Partner of rivaal

EEN PAAR WEKEN geleden omarmde president Clinton in een grote rede over de internationale verhoudingen Rusland en China als potentieel volwaardige partners van Amerika in de komende eeuw. Wat China betreft staat Clinton in een traditie die teruggaat tot 1972, toen de regering-Nixon de deur naar het Middenrijk openzette. Met Gorbatsjov ontstond eind jaren tachtig zicht op normalisering van de relaties met de Sovjet-Unie. Het Rusland van Jeltsin was lange tijd eveneens gevoelig voor de Amerikaanse aantrekkingskracht, maar het blijkt er niet in te slagen zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. Het is dus maar de vraag hoe Clintons verwachtingspatroon zich verhoudt tot de werkelijke ontwikkelingen in dat land.

Ook ten aanzien van China is dat een open kwestie. In een rede bij de opening van het parlementaire jaar sloeg premier Zhu Rongji vorige week een veelbelovende realistische toon aan. De sanering van de mammoet staatsbedrijven gaat gestaag door, kondigde hij aan, en de massale werkloosheid zal met verbetering van de infrastructuur op het platteland worden aangepakt. Samen met de verdediging van China's munt tegen erosie door de Aziatische crisis zijn dat maatregelen die in Washington en Wall Street de handen op elkaar brengen.

MAAR ER BLIJVEN stekeligheden in de betrekkingen tussen Amerika en zijn beide voormalige rivalen, stekeligheden die de strategische relaties negatief beïnvloeden. In de betrekkingen met Rusland gaat het dan om de uitbreiding van de NAVO en de spierballenpolitiek van het Westen in spanningshaarden als Irak en Kosovo. China brengt altijd weer de status van Taiwan in het spel, de Amerikanen van hun kant China's schending van de rechten van de mens. Ook bij het bezoek van minister Albright aan Peking vorige week, ter voorbereiding van premier Zhu's aanstaande bezoek aan Amerika, bleken dit de doornstruiken die Clintons bemoedigende vergezichten bijna aan het oog onttrokken.

De nieuwste oorzaak van Chinees ongemak is het, nog altijd vage, Amerikaanse plan om Japan en Taiwan van een verdediging tegen raketten te voorzien. De aanleiding daarvoor is te vinden in de Chinese raketproeven in de Straat van Taiwan van enkele jaren geleden en de lancering van een Noord-Koreaanse drietrapsraket vorig jaar in een baan over Japan. Albright trachtte haar Chinese gastheren te sussen met de mededeling dat zij zich geen zorgen moesten maken ,,over een beslissing die nog niet is genomen om defensieve technologieën te installeren die nog niet bestaan''. De Chinezen moesten zich maar meer inspannen bij het tegengaan van de spreiding van kernwapens – een ondubbelzinnige verwijzing naar de praktijken van de Noord-Koreaanse buren die afspraken met Amerika op dit gebied niet nakomen.

SAMEN MET CHINA'S fortificatie van de Spratly-eilanden, dwars op de scheepvaartroutes in de Zuid-Chinese Zee en een 1.300 kilometer verwijderd van het dichtstbijzijnde Chinese grondgebied (het eiland Hainan), is de opbouw van een rakettenmacht op China's kust tegenover Taiwan een aanwijzing dat China voor de 21ste eeuw nog andere aspiraties heeft dan de verwerving van een gelijkwaardige positie op de wereldmarkt. Dit soort ontwikkelingen leiden in Amerika tot kritische vragen bij Clintons op toenadering gerichte strategie. Zal China zich ontpoppen tot een partner of tot een rivaal? Peking blijkt beide opties nog even open te willen houden.