Negen jaar cel voor smokkel partij cocaïne

De rechtbank in Amsterdam heeft gisteren de drie hoofdverdachten van de smokkel van ruim honderd kilo cocaïne met een Orion-patrouillevliegtuig van de marine in juli vorig jaar ieder veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar.

Tegen de drie, een burger, een ex-marineman en een marinier, waren celstraffen tot twaalf jaar geëist. Drie andere verdachten, onder wie twee mariniers, kregen gevangenisstraffen variërend van één tot vijf jaar opgelegd. Twee andere mariniers werden vrijgesproken.

Politie en justitie kwamen de geplande cocaïnesmokkel begin vorig jaar op het spoor, toen Paul Mulder, een opvarende van het fregat Philips van Almonde, aan de marechaussee op Curaçao vertelde dat hij door de marinier Rob L. was benaderd voor het transport van verdovende middelen.

Een agent van de criminele inlichtingendienst van de marechaussee raadde Mulder aan ,,het spel voorlopig mee te spelen'.

Tegelijkertijd werd de telefoon van L. afgetapt, waardoor de verschillende partijen gedetailleerd in kaart konden worden gebracht.

Opdrachtgevers in Amsterdam waren de burger Fred B. en gewezen marineman André G., in wiens opdracht Rob L. en zijn collega Willem H. ook verscheidene ladingen hasj van Nederland naar Engeland vervoerden.

Toen in juli vorig jaar de cocaïne niet per boot maar met de Orion van de marine naar Nederland werd vervoerd, kon justitie het transport van minuut tot minuut volgen.

De advocaten van de verdachten hadden ieder in hun verweer bezwaar gemaakt tegen deze ,,gecontroleerde aflevering' in Nederland. Volgens de verdediging was deze onrechtmatig, omdat de Antilliaanse minister van Justitie Martha hiervan niet op de hoogte was gebracht. Bovendien was Mulder door de opdracht het spel mee te spelen van een simpele informant een burgerinfiltrant geworden, die zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten, zoals de voorbereiding van een drugstransport. Het Amsterdamse openbaar ministerie moest daarom niet ontvankelijk worden verklaard, zo redeneerden de advocaten.

Deze argumenten werden gisteren door de rechtbank een voor een verworpen. Volgens rechtbankvoorzitter A. de Wit was Mulder inderdaad een niet-criminele burgerinfiltrant geweest, maar was de inzet daarvan gerechtvaardigd, gezien de grote hoeveelheid cocaïne en de betrokkenheid van personeel en materieel van de marine.

Het feit dat verdachten gebruik hadden gemaakt van hun status van marinier had zwaar meegewogen in de strafmaat, zo maakte rechtbankvoorzitter De Wit duidelijk. ,,Dit klemt des te meer aangezien de Koninklijke Marine op Curaçao is belast met de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen in het Caraïbisch gebied'.