`China liet de parel Tibet weer flonkeren'

Voor Peking markeert 1959 het jaar waarin Tibet uit ,,een hel'' kwam en onder Chinees bestuur een begin werd gemaakt met de ontwikkeling van de achter- gebleven regio. `De Tibeta- nen waren slaven in handen van feodale uitbuiters.'

Het waren de ,,heilige meren, omsloten door immens hoge witte toppen'' en ,,religieuze mantra's, gezongen in afgelegen kloosters'' die een Chinese mode-ontwerper de inspiratie zouden hebben gegeven voor een nieuwe kledingcollectie `Tibetaanse stijl'. Het Chinese propaganda-apparaat, altijd al gevoelig voor cliché's, presenteert de modeshow als een van de hoogtepunten van de begin deze week in Peking geopende tentoonstelling over `Veertig jaar ontwikkeling en vooruitgang in Tibet'. Over het begin van de grote opstand tegen de Chinese aanwezigheid in Tibet, vandaag 40 jaar geleden, wordt op de tentoonstelling niet gesproken.

Volgens de moderne Chinese geschiedschrijving markeert maart 1959 de maand waarin het volk van Tibet ,,meester'' werd ,,over het eigen lot.'' Het was de maand waarin de Tibetaanse geestelijk leider, de Dalai Lama, Tibet ontvluchtte en ballingschap in India verkoos. Daardoor was voor het eerst sinds het binnentrekken in oktober 1950 van Chinese troepen in Tibet sprake van direct bestuur onder de centrale Chinese regering in Peking. Vanaf 1959, zo wil de Chinese propaganda, is ,,de parel'' die Tibet heet te zijn ,,weer gaan flonkeren'', en vandaar dat de `ontwikkeling en vooruitgang' die op de tenstoonstelling in Peking worden geprezen, toen zijn begonnen.

,,Een open varkensriool'', zo zagen de straten van Lhasa er in 1958 uit, zegt Yao Zhaoling. In dat jaar kwam hij als jonge Tibetdeskundige van de Chinese academie voor wetenschappen in de Tibetaanse hoofdstad aan. Hij deed onderzoek onder de boeren, en was naar eigen zeggen getroffen door de armoede en achterstand. ,,Na 1959 veranderde dat'', zegt Yao, die tot 1962 in Tibet bleef gestationeerd. ,,De sfeer veranderde, de oproerkraaiers verdwenen en de lucht klaarde op.'' De `broederhulp' die Yao zijn ,,landgenoten'' in Tibet heeft verschaft, vindt hij om die reden goed. ,,Geen regering laat haar landgenoten omkomen van ellende'', zegt hij.

Het diepgewortelde besef dat de aanwezigheid van Chinees gezag in Tibet de regio uitsluitend vooruitgang heeft bezorgd, is de rode draad in de commentaren van Tibets hoogste politieke leiders. Raidi, de vice-partijsecretaris van Tibet, zei gisteren op een persbijeenkomst in Peking dat ,,de bevrijding van de slaven'' Tibet niets dan goeds heeft gebracht.

Raidi, die zelf een monnik is geweest, is het conservatieve gezicht van het bestuur in de Autonome Regio Tibet en de belangrijkste Tibetaanse woordvoerder van de gedachte dat met het vertrek van de Dalai Lama een einde is gekomen aan wat in China wordt omschreven als ,,de hel op aarde, geplunderd door feodale uitbuiters''.

De nummer twee van Tibet presenteerde ten overstaan van de journalisten een eindeloze opsomming van statistische gegevens die de veranderingen door toedoen van 40 jaar economische hulp moesten illustreren. Hij ging daarbij gemakshalve voorbij aan het feit dat 40 jaar geleden op zeer veel plaatsen in China sprake was van erbarmelijke omstandigheden.

Raidi is ook de man die begin dit jaar zei dat de strijd tegen `separatisten', degenen die onder aanvoering van de Dalai Lama zouden ijveren voor een onafhankelijke staat, moet worden versterkt. Het wantrouwen jegens de Dalai Lama is groot en alleen in gesprekken met buitenlandse regeringsleiders, zoals vorig jaar tijdens de top tussen de Amerikaanse president Bill Clinton en zijn Chinese collega Jiang Zemin, is sprake geweest van een licht verzoenende toon. Ten overstaan van het eigen publiek is de kritiek aan het adres van de ,,hoofdvertegenwoordig van het slavensysteem'' evenwel niet van de lucht.

De onderhandelingen tussen de Tibetaanse regering in ballingschap en Peking zitten muurvast. Hoewel de Dalai Lama zijn wens voor een onafhankelijk Tibet heeft afgezworen, zijn de Chinese leiders niet overtuigd. ,,De beloften van de Dalai zijn zo veranderlijk als de wind'', aldus Raidi gisteren. Peking zit niet te wachten op onderhandeling. Buitenlandse deskundigen geloven dat China liever wacht op de dood van de inmiddels 63-jarige Dalai Lama. Dan, zo heet het in Peking, lost het probleem zich vanzelf op. Immers, over de opvolging van de Dalai Lama staat niets vast, en velen verwachten dat het dan net zo zal gaan als bij de opvolging van de Panchen Lama, de tweede man in de religieuze hiërachie.

De tiende Panchen Lama bleef in 1959 in Tibet achter en zat vervolgens jarenlang vast wegens zijn kritiek op Peking. De elfde reïncarnatie van de in 1989 onder geheimzinnige omstandigheden overleden Panchen Lama werd in 1995 vastgesteld door een door Peking aangewezen commissie. De keuze van de Dalai Lama werd daarbij genegeerd. Over het lot van de respectievelijk door Peking en de Dalai Lama uitverkoren jongetjes bestaat tot op heden geen duidelijkheid.