Zuid-Afrika verdient het voordeel van de twijfel

De apocalyptische doemscenario's voor Zuid-Afrika zijn niet in vervulling gegaan. Maar overigens weet Derk Jan Eppink niet veel goeds te melden over het Zuid-Afrika van Nelson Mandela (NRC Handelsblad, 8 maart). Voor hem is het nieuwe Zuid-Afrika in veel opzichten het spiegelbeeld van de oude apartheidsstaat. Onder de ANC-regering zijn de rollen gewoon omgedraaid: nu worden de blanken gemarginaliseerd.

Dat is een verbazingwekkende bewering. Er zijn geen nieuwe pasjeswetten ingevoerd die blanken de toegang ontzeggen tot 87 procent van het Zuid–Afrikaanse grondgebied, tenzij hun arbeid daar tijdelijk wordt gewenst. Blanken wordt niet het eigendomsrecht op grond en huizen ontzegd. Zij zijn niet veroordeeld tot inferieur onderwijs en ongeschoolde arbeid. Ze worden niet opgesloten, opgejaagd of gecriminaliseerd. Onder het bewind van de Nationale Partij werden reeksen zwarte kranten verboden, maar Afrikaner kranten als Die Burger, Beeld en Rapport groeien en bloeien onder een ANC-regering. Leger en politie houden er niet langer doodseskaders op na, die drinkgelagen aanrichten naast de langzaam verkolende lijken van hun slachtoffers.

De Nationale Partij manipuleerde de grenzen van kiesdistricten om haar machtsmonopolie te behouden. Volgens Eppink wordt nu het registratieproces misbruikt om niet–ANC–gezinden van de stembus te weren. En in Zuid–Afrika woonachtige Europeanen mogen ook al niet stemmen. De kiezersregistratie verdient geen schoonheidsprijs. Maar net als andere Zuid–Afrikanen hebben blanken herhaaldelijk de kans gehad zich te laten registreren. Omdat blanken doorgaans over eigen vervoer beschikken en volop toegang hebben tot communicatiemedia, hadden zij het juist gemakkelijker dan hun zwarte medeburgers. Het is jammer dat een deel van hen geen moeite heeft willen doen voor de uitoefening van hun stemrecht.

Maar ronduit verontrustend is het grote aantal zwarte jongeren dat het laat afweten. Voor hen zijn de beloften van het nieuwe Zuid-Afrika niet ingelost. Op het vlak van onderwijs, scholing en werkgelegenheid zijn weinig successen te melden. Deze gemarginaliseerde jonge generatie is de echte tijdbom onder de toekomst. De beleidsruimte van de regering–Mandela is beperkt, mede als gevolg van de baan– en pensioengaranties voor de oude garde in het overheidsapparaat.

Het ontgaat me waarom de `honderdduizenden' Nederlandse staatsburgers stemrecht zouden moeten hebben in Zuid-Afrika. Het zijn er hooguit enkele tienduizenden. Daarnaast zijn er miljoenen mensen uit Lesotho, Mozambique en Zimbabwe die al jaren in Zuid-Afrika wonen en werken en ook geen stemrecht hebben.

De ANC-top is gewiekst genoeg om te beseffen dat eenpartijstaten uit de mode zijn. Ongetwijfeld koesteren velen in het ANC hegemonische ambities. De Zuid–Afrikaanse democratie zou zeker gebaat zijn bij een levenskrachtige oppositie die het ANC afhoudt van een tweederde meerderheid. Maar men kan het ANC moeilijk verwijten dat het zelf wel naar een absolute meerderheid streeft.

Zuid-Afrika beleeft het meest representatieve en meest democratische bestuur uit zijn geschiedenis. De `regenboognatie' is inderdaad meer public relations dan maatschappelijke werkelijkheid, maar na meer dan een eeuw van politieke, economische en sociale uitsluiting van de zwarte meerderheid is Zuid–Afrika voor het eerst in zijn geschiedenis op weg naar een samenleving met gelijke rechten voor alle burgers, blank en zwart, man en vrouw. (Tot 1994 golden zwarte vrouwen als wettelijk minderjarig).

Onder Mandela's opvolger Thabo Mbeki gaat Zuid-Afrika waarschijnlijk een periode tegemoet waarin minder nadruk ligt op verzoening en op het geruststellen van blanken. Zuid–Afrika blijft, met Brazilië, een van de meest ongelijke samenlevingen ter wereld. Er zal volop reden zijn om Zuid–Afrika kritisch te blijven volgen, maar het behoud van blanke privileges kan daarbij niet als maatstaf gelden. Het Zuid–Afrikaanse wonder is verre van volmaakt, maar het is lichtjaren verwijderd van de donkere dagen van de apartheidsstaat.

Dr. Ineke van Kessel is wetenschappelijk medewerker bij het Afrika-Studiecentrum te Leiden.