Gefundeerd debuut van 18-jarige

Je moet wel lef hebben om zo'n beladen symbool als de appel tot inzet te maken van een film die zo'n beetje overal over gaat. Over kennismaken met het leven en de waarheid bijvoorbeeld. Maar lef kan de inmiddels achttienjarige Iraanse filmmaakster Samira Makhmalbaf niet worden ontzegd. Na met haar eigengereide optreden én haar hoofddoekje de internationale filmfestivals te hebben veroverd, is nu de reden van al dat tumult in de bioscopen te zien. De appel (Sib) is haar eerste lange film, maar haar filmografie omvat al twee korte films en een regie-assistentschap bij De stilte van haar vader Mohsen, die later dit jaar in Nederland zal worden uitgebracht.

Waarom het merendeel van de films die uit Iran het Westen bereikt een soort semi-realistische pseudo-speelfilms is, is een vraag die ook Makhmalbaf, als regisseuse van één ervan, moeilijk kan beantwoorden. Van de zeventig films die er jaarlijks in haar vaderland worden gemaakt, is er slechts een handjevol géén commerciële of propagandistische productie, zo haastte zij zich eind vorig jaar tegen een Belgische krant te verklaren. Opvallend is het echter wel dat juist de fake-documentaires van Abbas Kiarostami (Waar staat het huis van mijn vriend?, The taste of cherry) en Mohsen Makhmalbaf (Salaam Cinema, A Moment of Innocence) het in Europa zo goed doen. Hun spel met werkelijkheid en verbeelding, de manier waarop zij speelfilms als documentaires presenteren of juist de realiteit in een geënsceneerde vorm gieten en tegelijkertijd de filmmakerij ondervragen, is enerzijds een manier om de censuur te omzeilen en houdt anderzijds een politieke stellingname in tegen in dictaturen zo misbruikte begrippen als waarheid en leugen.

Makhmalbaf kreeg het idee voor haar film na het zien van een televisiereportage over een armoedig gezin in een buitenwijk van Teheran, waarvan de vader zijn tweelingdochters sinds hun geboorte opgesloten hield in huis. Met filmmateriaal dat eigenlijk voor haar vaders film De stilte bestemd was, besloot zij de resocialisatie van de inmiddels twaalfjarige zusjes vast te leggen. Daarbij zowel gebruik makend van authentieke gebeurtenissen, zoals het bezoek van de maatschappelijk werkster, als nagespeelde en bedachte scènes, zoals het verlangen van de meisjes naar een appel en het moment waarop zij zichzelf voor het eerst in de spiegel zien.

Juist door de introductie van die fictieve elementen bewijst Makhmalbaf dat zij een stapje verder kan gaan dan de kluwen van schijndocumentaires waarin haar vader en Kiarostami elkaars (en hun eigen) films becommentariëren, ontwrichten en aanvullen. Zij onthult in het treurige relaas over een achterlijke familie een universele thematiek die zowel de tragiek van Kaspar Hauser in de herinnering roept, als de geschiedenis van Adam en Eva in het paradijs. De bevrijding van Masoemeh en Zahra houdt tegelijkertijd hun zondeval in. Van een geïsoleerd, bijna autistisch, oncomfortabel, maar wel gelukzalig - want onwetend - bestaan worden zij in een wereld gebracht waarvan ze het bestaan niet eens hadden vermoed. Een heerlijke nieuwe wereld vol uitdagingen en verlokkingen, vol ijsjes en appels, voor wie geld heeft, vol speelkameraadjes en kinderen die je bal kunnen afpakken, vol gedragsregels en fatsoensnormen die je je eigen moet maken ook al zie je er het nut niet van in.

Dat alles is zo ongedwongen en beheerst gefilmd en met zo veel humor, dat zich verraadt hoe gepokt en gemazeld Makhmalbaf op haar jonge leeftijd al in het filmvak moet zijn.

En het beeld waarin zij de blinde, mopperende en paranoïde moeder van de meisjes tot slot een appel laat grijpen, als een Eva die besluit toch maar van de boom van kennis van goed en kwaad te eten, geeft zo'n diep gefundeerde meerwaarde aan de film, dat je niet anders dan met groot respect voor deze jonge regisseuse achter kunt blijven. Om haar talent, maar vooral om de manier waarop zij de pogingen van haar - gelukkig ook nog steeds niet uitgefilmde - vader om de werkelijkheid en de waarheid te filmen, via verbeelding en symboliek naar een hoger niveau weet te tillen.

De appel (Sib). Regie: Samira Makhmalbaf. Met: Masoemeh Naderi, Zahra Naderi, Ghorbanali Naderi, Zahra Saghrisaz, Azizeh Mohamadi. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis; `t Hoogt, Utrecht.