Modelopvoeding, maar ondertussen

Het is nog niet zo lang geleden dat er zich een hardnekkige opvoedkundige strijd afspeelde over de vraag of seksuele opvoeding onmisbaar was voor de ontwikkeling van de tere kinderziel. Die strijd is beslecht met het resultaat dat diegenen die voorlichting onwenselijk vinden, een zwijgende minderheid zijn geworden. Die zwijgzaamheid maakt het moeilijk om de heersende opvattingen te bepalen.

Wat staat er in jeugdherinneringen over de seksuele opvoeding? Als er al wat gezegd wordt, is de boodschap dat er niets aan gedaan werd, meestal genoteerd op verwijtende toon.

Zo'n honderd jaar geleden was het nog zeer ongebruikelijk om kleine kinderen iets te vertellen over de voortplanting, laat staan over seks. Een boekje Moeder en Kind van de onderwijzeres en schrijfster Nellie van Kol veroorzaakte in 1898 een heuse opschudding. Het vormde jarenlang de aanleiding voor verhitte discussies. Haar dochter Lili Schaank-van Kol publiceerde in 1914 haar herinneringen aan die voorbeeldige seksuele opvoeding. Tegenstanders van die nieuwlichterij konden in triomf vaststellen dat alles wat fout kon gaan, ook mis was gegaan.

Lili van Kol groeide op in Indië. ,,Twee sterke invloeden ten goede werkten op mij in, ten eerste de weldadige eenzaamheid van het oerwoud (...) en ten tweede de persoonlijkheid mijner moeder. Streng en toch vol liefde beschermde zij het vroegrijpe kind tegen verkeerde indrukken''.

Op haar eigen verslag afgaand lukte dat niet erg. De vroegrijpheid van de kinderen in de tropen was een obsessie voor de vaderlandse pedagogen, door Lili van Kol hier als excuus aangevoerd: ,,Het gevaar nu, bestond hierin. Gij weet hoe de Indische vrouw haar eigen kinderen en die harer meesters liefheeft met een blinde, slaafse liefde. Alles wat gevraagd wordt doet ze; liefhebben is bij haar dienen, dienen en nog eens dienen. Welnu, voor een autoritair en vlug kind als ik was schuilde hier in een groot gevaar en ma had de grootste moeite het mij af te wennen. Nooit duldde zij een onvriendelijk woord of een bevel.''

Maar of deze ideale moeder er ook in slaagde haar dochter in toom te houden. Het lijkt van niet: ,,Maar ik was niet enkel heerszuchtig, ik had ook een paar scherp-ziende ogen, die overal heenzagen, en hiervan merkte ma lang niet alles. Ik ging dus ook naar de bedienden om een ongezonde nieuwsgierigheid te voldoen, wel wetend dat zij op mijn bevel de malste dingen zouden opvoeren. (Niet slechts enkel dwaas, maar hoe licht had het ernstig kunnen worden!)''

De suggestie is hier dat Lili de bedienden opdroeg voor te doen hoe kinderen gemaakt worden. Dit zou zelfs voor progressief pedagogisch Nederland te erg zijn geweest. Dus ze haast zich te verzekeren dat het niet `ernstig' is geworden. ,,Wel vermoedde ma dat alles, en als reactie hiertegen gebruikte zij het zekerste middel, de kinderlijk-naïeve behandeling van natuurlijke dingen. Rustig en eenvoudig vertelde ze me wat ik begrijpen kon en ik wist dat ik bij haar op elke vraag een ernstig antwoord kon horen, maar toch – dat zwoele, dat verbodene dààr, trok me zo heel sterk.''

Nee, tegen die nieuwsgierigheid hielp ma's voorlichting niet, hoe mooi ook. Terug in Europa was ze de beste kameraad van de jongens, tot het begin van de puberteit. ,,En ook hier, evenals in Indië loerde de ongezonde zinnelijkheid. Weer gluurden mijn scherpe ogen rond en vonden volop te zien. Op de muren stonden, open en bloot, dingen geschreven van onzedelijkheid tussen meisjes en jongens. Wel begreep ik het niet, maar het trok me onweerstaanbaar aan, en ik zocht verder. Al heel gauw ontmoette ik een meisje dat meer wist, en in het verborgene deden wij, zo niet gemene dan toch gewaagde dingen, tot ik mij plotseling bewust werd van mijn daden en wegliep.''

De discretie is weer te groot om een hint te geven wat die gewaagde dingen waren. Maar goede voorlichting was nu juist bedoeld om dit soort twijfelachtig gedrag in te tomen en dat was weer niet gelukt. De omgang met de andere sekse was ook al niet voorbeeldig. De jongens deden wel geen gewaagde dingen, ,,die waren enkel maar verliefd op mij wat prettig en vervelend was. Prettig, omdat ze mij dan al de plekjes wezen waar de eerste meiklokjes bloeiden en de geurigste aardbeien rijpten, en mij allerlei diensten bewezen; vervelend, omdat ze mij telkens zoenen wilden. En één van hen had verzonnen dat ik elke keer dat we uitrustten op onze wandeling, hem zoenen moest; ik sleepte mij zolang mogelijk voort, maar die vent nam de slechtste paden, dus moest ik wel rusten en zoenen!''

De kinderlijke fascinatie met seksuele zaken was voor deze generatie nog een troebel mysterie. Achteraf denk je dat die kinderen de preoccupatie van hun ouders registreerden en dat dát de interesse teweegbracht. De alomtegenwoordigheid van seks in de media heeft die nieuwsgierigheid nu achterhaald. Seksuele opvoeding kent tegenwoordig andere problemen.

Nellie's dochter Lili [L. Schaank-Van Kol], Jeugdherinneringen. In: Het Kind. Veertiendaagsch Blad voor Ouders en Opvoeders. 11 juli, 8 aug., 5 sept 1914, 4 sept. 1915