Tibetaanse ballingen raken moedeloos

Op 10 maart 1959 kwam de bevolking van de Tibetaanse hoofdstad Lhasa in opstand tegen de Chinese bezetters. Veertig jaar later lijkt de steun van de Tibetaanse ballingen aan de Dalai Lama steeds verder af te brokkelen.

Lhasang Tsering wil vechten. Net als in de jaren zeventig, toen hij met een guerrillagroepering vanuit Nepal vocht tegen de Chinese bezetters van zijn land. ,,Hoe minuscuul ook, het is de enige kans die we hebben om Tibet vrij te krijgen', zegt hij in zijn kleine woning aan de rand van Dharamsala, een bergdorp in de Indiase Himalaya's. ,,Wat heeft vijftig jaar geweldloze politiek opgeleverd?'

De onvrede groeit onder de honderden Tibetaanse ballingen in Dharamsala, al bijna veertig jaar het hoofdkwartier van de Dalai Lama en zijn regering in ballingschap. Al sinds 1950 – het jaar waarin Chinese troepen Tibet binnen vielen – voert de nu 63-jarige spirituele leider namens zes miljoen Tibetanen een politieke strijd voor de vrijheid van zijn land, maar hoe hartelijk hij ook wordt ontvangen in de hele wereld, Tibet is en blijft een bezet land, zo moeten de ballingen concluderen.

Vanuit zijn residentie op een berg boven `Klein Lhasa', zoals het kleurige ballingendorp vaak wordt genoemd, moet de Dalai Lama steeds vaker toegeven dat zijn beleid van de geweldloze middenweg de Tibetaanse bevolking niets heeft opgeleverd. Integendeel, menen velen.

,,De situatie in Tibet wordt elke dag erger', zegt Lhasang Tsering, die vlak bij de tempel van de Dalai Lama een boekhandeltje drijft en werkt voor het Instituut voor Tibetaanse Studies. ,,De Chinese martelingen gaan onverminderd verder. De Tibetaanse beschaving wordt stelselmatig vernietigd, het land wordt overspoeld door Chinese immigranten. Er zijn al meer Chinezen dan Tibetanen in Tibet. Moeten we nog 50 jaar toekijken hoe ons volk uitsterft?'

Tsering is een van de duizenden Tibetaanse ballingen die de afgelopen decennia neerstreken in Dharamsala. Allen volgden het voetspoor van de Dalai Lama, die in maart 1959 naar India vluchtte nadat de bevolking van Lhasa in opstand was gekomen tegen de Chinese bezetters.

In alle windrichtingen rondom de bescheiden residentie van de Dalai Lama is India veranderd in Tibet. Onder de besneeuwde bergen waarachter hun vaderland ligt, waaien talloze boeddhistische gebedsvlaggetjes in de wind, tussen de tempels en de huizen wapperen Tibetaanse vlaggen, hangen foto en schilderijen van de Dalai Lama en komen Tibetaanse volksliedjes krakend uit oude muziekinstallaties. Geen gebouw waarop het handgeschilderde of opgeplakte Free Tibet ontbreekt.

Vanuit een klooster boven het dorp oefenen 20 jongeren voor de uitvoering van een oude Tibetaanse opera. De smalle straatjes kleuren donkerrood als honderden boeddhistische monniken en nonnen uit de tempel van de Dalai Lama stromen na hun middaggebeden.

In het centrum voor vluchtelingen is het druk. Kinderen, ouderen, studenten, boeren en monniken vertellen hun verhaal. Een student uit Lhasa vertelt hoe hij wekenlang op de grond moest zitten nadat hij was opgepakt – waarom hij was gearrsteerd, wist hij niet. Een jonge non uit een klooster in het oosten van Tibet werd gedwongen de Dalai Lama af te zweren als haar spirituele en politieke leider. Ook zij bleef dagenlang in een koude, donkere cel zonder wc. Dagelijks komen ze aan in Dharamsala: gehavende, dodelijk vermoeide Tibetanen met betraande gezichten, in kleine groepjes, na een lange vlucht voor de Chinese autoriteiten. Hemelsbreed is Dharamsala niet meer dan 200 kilometer van Tibet, maar de meesten bereiken de vrijheid pas na een barre, levensgevaarlijke voettocht over de hoogste bergpassen ter wereld.

Doordat de Tibetaanse ballingen vrijwel dagelijks in contact komen met pas aangekomen landgenoten, blijft een pijnlijke band met het moederland in stand, zegt een monnik die al negen jaar in Dharamsala woont. ,,We willen alles weten over Tibet, maar na het horen van de verhalen is er alleen maar lijden.'

