Bewind Jakarta tracht archipel bijeen te houden

De eenheidsstaat Indonesië vertoont steeds meer scheuren. Oplaaiend geweld en heroplevend separatisme bedreigen de macht in Jakarta. President Habibie probeert wanhopig de centrale regie te behouden.

Indonesië wordt, bijna nog meer dan door onzekerheid over de verkiezingen in juni, beheerst door de angst voor `desintegratie' van de archipel. De centrale regering in Jakarta wil door het overdragen van geld, taken en bevoegdheden malcontente provinciebesturen tevreden stellen. Maar de koehandel daarover is een taai gevecht; daarom zijn er veel voorstanders van invoering van een federale staatsvorm. De precieze consequenties daarvan zijn onduidelijk, maar het denkbeeld wordt gevoed door de vooral buiten Java levende wens de macht van Jakarta tot een minimum terug te brengen.

Vooral de situatie op Ambon, waar sinds medio januari dagelijks doden vallen bij gevechten tussen christenen en moslims, wordt door velen beschouwd als een groot gevaar voor de nationale eenheid. Twijfel aan de slagkracht van het leger en aan de capaciteiten van de chef-staf, generaal Wiranto, neemt toe. Er heerst bovendien angst dat het geweld overslaat naar andere delen van het land. Vandaag bekogelden volgens de krant Suara Pembaruan duizenden studenten in Ujung Pandang, de hoofdstad van de provincie Zuid-Sulawesi, christelijke scholen en kerken. De agressie in de Molukken was aanvankelijk vooral gericht tegen immigranten uit Zuid-Sulawesi.

Ook de altijd onrustige noordelijke provincie Atjeh roert zich. De afgelopen dagen verschenen daar spandoeken en posters waarop studenten een referendum eisen over afscheiding van dit van oudsher streng islamitische gebied. En de bevolking van de meest oostelijke provincie, Irian Jaya, wil eveneens los van Jakarta, zo lieten honderd afgevaardigden onlangs weten tijdens een `nationale dialoog' met president Habibie.

De vrees voor anarchie, destabilisatie en desintegratie wordt verder gevoed door de toestand in de omstreden provincie Oost-Timor, de voormalige Portugese kolonie die in 1975 werd bezet door het Indonesische leger en een jaar later werd ingelijfd als 27-ste provincie van Indonesië. Oost-Timor lijkt af te stevenen op zelfstandigheid met ingang van januari 2000. Habibie maakte begin dit jaar onverwachts een dramatische beleidswijziging bekend: de Indonesische regering zou Oost-Timor, indien de bevolking dat wil, op de kortst mogelijke termijn onafhankelijkheid willen geven. Sindsdien echter oefenen door het Indonesische leger bewapende `pro-integratie' milities terreur uit in het gebiedsdeel.

De middelpuntvliedende krachten die sinds het aftreden van oud-president Soeharto, vorig jaar mei, de kop opsteken in het ruim 13.000 eilanden tellende land, waren altijd al onderhuids aanwezig. Onder het bewind van Soeharto's voorganger Soekarno was er al sprake van afscheidingsbewegingen op Sumatra en Sulawesi. In West-Java, Zuid-Sulawesi en Atjeh opereerde tot het einde van de jaren vijftig de Darul Islam, een gewapende beweging van fundamentalistische moslims die van Indonesië een islamitische staat wilden maken.

De onvrede in veel gebieden buiten Java is de afgelopen 30 jaar gevoed door het streng centralistische bestuur vanuit Jakarta.

Het streng centralistische bestuur hield onder meer in dat de lokale bevolking op andere eilanden nauwelijks profiteerde van de aanwezige natuurlijke rijkdommen. Winsten van bijvoorbeeld olie- en aardgasbronnen op Sumatra, de kolen- en oliewinning op Kalimantan en een grote kopermijn in Irian Jaya verdwenen voor het overgrote deel naar de hoofdstad. Het centralisme had ook als consequentie dat Javanen degenen waren die in het bestuur van de voormalige `buitengewesten' de dienst uitmaakten.

Vertegenwoordigers van de provincies komen nu naar Jakarta om de regering duidelijk te maken dat zij een eind willen maken aan het centralisme. De gouverneur van Atjeh, Syamsuddun Mahmud, heeft gezegd dat Indonesië alleen kan voortbestaan als federale staat. De federale kwestie is echter omstreden, zoals de Nationale Mandaat Partij (PAN) van moslimleider Amien Rais merkte toen zij vorig najaar `federalisering' opnam in haar program. Rais werd ogenblikkelijk beschuldigd van ondermijning van de eenheidsstaat. Jakarta zou door de federale gedachte aan macht inboeten, vandaar dat vertegenwoordigers van regering en leger deze staatsvorm in voorkomende gevallen verdacht maken. Daarbij verwijzen zij graag naar pogingen van de Nederlandse regering, aan het eind van de jaren veertig, om van de altijd centralistisch bestuurde kolonie op de valreep de `Verenigde Staten van Indonesië' te maken.

