Witte Huis traag in zaak Chinese spion

China had in de jaren tachtig een spion in het nucleaire laboratorium Los Alamos. Waarom liet het Witte Huis de zaak sloffen?

De Amerikaanse regering probeert een nucleair spionageschandaal te bezweren, dat de betrekkingen met China ernstig onder druk dreigt te zetten. Washington erkent dat de beveiliging van het belangrijkste Amerikaanse laboratorium voor de ontwikkeling van kernwapens, in Los Alamos, jarenlang ernstig te kort heeft geschoten.

De zaak kwam in de openbaarheid toen The New York Times dit weekeinde berichtte dat China halverwege de jaren tachtig geheime nucleaire informatie heeft gestolen uit Los Alamos National Laboratory in New Mexico. Dankzij die informatie zou het China halverwege de jaren negentig zijn gelukt om een klein, maar zeer krachtig soort kernkoppen te produceren die grote gelijkenis vertonen met de geavanceerde Amerikaanse zogeheten W-88 kernkoppen.

Een ontwerper van kernwapens in het laboratorium, die al jaren verdacht werd van spionage voor China, is maandag ontslagen. Deze Wen Ho Lee, die in Taiwan is geboren maar de Amerikaanse nationaliteit bezit, is bij gebrek aan harde bewijzen echter niet in staat van beschuldiging gesteld. Of dat nog gebeurt is afhankelijk van de FBI, die de zaak onderzoekt. De Chinese regering ontkende gisteren met kracht (en voor de tweede keer) dat zij betrokken is geweest bij de diefstal van gevoelige informatie uit Los Alamos.

In het Amerikaanse Congres en de pers is felle kritiek geuit op de regering-Clinton, die de eerste berichten over de spionage-affaire, in 1996, naast zich neer zou hebben gelegd. Bij afwezigheid van president Clinton, die op reis is in Midden-Amerika, deed vice-president Gore gisteren zijn best om de storm te sussen. Gore schoof de verantwoordelijkheid voor de mogelijke diefstal van nucleaire geheimen op ,,een vorige regering''. Minister van Energie Bill Richardson, die verantwoordelijk is voor nucleair onderzoek, erkende dat er fouten zijn gemaakt. Maar hij wees er ook op dat nog niet precies is vastgesteld hoeveel schade er precies is aangericht. Ook is nog niet duidelijk of Lee alleen opereerde, danwel deel uitmaakte van een samenzwering waar ook nog andere spionnen toe behoorden.

Het Los Alamos-laboratorium werd in 1943 opgericht voor het Manhattan Project, de ontwikkeling van het eerste Amerikaanse kernwapen. Sinds het einde van de Koude Oorlog bezoeken jaarlijks honderden buitenlandse wetenschappers het laboratorium, onder meer om kennis op te doen over beveiliging van kernwapens.

Lee werkte meer dan tien jaar in Los Alamos. Al drie jaar is hij een verdachte in een onderzoek van de FBI naar berichten dat China nucleaire technologie uit het laboratorium heeft gestolen. Maar dat hij inderdaad gespioneerd heeft, is niet bewezen. De spionage zou midden jaren tachtig hebben plaatsgehad, maar pas in 1995 zijn opgemerkt door de Amerikaanse autoriteiten. De Chinezen bleken onverwachts snel een miniatuur kernkop ontwikkeld te hebben, waarvan er verscheidene in de neus van een raket passen. Die sprong in het Chinese atoomprogramma wekte het vermoeden van spionage, en al snel viel de verdenking op Lee. Ook zijn vrouw, die eveneens op het lab werkte, wekte verdenking. In 1985 nodigde China haar uit om een lezing te houden over computertechnologie, ook al was ze een secretaresse.

Het afgelopen weekeinde heeft de FBI Lee intensief verhoord, maar dat leverde niet veel op. Een leugendetector gaf de afgelopen maanden twee keer aan dat hij de waarheid niet sprak. Hij weigerde volgens de FBI aan het onderzoek mee te werken, zou zich uitdagend hebben opgesteld en zou vasthouden aan zijn onschuld.

Voor de Amerikaanse regering brengt de affaire twee ernstige poblemen met zich mee. Het Congres, dat toch al grote reserves heeft over de toenadering tot China, kan nu ernstig gaan dwarsliggen. Het Witte Huis had sommige commissies van het Congres maanden geleden al in grote lijnen van de affaire op de hoogte gesteld, maar de meeste senatoren en Afgevaardigden beginnen nu pas de ernst van de zaak te onderkennen.

De vraag waarom het Witte Huis de zaak zo liet sloffen, is nog niet beantwoord. In 1996 wist Sandy Berger – nu de Nationale Veiligheidsadviseur, toen diens plaatsvervanger – dat er mogelijk een spion voor China in Los Alamos werkte. Meer details kreeg Berger in 1997, maar pas begin 1998 gaf Clinton opdracht voor strengere veiligheidsmaatregelen en een contraspionageproject. In de zomer van dat jaar werd het een ambtenaar van het ministerie van Energie, die de zaak in 1995 onder de aandacht van de FBI had gebracht, verboden om het Congres in te lichten.

Waarom was het Witte Huis zo voorzichtig? Was men bang dat de beschuldigingen weer opgerakeld zouden worden dat de Chinese regering geld in de verkiezingskas van Clinton en Gore had gestort? Wilde men de goedkeuring van de export van geavanceerde technologie naar China niet in gevaar brengen? Of moest de toenadering tot China beschermd worden? De Senaatscommissie voor inlichtingendiensten houdt binnenkort een hoorzitting over de kwestie.