toch niet zo zijn, dat het bijvoorbeeld tot de reële mogelijkheden behoort dat een jonge agressieve astmatische arrestant tijdens een voetbalrel gedurende het EK in 2000 na toepassing van deze stof door de ME of politie komt te overlijden.

Mr. I.A.H.M. Stijns-Schepers is verbonden aan de vakgroep strafrecht van de Katholieke Universiteit Nijmegen.