Er bestaat geen recht op aandacht

Wormstekige vrucht van het kringgesprek? Uitwas van een New Age-cultuur die elke uiting, hoe indiscreet en onbenullig ook, bejubelt? Ongewenst bij-effect van een tijdperk dat gericht is op ervaren en weinig tijd laat voor bezinning? Of toch, zoals een Poolse vriendin eens beweerde: een gebrek aan schaamte, geen beschaving?

Vast staat: waar je in Nederland ook het hoofd om de hoek steekt, overal wachten wildvreemden die je belagen met hun persoonlijke verhalen. Ze vertellen dat ze 23 jaar geleden abortus hebben laten plegen, dat ze hun echtgenote geestelijk om zeep hebben geholpen, dat hun kinderen hyperactief of simpelweg wreedaardig zijn.

Dergelijke verhalen zijn vaak onvolledig, en onsamenhangend. Alsof er geen zeef bestaat tussen gedachten die spoken in het hoofd en woorden die de mond verlaten. Alsof het om de ontlading van het uitspreken gaat, niet om te worden begrepen, laat staan te worden gekend. De ontmoeting als éénrichtingsstraat die ook nog eindigt bij een blinde muur.

Net zo vreemd als het exhibitionisme van de biechters is mij de onbegrensde tolerantie van de luisteraars. Waarom doet iedereen of het doodnormaal is als een onbekende in de rij voor de kassa bij de Edah onverhoeds zijn bedgeheim begint te delen? Waarom ben je vogelvrij als je voor de school op je kind staat te wachten en kijkt niemand ervan op als een van de andere ouders in het wilde weg getuigt van zijn prilste sores? Ongewenste intimiteiten zijn het, al die verhalen waar niemand om gevraagd heeft. Slinkse vormen van zinloos geweld.

Die terreur valt extra op sinds ik vierenhalf jaar in Engeland gewoond heb. In Londen valt niemand vreemden lastig met zijn privé-besognes, of het moet die zwerver bij Charing Cross zijn die net zo makkelijk tegen voorbijgangers als lantaarnpalen praat. Zelfs mensen met wie je op redelijk intieme voet denkt te staan, houden persoonlijke teleurstellingen binnenskamers. Of ze sublimeren ze tot anekdote die ze in de pub stileren en verfraaien. Nooit zijn hun verhalen onverteerde hersenspinsels of rauwe zieleroersels, ze zijn bedoeld om de luisteraar te vermaken. Ze hebben een kop en een staart, en een pointe. Verhalen zoals je ze in Nederland zo zelden hoort.

Dat Nederland er een andere vertelcultuur op nahoudt, werd me ingepeperd door een verzekerings-expert die de schade van de verhuizing op kwam nemen. Het was een grote, forse man van in de vijftig, die hevig hijgend kwam binnensloffen. Onophoudelijk bette hij zijn voorhoofd. Op elke verdieping plofte hij uitgeput in een fauteuil.

Na zijn rondtocht boog hij zich vertrouwelijk voorover. ,,Maakt u zich geen zorgen. Ik breng dit snel in orde. Ik wil die zaak afgewerkt hebben voordat ze me onder de groene zoden leggen. Ik heb kanker, weet u. Terminale fase. Ik zou natuurlijk thuis de vissen kunnen voeren. Maar daar word ik ook niet vrolijk van.'' Volgde een uitgebreid exposé over het ziektebeeld.

Eenzelfde cultuurschok trof me dagen later bij de kaasboer op de markt. Een vrouw reclameerde bij de man die mij hielp omdat zijn collega haar net te weinig geld had teruggegeven. ,,Daar kan hij niks aan doen, mevrouw'', verzekerde de koopman, kordaat een kaaswiel klievend. ,,Zojuist kreeg hij een telefoontje dat zijn ma is overleden.'' De treurende collega kwam erbij staan om omstandig te vertellen wat een tragisch mens zijn moeder was geweest. Geen woord meer over het ontbrekende wisselgeld.

Verbijsterend veel mensen snakken ernaar om hun geheim van de dag, of van de week of van het bestaan aan passanten te onthullen. In Nederland is er zelfs een weekblad gewijd aan dit soort waargebeurde verhalen die in ruwe vorm veelal worden aangeleverd door de 450.000 lezeressen. De redactie van `Mijn Geheim' waarvan volgende week woensdag het duizendste nummer verschijnt, ontvangt dagelijks grote stapels van de meest persoonlijke schrijfsels over hardhandige vaders, zuipende moeders, verraderlijk kroost en verschrikkelijke ziektes. Het verlangen om te spuien blijkt bodemloos.

Laura, van dames- en herenkapsalon Gi-Gi in de Bossche wijk De Rompert, kan die indruk alleen maar bevestigen. In een decor van namaak-fresco's en weelderige kroonluchters knikt ze heftig en instemmend met haar hoofd. Als er één plaats is waar het ongevraagde verhaal gedijt en rondzingt, is het bij de kapper. ,,Ongelooflijk'', zegt Laura, ,,wat je elke dag weer hoort. En je kunt niet zeggen: `hou daar eens mee op'.'' In het begin, zegt ze, nam ze die verhalen mee naar huis en kon ze er niet van slapen. ,,Ik vond het zo zielig.'' Maar na acht jaar ervaring gaan de meeste verhalen het ene oor in, het andere oor uit. Op de kappersschool kreeg ze het vak `people's skills'. Om te leren omgaan met lastige en verwarde en vertelzieke klanten. Haar favoriete bezweringsformule: ,,Het komt allemaal goed.''

In Nederland verzuipen de mensen in het geld en dorsten ze naar aandacht. Desnoods kopen ze die aandacht. Door naar de kapper, de therapeut of de masseur te gaan. De meest gehoorde verzuchting van huisartsen over hun patiënten: `ik bied ze zorg maar ze willen alleen maar aandacht'. `Aandacht is een mensenrecht', beweert in advertenties charitatieve organisatie `de Zonnebloem'. Een gruwelijk misverstand dat alleen maar tot nieuwe teleurstelling kan leiden. Er bestaat geen recht op aandacht, net zomin als op geluk.

Stop die sociale vervuiling. De ongevraagde verhalen de wereld uit. Maak kinderen duidelijk dat ze niet alles hoeven vertellen, en dat niet alles interessant is om te horen. Besteed meer aandacht aan gesprekstechniek op de basisschool. Kom met een Teleac-cursus voor volwassenen. Organiseer ook vertelavonden met vrienden, waar alle tijd en ruimte is voor het persoonlijk relaas. En kap ongewenste vertelsels onmiddellijk af. Baas in eigen brein.