De Citroëns krijgen weer karakter

Gisteren werd op op de Geneefse autosalon de Citroën Lignage onthuld, en daarmee sloeg het ooit avantgardistische Franse merk duidelijk een nieuwe weg naar de volgende eeuw in. Het lot van Citroën werd de laatste jaren zo sterk door twee nogal tegenstrijdige aspecten bepaald dat analisten binnen de auto-industrie begonnen de twijfelen aan de positie van Citroën in een markt waar de roep om duidelijk afgebakende productkarakters steeds sterker wordt.

Sinds de overname door Peugeot, meer dan twintig jaar geleden, had de technische en volgens sommigen artistieke nalatenschap van de geniale André Citroën veel glans verloren ten behoeve van een zeer algemene rol op de automarkt.

En voor zover historische waarden nog toepassing vonden, wekten ze meer de indruk als l'art pour l'art in de vormgeving te zijn verwerkt dan dat de stijl het resultaat was van conceptuele functie.

Dit jaar verwacht Citroën niettemin voor het eerst in haar bestaan meer dan een miljoen auto's te produceren, maar in dat commerciële succes speelt uitgerekend de grote XM, de `derde generatie' aan de stamboom van het illustere gestroomlijnde model DS echter nog nauwelijks een rol. Het zal ook geen jaren meer duren, voordat de XM-band wordt gestopt, en daarvoor hebben de Fransen alle reden. Verkocht Citroën kort na de introductie van dit model tien jaar geleden nog ruim 90.000 XM's per jaar, vorig jaar waren het er geen 10.000.

Dergelijke aantallen passen natuurlijk niet bij een merk dat zichzelf tegenwoordig als generalist profileert. In die bewoordingen omschrijft Claude Satinet, directeur van Citroën onder president-directeur Jean-Martin Folz van moedermaatschappij PSA, tenminste zijn merk. En Satinet moet het binnen PSA opnemen tegen een andere generalist, Peugeot, met welk merk hij toegeeft een overlap te hebben van wel 60 procent als het gaat om modelaanbod.

Dat generalisme leidde het laatste decennium tot een modelgamma waaruit alle typische Citroën-waarden zo goed als waren verdwenen, met als dieptepunt de Saxo die een optisch vrijwel idenitieke kloon van de Peugeot 106 bleek. Die Saxo kwam nog tot stand onder de – soms omstreden – leiding van Folz' voorganger, Jacques Calvet, die PSA met ijzeren hand regeerde en de tegenwoordig zo belangrijke merkidentiteit van Citroën onderschatte, bij tijd en wijlen zelfs verwaarloosde.

Zonder een revolutie te willen ontketenen werken Folz en zijn adjudant Satinet sinds vorig voorjaar echter aan een nieuwe strategie die Citroën in staat moet stellen binnen het voor grote verkoopaantallen noodzakelijke `generalisme' toch weer een sterke eigen identiteit op te bouwen. Daarvan is de C6 Lignage wellicht de belangrijkste exponent.

PSA baas Folz wijst suggesties als dat Citroën weer de avantgardistische rol uit de jaren vijftig en zestig moet vervullen, als onrealistisch van de hand. ,,50 jaar geleden gold dat nog wel, maar 15 jaar geleden was Citroëns image al niet meer duidelijk. Bovendien was de appreciatie van het oorspronkelijke Citroën-karakter de loop der jaren aan veranderingen onderhevig'', legt hij uit.

Satinet onderkent intussen duidelijk de intrinsieke waarde van enkele kenmerkende elementen van Citroëns image. ,,En die zullen we ook verder ontwikkelen. Qua design onderscheidt ons merk zich nog altijd door een dynamisch silhouet met een lange, spitse vooroverbouw en een korte achtersteven. Verder hebben we een traditie op het gebied van functionaliteit en binnenruimte en daarmee willen we in alle segmenten waarin we actief zijn, blijven excelleren. En dan is er uiteraard ons altijd geprezen hoge rijcomfort. Afhankelijk van een kosten-baten analyse zullen we dat proberen te continueren met conventionele veersystemen, of een verdere perfectie van onze hydropneumatische vering. Zonder het moderne realisme uit het oog te verliezen zullen we ons dus door de hoogtepunten uit ons verleden laten inspireren en leiden.''

Met name binnen de per traditie creatieve ontwerpstudio's van Citroën moet een zucht van verlichting zijn opgegaan sinds Satinet en Folz zo duidelijk hun nieuwe strategie openlijk beleden. Citroëns designdirecteur Art Blakeslee recruteerde de laatste tien jaar weliswaar jong en vooruitstrevend designtalent, maar dat was tot voor kort op het frustrerende af gehouden aan de conservatieve Calvet-doctrine. Ieder baanbrekend creatief idee werd in de kiem gesmoord.

Het is een verdienste van Blakeslee dat hij zijn team bijeen hield en net zo lang liet aandringen tot zich en opening tot vernieuwing voordeed. Die kwam, zelfs nog onder Calvet. Binnenshuis kreeg men het voor elkaar om op basis van de als bestelwagen bedoelde Berlingo ook een personenwagenversie te ontwikkelen. Wars van alle geldende normen op het gebied van design zette de Berlingo (toevallig tegelijkertijd met de Renault Kangoo) een nieuwe trend in beweging waaruit weer Franse originaliteit sprak.

Sindsdien zit Citroën weer op het juiste spoor. Was de Xsara (als opvolger van de fantasieloze ZX) nog een schuchtere poging tot vernieuwing, uit de afgelopen september gelanceerde Citroën Picasso ruimtewagen spreekt precies de boodschap zoals Satinet die voor ogen stelde. Het eveneens in Parijs voorgestelde compacte C3 studiemodel riep zelfs herinneringen op aan de dagen van de functionele 2CV. Maar in tegenstelling tot het lelijke eendje is de C3 een geavanceerd ontwerp met – wederom volgens Satinets filosofie – veel binnenruimte, in dit geval gerealiseerd door een hoge architectuur. De C3 zal uiteindelijk navolging krijgen in een nieuwe kleine Citroën, volgens ingewijden binnen het Citroën-bastion zonder noemenswaardige compromissen in design.

In die context wordt de rol van de C6 Lignage zoals die in Genève debuteert, duidelijk. Het is geen droommodel, maar een realistisch voorschot op Citroëns toekomst in een segment waar men een toonaangevende traditie heeft: die van de comfortabele reiswagen in de hogere middenklasse.

Een opvolger dus van de XM, de CX en natuurlijk de legendarische DS. Met het verschil dat de Lignage niet inspeelt op puur nostalgische gevoelens in de richting van de ongeëvenaarde DS, maar evenmin toegeeft aan de overwegende l'art pour l'art stijl van de XM.

De auto is ruim – met een lengte van bijna vijf meter op een riante wielbasis van drie meter. Hij heeft een dynamische profiel vanwege de bijna 110 cm lange vooroverbouw in verhouding tot de korte, hoge achterkant. En de Lignage beschikt over de traditionele hydropneumatische vering die met behulp van de modernste elektronica en interactieve functies tussen de kwaliteit van het wegdek enerzijds, en het prestatieniveau van de motor zodanig comfort biedt, dat de concurrentie daarop wel jaloers moet zijn.

Maar het belangrijkste is de realiteit van het Lignage-concept. Want volgens Citroën is het een studiemodel waaruit men de architectuur en esthetiek voor een toekomstige auto in het luxe-segment kan opmaken. Realisatie van de Lignage in productie hangt af van een studie die Citroën het komende jaar wil afronden, waarna bij een positieve uitslag deze top-Citroën in 2003 in de showroom kan staan.