Fantasieën uit onvoorstelbaar geworden verleden

Op het International Documentary Filmfestival Amsterdam werd in 1996 een documentaire vertoond over een in het westen onbekend gebleven groep films: musicals uit Oost-Europa. Net als `hier' waren zang- en dansfilms `daar' lang een populair, zij het problematisch genre. De musical Volga, Volga van Grigori Aleksandrov uit 1938 was de lievelingsfilm van Stalin; naar verluidt zag hij hem honderd maal. In de op het IDFA getoonde documentaire werd er voor gewaakt al te lacherig te doen over dit vergeten genre, waarin het vaker gaat om boy meets tractor dan om boy meets girl. Niet alle sovjetmusicals - er werden er tussen 1934 en 1973 zo'n veertig gemaakt - zijn slechts een curieuze erfenis uit een verleden dat met de val van de muur steeds verder weg is geraakt, als berichten uit een wereld waarvan de fantasie al even onvoorstelbaar is geworden als de werkelijkheid. Het Filmmuseum en het Haags Filmhuis vertonen deze maand zes films waarvan in East Side Story fragmenten waren te zien, drie Russische, en een Tsjechische, een Hongaarse en een Oost-Duitse. Twee films, Volga, Volga en De hele wereld lacht (Vesolye rebjata), werden gemaakt door de pionier van het genre, Grigori Aleksandrov, een assistent van Eisenstein die een paar jaar in Hollywood had gewerkt. Vooral in De hele wereld lacht (1934), de eerste Russische musical, zitten vondsten waar Walt Disney jaloers op had moeten zijn. In de opening speelt een herder op zijn viool de noten die gevormd worden door vogels; de notenbalken zijn de electricteitsdraden tussen de telegraafpalen.

Het begin van Volga, Volga zit vol venijnige slapstick. De film gaat over twee muziekgezelschappen, een klassiek orkest en een folkloristisch amateur-ensemble, die allebei in Moskou aan een concours willen meedoen. Om een knorrige bureaucraat van hun kunnen te overtuigen, tonen alle dorpelingen hem hun muzikale talenten. De ober van het restaurant speelt xylofoon op flessen wijn, de kok danst met messen en de politieman zingt.

De musical had het als genre moeilijker in Oost-Europa dan in Hollywood. Het valt niet mee meteen te begrijpen waarom. Omdat de wortels van de musical in Amerika lagen? De jazz uit De hele wereld lacht werd al snel vervangen door folkloristisch aandoende deuntjes. Omdat luchtige zang en dans niet pasten bij het ware socialisme? Er zijn films geweest die dat heel aardig met elkaar hebben weten te verenigen, zoals Ivan Pyrjevs Tractorrijders, of Aleksandrovs The Shining Path, waarin musicalster Ljoebov Orlova met honderden weefgetouwen in een gigantische fabriek danst. De do's en don'ts van de communistische cultuurpolitiek zijn vaak moeilijk te volgen. De Oost-Duitse film Revue um Mitternacht (1966) gaat over de problemen bij het vervaardigen van een sovjet-musical. Een schrijver, een componist en een decorbouwer weigeren om er een te maken; in een lang lied spreken de heren hun angst uit om van formalisme beschuldigd te worden. Alles wat ze aan de piano bedenken, krijgen wij te zien - van een cancannummer tot een jazzy ode aan Gene Kelly. Alles wijzen de kunstenaars af als `zu heiss'. Uiteindelijk maken de heren toch een musical. Op bevel van hogerhand worden ze net zo lang opgesloten tot hij af is.

East Side Stories. Musicals uit het `Oostblok'. In: Filmmuseum, Amsterdam (t/m 24 maart); Haags Filmhuis (18-21 maart).