THE AMERICAN ECONOMIC REVIEW

De inkomensongelijkheid in Rusland is in de periode van 1991 tot 1994 verdubbeld tot een niveau dat hoger is dan in de Verenigde Staten. De winnaars van deze ontwikkeling zijn de goed opgeleide jonge mannen, uitgerust met de vaardigheden die hen in staat stellen te profiteren van de privatisering van de economie. Oudere mannelijke werknemers die weinig fut en tijd hebben om de vereiste vaardigheden aan te leren zijn de verliezers. Maar de Russische vrouwen zijn de grootste verliezers, ongeacht leeftijd, opleiding en ervaring.

Elizabeth Brainerd van de University of Williamstown concludeert dat in The American Economic Review. Zij publiceert daarin de resultaten van haar onderzoek naar de inkomensontwikkeling sinds het begin van de economische hervormingen in Rusland. Deze hadden onder andere tot resultaat dat het bruto binnenlands product gemiddeld twaalf procent per jaar daalde, dat de astronomisch hoge inflatie van 2.509 procent in 1992 daalde tot een hoogte van 215 procent in 1994. De werkloosheid bleef beperkt tot 7,5 procent in 1994. Voor een deel is dat wonder te verklaren met het wijd verbreide fenomeen van wat in Rusland onbetaald administratief verlof heet en met het feit dat zes procent van de beroepsbevolking korter is gaan werken.

De auteur verwerkte voor haar onderzoek gegevens die het Russische Bureau voor Opinie-onderzoek maandelijks verzamelde onder 4.000 Russen in de leeftijdscategorie van 18 tot 59 jaar die bij wijze van steekproef waren geselecteerd. Uit het onderzoek bleek onder andere dat het gemiddelde inkomen in het particuliere bedrijfsleven hoger is dan dat in de overheidssector. De onderzoekster vergeleek de Russische cijfers ook met de ontwikkeling van inkomenscijfers in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in de jaren tachtig toen daar de inkomensongelijkheid toenam. De veranderingen in die landen waren miniem vergeleken met wat er de afgelopen jaren in Rusland gebeurde. Uit het onderzoek blijkt ook dat de superinflatie geen invloed had op groei van de inkomensongelijkheid.

Opleiding daarentegen was en is wel een factor van groeiend belang. Vrouwen met een universitaire opleiding verdienden in 1994 dertig procent meer dan hun zusters met een gespecialiseerde middelbare opleiding. In 1991 was dat verschil nog eenentwintig procent. Hoewel vrouwen in de onderzoeksperiode niet minder uren zijn gaan maken dan mannen is het verschil in beloning veel groter geworden. De onderzoekster kan er geen andere verklaring voor vinden dan dat de ondernemingen vrouwen begonnen te discrimineren op het moment dat ze zich privatiseerden. Het onderzoek bevatte ook vragen naar het stemgedrag van de respondenten, omdat de auteur veronderstelde dat de economische verliezers de voorkeur zouden geven aan extreem rechtse partijen. Ze vond voor die veronderstelling wel aanwijzingen maar geen sluitend bewijs. Wel werd duidelijk dat verliezers het stemhokje mijden.

Het kwartaalblad The American Economic Review is een uitgave van The American Economic Association.