Na de storm van kritiek die vorig jaar over hem heen kwam, zwijgt Rais meestal over zijn federale voornemens, maar desgevraagd zegt hij nog altijd voorstander te zijn van die staatsvorm. Tot nu toe is echter nog onduidelijk hoe hij die federale staat precies zou willen vormgeven. Volgens prof. dr. Andi Abdul Muis, hoogleraar communicatie- en rechtswetenschappen aan de universiteit van Ujung Pandang, heeft de nationale Mandaatpartij wegens dit programmapunt van Rais veel aanhangers in provincies buiten Java. ,,Een federale republiek zou eindelijk een eind maken aan de overheersing vanuit Jakarta,'' aldus Muis.

De delegatie uit Irian Jaya, die vorige maand Jakarta bezocht, heeft volgens delegatiewoordvoerder Tom Beanal in de eigen provincie vastgesteld dat daar nauwelijks voorstanders zijn van de federale oplossing. Beanal verwees naar een enquête die zou uitwijzen dat de overgrote meerderheid van de ondervraagden alleen een onafhankelijk West-Papoea wil. Een klein deel zou als tussenoplossing voorstander zijn van meer autonomie. Eind deze maand zal, naar wordt verwacht, de regering-Habibie antwoord geven op de eis van de Papoea's. Maar volgens Michael Manufandu, oud-burgemeester van provinciehoofdstad Jayapura, moet het optreden van de delegatie gezien worden in het licht van onderhandelingen tussen lokale bestuurders in Jayapura en Jakarta. Manufandu trad op als bemiddelaar tussen vertegenwoordigers van de centrale regering en de delegatie uit Irian. ,,De onderhandelingen gaan over meer autonomie, decentralisatie en vooral meer geld. Tot nu toe heeft onze provincie bijvoorbeeld maar een gering aandeel in de royalty's die de Indonesische regering krijgt van PT Freeport Indonesia, de Amerikaanse onderneming die in het centrale Bergland een van de grootste koper- en goudmijnen ter wereld exploiteert. Maar we willen ook gewoon meer zeggenschap in onze eigen provincie. Leden van de delegatie uit Irian Jaya zeggen: `Waarom moeten onze hoge ambtenaren en bestuurders altijd uit andere delen van Indonesië komen?''' Daarnaast gaat het de meeste Irianezen volgens Manufandu eenvoudig om landkwesties. Net als naar andere delen van Indonesië, heeft de regering de afgelopen decennia in zogeheten transmigratieprogramma's inwoners van dichtbevolkte eilanden als Java overbracht naar het dunbevolkte Irian. Manufandu: ,,Transmigranten uit Java en Zuid-Sulawesi kregen met geld uit Jakarta land in bezit dat Papoea's als hun eigendom beschouwen. Onze mensen willen nu hun grond terug en het geld dat nu naar de transmigranten gaat, willen ze erbij.'' Identieke grondkwesties spelen overal in Indonesië waar transmigratie heeft plaatsgehad.

De nieuwe presidentiële adviseur voor oostelijk Indonesië, dr. Loade M. Kamaluddin, tot vorige maand parlementslid voor de regeringspartij Golkar, geeft de Papoea's gelijk. ,,Ondanks de megamijn van Freeport lijden de mensen honger.'' Kamaluddin behoort tot de groep hoog opgeleide, Westers georiënteerde adviseurs rond Habibie die, zoals hij het noemt, proberen ,,het oude paradigma te doorbreken''. ,,Voorheen waren bestuurders en politici bijna altijd afkomstig uit de Javaanse elite. De legertop werd voornamelijk bevolkt door Javanen en door Bataks uit noordelijk Sumatra.'' Met de komst van Habibie, die geboren is in Zuid-Sulawesi, is het Javaanse monopolie op de bestuursmacht in ieder geval doorbroken, zegt Kamaluddin. Habibie heeft op zijn beurt ook veel ministers en adviseurs van buiten Java aangesteld. ,,Onze afkorting voor `human resources development' is SDM ofwel Sumber Daya Manusia. Veel mensen leggen SDM nu echter uit als Semua Dari Makassar: ofwel iedereen komt uit Makassar (de oude naam van Ujung Pandang in Zuid-Sulawesi). Zelf kom ik ook uit die provincie.''

Het parlement behandelt op dit moment onder meer twee wetsvoorstellen waarmee de regering probeert de regio's tevreden te stellen. Het eerste ontwerp regelt meer autonomie voor de provincies en het tweede is een financiële verhoudingswet die provincies meer geld toewijst om eigen beleid te voeren. Het machtscentrum wijst de federale gedachte van mensen als Rais nog altijd af; ook Kamaluddin doet dat. ,,Het gaat niet om de formele staatsvorm, maar om inhoudelijke verbeteringen. Door de verlening van vergaande autonomie willen we nu een eind maken aan de concentraties van geld en macht in Jakarta.'' En dat betekent volgens Kamaluddin dat Habibie veel vijanden heeft gemaakt onder groepen in de elite die belangen hebben bij de status quo. ,,Er zijn aanwijzingen dat provocateurs de hand hebben gehad in de ongeregeldheden als op Ambon. Het is natuurlijk ook geen toeval dat onlangs bandopnames werden gelekt van een telefoongesprek tussen de president en de procureur-generaal over het traineren van de vervolging van Soeharto. En ik verwacht dat dit soort intriges zullen toenemen, nu de verkiezingsdatum dichterbij komt.''