Ian McKellen

In een reeks profielen van eigentijdse sterren deze week Sir Ian McKellen, coryfee van het Britse theater, homo-activist en genomineerd voor een Oscar als beste acteur, wegens zijn rol van Hollywoodregisseur James Whale in Gods and Monsters.

In een chat-sessie met zijn fans (de tekst is te vinden op de officiële Internet-fanpagina www.mckellen.com) zei Sir Ian McKellen totaal niet geïnteresseerd te zijn in een positie als ster, in theater noch in film, maar alleen in de reputatie van een goed acteur. Zijns ondanks is Ian Murray McKellen (Burnley, 25 mei 1939) toch in die rol beland, vooral door een aantal opvallende recente filmprestaties. Ook al benadrukt McKellen dat van zijn ongeveer twintig filmpersonages er maar vier homoseksueel waren, zijn opvallende openhartigheid, die begon met een interview in 1988 en onder meer tot uitdrukking kwam in publiek verzet tegen de homofobe Britse wetgeving en het mede oprichten van de pressiegroep Stonewall Group UK, droeg bij aan de tamelijk unanieme bewondering voor McKellens luciditeit, als acteur en als persoon. Ondanks zijn oppositie tegen de regering-Thatcher, werd hij in 1990 in de adelstand verheven en is hij nu een van de weinige openlijk homoseksuele Engelse edelen.

Genereus is McKellen ook; gevraagd naar zijn favoriete tegenspelers noemt hij niet alleen Dame Judi Dench en Meryl Streep, maar ook Brendan Fraser, de goed geproportioneerde jonge tuinman die in Gods and Monsters (goed voor McKellens eerste Oscarnominatie) de lusten opwekt van de stervende Hollywoodregisseur James Whale: ,,Als je tegenover Brendan Fraser acteert, zie je niet hoe goed hij is, dat ontdek je pas als je de film bekijkt. In dat opzicht lijkt hij op Marilyn Monroe.'' Het compliment roept meteen The Prince and the Showgirl (1957) in de herinnering, de film waarin Laurence Olivier als regisseur niet kon verhullen dat Monroe hem als acteur wegspeelt. Dat overkomt McKellen geenszins.

In het theater begon McKellen ook onderaan, in het Noord-Engelse amateurtoneel. Hij groeide op in het mijnstadje Wigan, waar zijn vader ingenieur was (`bij ons thuis was het mijn vader die piano speelde'). Toch prefereerde Ian McKellen de achternaam van zijn moeder. De toneelprestaties van McKellen, zowel bij The Royal Shakespeare Company als The Royal National Theatre, zijn legendarisch. Iets is daarvan op film te zien, bij voorbeeld in de filmversie van Bent, maar vooral door zijn titelrol in Richard III (Richard Loncraine, 1995), gebaseerd op een scenario van McKellen en theaterregisseur Richard Eyre. Al vanaf 1969 speelt McKellen filmrollen, zowel in Britse producties (hij was minister John Profumo in Scandal) als in Hollywood: Last Action Hero (als de Dood), The Shadow, een oorlogsmisdadiger in Apt Pupil en binnenkort in Mission Impossible II. McKellens sublieme hoofdrol in Gods and Monsters, die je van harte een Oscar toewenst, zou verandering kunnen brengen in zijn nog steeds in eerste instantie door het theater gedomineerde roem. Het kost weinig moeite om in zijn vertolking van zowel de vermoeide superioriteit als de eenzaamheid van Hollywood-immigrant Whale de echte McKellen te ontdekken. Als Anthony Hopkins stopt, is McKellen de eerste kandidaat voor de vacature van beste actieve filmacteur.