Wereldmarkt

In de overigens uitstekende uiteenzetting van boerenvoorman Gerard Doornbos over Agenda 2000 `Op de wereldmarkt wordt niet voor dierenwelzijn betaald', (NRC Handelsblad, 23 februari) ontbreekt een langetermijnvisie over de rol van de Europese landbouw op de wereldmarkt.

In ons tijdsgewricht van liberalisering en globalisering lijkt het voor de hand te liggen, dat ook de Europese landbouw zich steeds meer op de markt buiten de EU richt en tegen wereldmarktprijzen produceert.

Echter, de wereldmarkt voor de meest elementaire landbouwproducten (graan, melk, suiker e.d.) is een overschottenmarkt, waar vaak tegen afbraakprijzen met behulp van, hetzij exportsubsidies, hetzij inkomenstoeslagen, afgezet wordt. Daar kan onze landbouw met zijn hoge kosten van grond en arbeid en met zijn dure munt nooit tegenop.

Wanneer de EU-grenzen volledig opengaan voor goedkope producten van elders, betekent dat dus op de langere termijn, dat het voedsel voor Europa vooral uit verre landen gaat komen, met grillige (politieke) klimaten, en met veel gesleep.

Een onwenselijke en riskante situatie, die de EU in haar verantwoordelijkheid om ten minste 370 miljoen monden te voeden, niet onder ogen zal willen zien.

Niet de wereldmarkt, maar de eigen voedselvoorziening moet mijns inziens het primaire doel zijn van de (Europese) landbouw. Door maatregelen ten behoeve van productiebeheersing (quotering, verplichte braaklegging, extensivering) en door importheffingen, waarmee producten met een irreëel lage prijs van elders geweerd worden, kan dit gerealiseerd worden. Als er gemiddeld geen overschotten meer zijn, zal de prijs op de eigen markt gemiddeld boven het niveau van de kostprijs op het meest efficiënte bedrijf liggen. Het boereninkomen komt uit de markt en inkomenstoeslagen worden overbodig. Als boeren een redelijke prijs krijgen, hoeven ze niet meer als het ware in de bijstand (minister Zalm) te zitten.

Weliswaar wordt de voedselverwerkende industrie hiermee inderdaad het groeiperspectief op de wereldmarkt ontnomen. Daar zou trouwens de EU met haar sterke munt, zeker wanneer gesubsidieerd wordt, ook op een onwenselijke wijze de eigen voedselproductie van Derde-Wereldlanden verstoren.

En het is toch ook onzinnig dat het voedsel door subsidie uit Brussel beneden de kostprijs, ook aan welgestelde Europeanen, ter beschikking gesteld wordt ter wille van het onzekere wereldmarktperspectief van een industriële sector?