De Dalai Lama lijdt in stilte mee, niet in staat om het ultieme doel van de Tibetanen dichterbij te brengen. Zelfs niet nadat hij in 1989, het jaar waarin hij de Nobelprijs voor de vrede kreeg, zijn eis voor onafhankelijkheid inruilde voor een autonoom Tibet binnen de Chinese staat omdat hij die optie de meest reële kans toedichtte. De laatste jaren gaf de Dalai Lama verschillende keren toe dat zijn `middenweg-politiek' tot niets had geleid, maar bleef hij zijn morrende medevluchtelingen oproepen niet te grijpen naar middelen van geweld. Ook vanochtend nog onderstreepte hij in een verklaring dat hij niet uit is op onafhankelijkheid van Tibet. ,,Het diepe wantrouwen tussen de Tibetanen en de Chinezen moet worden overbrugd', aldus de Dalai Lama.

,,Zijne Heiligheid heeft te veel vertrouwen gehad in de Chinese regering', zegt Lhasang Tsering, die behoort tot een groeiende groep Tibetanen die kritiek durft te uiten op de goddelijke leider. ,,Het opgeven van de eis van onafhankelijkheid is een grote fout geweest. Hoe kunnen wij ooit naar Tibet terugkeren zolang er Chinezen wonen, dezelfde mensen die onze ouders hebben vermoord?'

De frustratie van Tibetanen kwam het afgelopen jaar verschillende keren naar buiten. Leden van het Tibetan Youth Congress, Tibets grootste politieke organisatie, vielen twee maanden geleden de Chinese ambassade in New Delhi binnen. In april vorig jaar begonnen zes Tibetanen in een park in New Delhi een hongerstaking uit protest tegen de Verenigde Naties, die de kwestie-Tibet al sinds de jaren '60 niet meer op de agenda heeft staan. De hongerstaking leidde tot de zelfdoding van Thupten Ngodup, een 50-jarige Tibetaanse monnik die zich in brand stak in een park in New Delhi. ,,Na de hongerstaking werd er tenminste weer over Tibet gediscussieerd', zegt Tenzin Chokey van het Tibetaanse Centrum voor Mensenrechten en Democratie, dat is gevestigd in de bescheiden gebouwen van de regering-in-ballingschap, onderaan de heuvel waar de Dalai Lama resideert.

Ook de Dalai Lama gaf toe dat de aandacht voor Tibet was opgeleefd, maar wees de hongerstaking af omdat die niet past binnen zijn geweldloze, boeddhistische levensfilosofie. ,,Ik verkeer in een dilemma', zei hij onlangs over het groeiende radicalisme binnen de Tibetaanse beweging. Een alternatief met uitzicht op succes kan hij zijn landgenoten niet bieden. Steeds minder vaak horen de Tibetanen hem zeggen dat 50 jaar Chinese bezetting in het licht van de geschiedenis een relatief korte tijd is. ,,We kunnen niet nog eens 40 jaar wachten op onze vrijheid', zegt Tseten Norbu, voorzitter van de Tibetan Youth Congress. Ook zijn organisatie is het openlijk oneens met de Dalai Lama en stelt dat alleen een onafhankelijk Tibet bespreekbaar is.

De invloedrijke voorzitter van het Tibetaanse parlement-in-ballingschap, Samdhong Rinpoche, oppert een andere mogelijkheid. Naar het voorbeeld van Mahatma Gandhi stelt hij voor dat alle Tibetanen in Tibet weigeren nog langer voor Chinezen te werken, en Chinese winkels en goederen te boycotten. ,,Het is onze plicht iets te doen', stelt Rinpoche. ,,De geschiedenis zal het ons niet vergeven als wij stil blijven.'

Lhasang Tsering ziet het liefste vandaag nog het begin van een gewapende opstand. Elke avond vertelt hij zijn kinderen, die in India werden geboren, over Tibet. Over de eindeloze, besneeuwde bergketens; over het Potala, het kolossale paleis in Lhasa waar de Dalai Lama als kind mediteerde, speelde en boeddhistische teksten bestudeerde; en over de guerrillastrijd die hij in de jaren '70 vanuit Mustang voerde, met steun van de Amerikaanse CIA. ,,Vergelijk het met een grote, hongerige kat in één ruimte met een muis', zegt Tsering. ,,Als de muis niks doet en zijn ogen sluit, gaat hij eraan, want de kat heeft honger. Misschien heeft hij een kans van één op een miljoen als hij rent of aanvalt, maar hij heeft tenminste een kans. China zal Tibet nooit vrijwillig opgeven, dat is de afgelopen 50 jaar bewezen. De wereld kijkt al 50 jaar de andere kant op, dus moeten wij het heft in eigen hand nemen. We moeten alleen wel bereid zijn de prijs voor onze onafhankelijkheid te betalen.'

Dalai Lama

Op het kaartje bij het artikel `Elk verhaal vergroot het lijden' (in de krant van woensdag 10 maart, pagina 4) is het stadje Dharamsala verkeerd ingetekend. Het hoofdkwartier van de Dalai Lama in Dharamsala is gevestigd ten noorden van New Delhi.