`Referendum is niet vrijblijvend'

Is het correctief referendum een wassen neus? Nee, zeggen een politicoloog en een staatsrechtdeskundige.

Senator H. Wiegel (VVD) toonde zich laconiek, een jaar geleden bij de stemming in de Eerste Kamer over invoering van een correctief wetgevingsreferendum. Het verschil tussen tegen stemmen en voor stemmen was volgens Wiegel te verwaarlozen: het zou in de praktijk immers zelden tot een referendum kunnen komen, met alle hoge drempels die in de wetgeving worden ingebouwd.

Wie per referendum een nieuwe wet willen torpederen, heeft eerst 40.000 handtekeningen nodig, daarna 600.000 handtekeningen en daarna nog eens de steun van minimaal 3,5 miljoen kiezers. Het zijn enorme aantallen, gezien de gestaag dalende opkomst bij verkiezingen en de referenda die in Amterdam en Rotterdam zijn gehouden, waarvoor onder burgers vaak weinig animo bleek te bestaan.

De dezer dagen opgelaaide discussie over het referendum gaat over andere cijfers: over vijf `dissidente' senatoren van de VVD en van kleine fracties, over een tweederde meerderheid in de Eerste Kamer die niet gehaald dreigt te worden. Maar maakt het uit? Heeft Wiegel gelijk? Is het correctief wetgevingsreferendum een wassen neus, een `speeltje' van D66 waarmee zelden of nooit een wet echt kan worden tegenhouden?

,,Nee'', zegt de Amsterdamse hoogleraar politicologie C. van der Eijk. ,,Politieke processen worden niet alleen door getallen bepaald. Ook als alle benodigde handtekeningen en tegenstemmen uiteindelijk niet worden gehaald, kan het referendum van grote betekenis zijn.''

Van der Eijk ziet het referendum als een middel om de politieke besluitvorming in Nederland ,,minder regentesk'' te maken. ,,Alleen al een actie voor het verzamelen van handtekeningen zal een maatschappelijk debat uitlokken. Het dwingt partijen hun plannen explicieter te verantwoorden tegenover burgers. Nu wordt de meeste energie gestoken in het bewaken van regeerakkoorden en het behalen van parlementaire meerderheden. Het creëren van draagvlak in de samenleving wordt daarbij vaak verwaarloosd.''

De kracht van het corrigerend referendum is ,,dat het niet vrijblijvend is'', zegt Van der Eijk. ,,Het is niet zomaar een opiniepeiling of een paar grappen in een satirisch tv-programma. Het is te beschouwen als een vorm van volkscassatie die heel af en toe tot direct resultaat kan leiden en die over het geheel genomen tot meer openheid in de politiek kan leiden.''

Tegenstanders menen dat het referendum niet zou passen bij de Nederlandse vertegenwoordigende democratie. Het zou de positie van de gekozen volksvertegenwoordigers uithollen. ,,Internationaal vergeleken is die stelling niet houdbaar'', weerspreekt Van der Eijk. ,,De meeste landen in West-Europa kennen wel enige vorm van referendum. Werkt het referendum in die landen nu zo ontwrichtend? Worden politici daar voortdurend weggespeeld door de macht van de straat? Is de democratie in Duitsland, Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk of in andere landen met een referendum nu van minder gehalte dan het Nederlandse bestel? Dat zou toch niemand kunnen volhouden?''

De Groningse hoogleraar staatsrecht D.J. Elzinga vult de internationale vergelijking aan met een parallel in de tijd. Elzinga: ,,De geschiedenis leert dat ons staatsbestel dynamisch is. Iedere twintig à dertig jaar voltrekken zich wezenlijke veranderingen. De opkomst van politieke partijen, eind vorige eeuw, was zo'n ontwikkeling, de verruiming van het kiesrecht begin deze eeuw, inspraak in de jaren zestig en zeventig - voortdurend ontstaan nieuwe spelregels. Er wordt nu somber gedaan over lage opkomst bij verkiezingen. Intussen is de participatie van burgers bij allerlei vormen van zeggenschap en medezeggenschap nog nooit zo groot geweest als nu. Ik denk dat we aan het begin staan van een nieuwe golf waarin de deelname van burgers aan de politiek weer andere vormen gaat aannemen. Passief stemmen raakt `uit', actief meedoen raakt `in'. Ik denk dat een referendum bij uitstek in die trend past.''

Overigens zal het naar verwachting nog zeker drie à vijf jaar duren voordat een eerste corrigerend referendum kan worden georganiseerd. Na de grondwetswijziging, die nu ter discussie staat, moet nog een reeks uitvoeringswetten worden aangenomen.

`Passief stemmen raakt `uit', actief meedoen raakt `in'