Babymoord

Mag men een zwaar gehandicapte baby vermoorden? Volgens C.W. Rietdijk, gepensioneerd leraar, natuurkundige, maatschappij-criticus, cultuurfilosoof en schrijver van scherpe aforismen, mag dat als de ouders het willen.

Op deze opvatting zijn velerlei reacties mogelijk en ze zijn de afgelopen weken allemaal de revue gepasseerd. Men kan meedingen naar de titel `Wie Deugt Er Het Meest' door verontwaardigd `Onfris!' of `Schandelijk!' te gillen. Men kan naar de rechter hollen om een aanklacht in te dienen wegens `belediging', zoals de Gehandicaptenraad heeft gedaan. Lang leve de persvrijheid.

Men kan een volksgericht organiseren, zoals Sonja Barend heeft gedaan door Rietdijk aan tafel tegenover gehandicapten en ouders van meervoudig gehandicapte kinderen te zetten. (Iemand uit het publiek tegen Rietdijk: `Mag ik effe jouw moeder zijn?' Rietdijk dapper: `Ik weet dat ik met taboe-doorbreking bezig ben.')

Minder populair is het analyseren van de argumenten waarmee Rietdijk zijn opvatting onderbouwt – want stel je kunt er niets tegenin brengen.

Rietdijk heeft twee argumenten: een juridisch en een moreel argument. Het juridische argument luidt dat het wetboek van strafrecht een ontoelaatbare inconsequentie herbergt. De moeder mag straffeloos een moord met voorbedachten rade plegen op leven van hoogstens drie maanden; daarna plotseling niet meer.

De grens van drie maanden is gebaseerd op het feit dat het amorfe hoopje cellen net zo goed een kikkervisje in wording kan zijn. Maar het is een mens, waarvan het DNA ontstond toen een brutaal sperma-dikkopje door vleselijke liefde versmolt met een smachtende eicel.

Wanneer men nu de uitvoering van het genetisch vastgelegde programma stopt, na een dag, een week, een maand, een kwartaal, vlak voor of vlak na de geboorte, is volstrekt willekeurig. De sentimentele schijn regeert over de biologische werkelijkheid. Trouwens, op `niet-levensvatbare' baby's plegen artsen, na toestemming van de ouders, reeds `euthanasie'. Tot zover het juridische argument.

Het morele argument berust op de geluksethiek (ook wel `utilitaire ethiek'): kies de handelwijze die de totale hoeveelheid geluk maximaliseert. Rietdijk vergelijkt twee situaties: hij, zijn vrouw en een mongooltje, en hij, zijn vrouw en een gezond kind. In beide gevallen zal het kind even gelukkig zijn, maar in het geval van de ouders met een gezond kind zijn de ouders veel gelukkiger. Redeneren alle vrouwen die een vrucht met het Down-syndroom laten afdrijven immers niet zo? Ze schatten hun levensgeluk hoger in met een gezond kind en kiezen uitsluitend om deze reden voor abortus.

Stel nu eens dat miljoenen Nederlanders een klein beetje ongelukkiger zouden worden wanneer ze in de wetenschap moeten leven dat veel ouders hun gehandicapte kindjes `laten inslapen'. Dan zou de totale hoeveelheid geluk wel eens niet gediend kunnen zijn met moord. Daar heeft Rietdijk niet aan gedacht, denk ik.

Om te kijken of het Rietdijk ernst is met zijn geluksethiek, leg ik hem het volgende dilemma voor: kies tussen de dood van zijn vrouw en twee dochters, en de dood van vier Chinese boerinnetjes die hij nog nooit heeft gezien. Mocht Rietdijk kiezen voor het laatste, dan zou hij zijn morele beginsel verraden. Zijn grond om babymoord te rechtvaardigen zou dan drijfzand blijken. Tot zover de geluksethiek.

Er tegenover staat bijvoorbeeld de kantiaanse ethiek, met het categorische imperatief: doe niemand iets aan waarvan je niet wil dat een ander het jou aandoet. Onmiddellijk volgt dat mensenoffers uit den boze zijn.

De opvatting van Rietdijk riep bij mij het lot in herinnering van de joodse, Russische Nederlander Paul Ehrenfest (1880-1933). Ehrenfest was een vindingrijk en geestdriftig natuurkundige, een eminent docent, aimabel, geestig en melancholisch. Hij promoveerde bij Ludwig Boltzmann in Wenen, werd in 1921 hoogleraar theoretische natuurkunde te Leiden als opvolger van H.A. Lorentz, en publiceerde met onder meer Albert Einstein, met wie hij tevens hecht bevriend was. Samen met zijn Russische vrouw Tatjana Aleksevna Afanassjeva schreef hij een beroemd geworden verhandeling over de grondslagen van de statistische mechanica. Zij kregen in 1918 een mongooltje (Tatjana was toen bijna 42 jaar).

In 1933 liep Ehrenfest de kliniek binnen waar het mongooltje werd verpleegd. Het was inmiddels vijftien jaar oud. Ehrenfest schoot zijn zoon dood met een revolver. Daarna handelde hij in overeenstemming met Kants categorische imperatief – hij joeg een kogel door zijn eigen hoofd. Wat hij een ander aandeed, deed hij ook zichzelf aan.