Massale vergiftiging van ganzen in Zuid-Spanje

Bijna de helft van de 40.000 grauwe ganzen (Anser anser) die in het Zuid-Spaanse natuurpark Doñana overwinteren, is besmet door hoge concentraties van zware metalen. Het gaat om lood en cadmium dat vorig jaar april in het milieu terecht is gekomen als gevolg van de natuurramp bij de pirietmijnen in de buurt van het natuurgebied. Dat staat in een studie van het CSIC, een commissie van wetenschappers die de gevolgen van de natuurrramp bestudeert.

Volgens de studie, waarover het Spaanse dagblad La Vanguardia vanochtend berichtte, is één op de vijf ganzen ernstig ziek door vergiftiging. In een aantal gevallen werden hoeveelheden gemeten die driemaal hoger waren dan de concentraties die door de literatuur als dodelijk worden beschouwd. Volgens de CSIC is de vergiftiging dermate omvangrijk dat Spanje de autoriteiten in Zweden, de zomerbestemming van veel grauwe ganzen, zal moeten waarschuwen.

Veel van de grauwe ganzen die in Doñana overwinteren, passeren in het voor- en najaar ook Nederland. Een deel van de ganzen brengt voornamelijk in Flevoland en Friesland de zomer door, terwijl de laatste tijd ook steeds meer ganzen Nederland als broedplaats kiezen. De Nederlandse Vogelbescherming toont zich zeer bezorgd over de conclusies van de studie. Volgens woordvoerder J. Winkelman is het optreden van de Spaanse autoriteiten tot dusver ,,uitermate teleurstellend''. Naast Zweden zullen ook Nederland en de overige Scandinavische landen gewaarschuwd moeten worden.

Het gebied rond Doñana geldt als een van de belangrijkste voedselreservoirs voor de Europese trekvogels. Het is tevens een belangrijke overwinteringsplek voor steltlopers zoals de grutto, de snip, de ooievaar en de lepelaar, allemaal vogels die Nederland passeren of als broedplaats hebben.

Het nieuws van de massale vergiftiging van de ganzen komt uitgerekend op het moment dat de pirietmijnen van Aznalcóllar aan de Spaanse autoriteiten toestemming hebben gevraagd om hun activiteiten te hervatten. De winning van piriet werd vorig jaar gestaakt, na de doorbraak van een dijklichaam van het stuwmeer met uiterst vervuild waswater van de mijnen.

Een vloedgolf van vijf miljoen kubieke meter aan modder en zware metalen stroomde een nabij gelegen rivier af, om naast het natuurpark Doñana tot stilstand te komen. In de zomer en in het najaar zijn meer dan duizend vrachtwagens ingezet om de afgegraven giftige modder af te voeren.

De Spaanse minister van Milieu, Isabel Tocino, verklaarde vanochtend op de Spaanse televisie dat zij bij haar standpunt blijft dat ,,het natuurpark Doñana geen enkel risico loopt''. Volgens Tocino is de milieuramp beperkt gebleven tot het natuurgebied dat formeel gesproken niet tot het natuurpark behoort. Volgens de Spaanse vogelbescherming SEO zijn de nieuwste bevindingen in duidelijke tegenspraak met de uitlatingen van de minister. ,,Vogels, insecten en andere dieren kennen geen grenzen'', aldus een woordvoerder.