Kunst en gezin

Misschien hoorde Enneüs Heerma het nog vlak voor zijn dood. Dat het Boekenbal, drie en een half jaar nadat hij smadelijk werd uitgelachen in de Tweede Kamer, nu ook de familie als thema heeft gekozen. Zo komt de Amsterdamse intellectuele voorhoede helemaal achteraan, na Den Haag en helemaal na de bewoners van de Boterbloemweide in Woerden.

Bij het Boekenbal trekken zwermen tv-verslaggevers naar de feestende auteurs met de brandende vraag ,,zeg eens iets geks voor de kijkers''. Gisteren moest het over familie gaan.

Remco Campert had, zei hij in het Journaal, met het schrijven van het boekenweekgeschenk de warmte van zijn beroemde, in de oorlog geëxecuteerde vader naar zich ,,toe gehaald''. ,,Ik heb nu familie naar mijn idee''. Hij spreekt ernstig en precies, heel anders dan zijn sidekick en medeschrijver Jan Mulder die luidruchtig wil vermaken. Die was opgegroeid in een jaren-vijftig-gezin, niets bijzonders, en tegenwoordig ben je daar trots op.

Connie Palmen, die zich bij zo'n interview altijd wanhopig door de haren strijkt, hield zich aan de hoofdstedelijke traditie en vond familie niet zo'n thema, zei ze bij B&W. Daarom had ze het gemeden in haar boekenweekgeschenk. ,,Je wil toch niet zeggen dat je niet van autobiografische romans houdt?'', reageerde Paul Witteman quasi-verbaasd. Maar wat valt er te schrijven over een tamelijk gewoon gezin? Zo iemand doet liever stof op in de geïndividualiseerde mini-metropool. Creatie in plaats van procreatie.

Tot mijn spijt eindigde ook gisteren het familie-epos van Maria Goos, Oud Geld. Beter dan het Amerikaanse Dallas en Falconcrest bij elkaar. Een ware Buddenbrooks, die ondergang van de bankfamilie Bussink, maar dan gezelliger. Je valt hier net wat minder hard dan in het negentiende eeuwse Lübeck of in het twintigste eeuwse Texas. Wat mij betreft had het nog wel een jaartje door kunnen gaan. Het einde was te abrupt. Die Goos had er plotseling geen zin meer in. Een justitieel onderzoek wegens een enkele tikfout in een aandelenprospectus? Onwaarschijnlijk.

Maar dan was er die schitterende ontgoocheling van de pater familias bij de bekendmaking van de uitverkoop van de bank, huilen en lachen tegelijk. Maar pappa zou de failliete zoon steunen. ,,Als pappa zegt `het is zo', dan is het zo'', zei moeder. De acteurs wisten met elkaar een nestgevoel op te roepen, de broers, de zus, de zwagers. Vertrouwdheid alsof ze elkaar al tientallen jaren kenden. Gijs Scholten van Aschat als de sociaal vaardige failliete zoon, Eric van den Donk als oude vader, Annet Nieuwenhuizen als zijn gedistingeerde vrouw, Annemarie Prins als bokkige tante. Er zat geen zwakke speler bij.

De hoofdfiguren waren uit het dagelijkse leven weggelopen. Gedurende de serie veranderden de karakters en dat zie je zelden. De stuurse, eenzelvige oudste zoon Kiet moest tegen zijn zin in de raad van bestuur plaats nemen. Een lange man met steeds gespannen kaakspieren. Toen zijn bank gedeeltelijk werd opgekocht door Koreanen, wist hij niet hoe hij het aan het personeel moest zeggen. Dus deed hij het maar niet. Hij bloeide op bij het uitdokteren van een nieuw beleggingsmodel.

Goos heeft gevoel voor humor. Ik heb vaker gelachen dan bij al die Nederlandse comedies die maar niet leuk willen worden. De survivaltocht door de Veluwe met de bankdirectie onder leiding van de kettingrokende Annet Malherbe was fantastisch. Of zoon Ole knalt zijn bokkige tante Maud onhandig uit de auto op de rolstoel, terwijl hij zich luidruchtig ergert aan al die familieleden die alwéér te laat zijn voor zijn veiling.

Wat al te gemakkelijk vond ik het type van Baks, de homoseksuele verrader van de bank. Geen familie, hij hoorde nergens bij, sliep bij vrienden op de grond. Het Hollywood-cliché van de valse nicht lijkt me niet iets om over te nemen in Hilversum. Gezin is hier geen codewoord voor bestrijding van homoseksualiteit. Daarom was het misschien nooit zo'n romanonderwerp.