Truly, Madly, Deeply

Met de liefde en de dood is het in het dagelijks leven vaak nogal behelpen. Om van de combinatie van die twee maar te zwijgen.

Maar de speelfilmerij biedt, zoals het therapeutisch escapisme betaamt, op dit vlak velerlei uitvalswegen, vluchtheuvels en alternatieve routes. Door de dood verstoorde liefdes kunnen in de bioscoop alsnog keurig worden afgehecht omdat de overleden partij - meestal de man - eenvoudigweg terugkeert naar de treurende weduwe op aarde. In Ghost (Jerry Zucker, 1990), bijvoorbeeld, biedt een overleden Patrick Swayze de helpende hand aan Demi Moore. En in Always (Steven Spielberg, 1989) is het de neergestorte Richard Dreyfuss die vanuit het hiernamaals bijstand verleent aan zijn treurende geliefde Holly Hunter.

Als intelligente Britse tegenhanger van deze Amerikaanse producties diende zich destijds - krap tien jaar geleden - Truly, Madly, Deeply aan, het bioscoopdebuut van de Engelse regisseur die later de met Oscars overladen semi-intellectuele liefdesgeschiedenis The English Patient zou maken. Anders dan Ghost of Always bevat deze film geen thriller-elementen of andere Hollywood-vernisjes die het zicht op het eigenlijke thema ontnemen. Truly, Madly, Deeply gaat onomwonden over rouwverwerking.

Juliet Stevenson speelt onweerstaanbaar de hoofdrol van een vrouw die de warme belangstelling geniet van een legertje mannen - onder wie een romantisch-Poolse klusjesman - maar die overduidelijk nog niet klaar is met de dood van haar geliefde cellist (Alan Rickman). Psychisch zit ze nog ergens tussen ontkenning en woede. Het liefste sluit ze zichzelf op in haar gehavende, door ratten geteisterde appartement. Maar na een half uurtje film kan ze zich weer in de armen sluiten van haar overleden geliefde, die kennelijk teruggekeerd is om haar - zij het met spijt - een handje te helpen bij de acceptatie van zijn eigen dood. Dat lukt hem natuurlijk, al heeft hij daar wel de pressie van een aantal collega-overledenen voor nodig, die Stevenson gaandeweg letterlijk voor de voeten lopen.

Deze overbodige scenaristische kunstgreep behoort tot de schoonheidsfoutjes van Truly, Madly, Deeply, die verder juist uitblinkt in een nuchter-alledaagse, je zou haast zeggen `realistische' verbeelding van de tragikomische wanhoopsfantasie van een weduwe in de kou.

Truly, Madly, Deeply (Anthony Minghella, 1991, Engeland). Belg.2, 20.55-22.45u.