Verwijt aan Brinkhorst

Twee Nederlandse Europarlementariërs van dezelfde fractie zijn het niet met elkaar eens over het ,,dragen van twee petten''.

Europarlementariër Laurens Jan Brinkhorst (D66) moet zich terugtrekken als rapporteur voor de kwijting van de begroting van 1997 van de Europese Unie.

Dit zegt de leider van de Europarlementariërs van de VVD, Jan Kees Wiebenga. Hij vindt dat Brinkhorst de schijn van vermenging van belangen moet vermijden. In het Europees Parlement behoren de leden van de VVD en D66 tot dezelfde Liberale en Democratische fractie.

Als rapporteur moet Brinkhorst de kwaliteit van het financieel management en de fraudebestrijding bij de Europese Commissie beoordelen. Tegelijkertijd echter heeft Brinkhorst de Commissie laten weten na afloop van zijn mandaat als Europarlementariër deze zomer een hoge ambtelijke functie te ambiëren. Brinkhorst, die binnenkort zestig jaar wordt, kan als oud-ambtenaar van de Commissie verlangen dat hem een baan wordt aangeboden op zijn oude niveau.

Hij was van 1983 tot 1986 hoofd van de delegatie van de Europese Commissie in Japan en daarna tot 1994 directeur-generaal milieuzaken in Brussel. Vervolgens werd hij lid van het Europees Parlement.

Brinkhorst zegt dat de kwestie van zijn verschillende belangen in de fractie is besproken en dat hij daarbij ,,het volledige vertrouwen'' heeft gekregen. Hij wijst er bovendien op dat geen enkele regel verbiedt dat een voormalige Europees ambtenaar als Europarlementariër rapporteur is voor de kwijting van de begroting van de Europese Unie. Hij wijst er verder op dat hij in januari heeft laten zien dat hij onafhankelijk is door in het Europeees Parlement voor een motie van wantrouwen te stemmen die tegen de Europese Commissie was gericht.

Volgens zijn fractiegenoot Wiebenga heeft Brinkhorst binnen de liberale fractie geen ,,volledig vertrouwen'' gekregen, maar heeft een meerderheid hem slechts ,,het voordeel van de twijfel'' gegeven. Dat is gebeurd nadat de fractievoorzitter, de Ier Patrick Cox, bij consultatie van de christen-democratische en socialistische fracties en van de commissie voor begrotingscontrole geen overwegende bezwaren tegen het rapporteurschap van Brinkhorst had gesignaleerd. De Europarlementariërs van de VVD hebben echter aan hun standpunt vastgehouden dat er sprake is van ,,een oorlog tussen het Parlement en de Commissie over de bestrijding van fraude'' en dat Brinkhorst daarbij niet een cruciale rol kan vervullen ,,met twee verschillende petten op''.

De Europese Commissie overleefde in januari een motie van wantrouwen die was ingediend, nadat het Europees Parlement had geweigerd kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting over 1996. Verwacht wordt dat het Parlement grote moeite zal hebben met het verlenen van kwijting voor de begroting van 1997.

Volgende week presenteert een comité van wijzen, onder wie de Nederlandse ex-voorzitter van de Europese Rekenkamer André Middelhoek, een rapport met een oordeel over Eurocommissarissen die zijn beschuldigd van vriendjespolitiek en betrokkenheid bij fraude. De Europese Commissie schat de kans groot op een nieuwe aanvaring met het Europees Parlement. De positie van de Franse Eurocommissaris Edith Cresson, die veelvuldig van nepotisme is beschuldigd, zal hierbij een belangrijke rol spelen.

De voorzitter van de Commissie, Jacques Santer, heeft zich in het openbaar van Cresson gedistantieerd. Maar deze Eurocommissaris, een voormalige Franse socialistische premier, wil niet opstappen. Het Europees Parlement kan alleen de voltallige Europese Commissie en geen individuele commissarissen naar huis sturen.

Brinkhorst is niet de enige voormalige Europees ambtenaar in het Europees Parlement.

Jessica Larive (VVD) bekleedde tot 1984 een lage positie bij de Europese Commissie en kan na afloop van haar mandaat als parlementslid in juni ook aanspraak maken op terugkeer.

De lijsttrekter van D66 voor de Europese verkiezingen van juni, Lousewies van der Laan, ex-woordvoerster van Eurocommissaris Hans van den Broek, heeft ook de status van Europees ambtenaar en kan na afloop van haar politieke loopbaan eisen dat zij weer in dienst treed van de Europese Commissie. Van der Laan meent dat Europarlementariërs die de zekerheid hebben van een latere baan bij de Europese Commissie, onafhankelijker kunnen optreden dan Europarlementariërs die na afloop van hun mandaat een baan moeten zoeken. ,,Ik behoef niet allerlei vriendjes te maken.''