Kunst moet zich engageren met de kosmos

`Hier gaat het over in de cultuur, de komende jaren' is de titel van een reeks van vijf publieke debatten. Nieuw cultuurbeleid wordt voorbereid door denken en spreken over grote thema's. Slot: Patricia de Martelaere bepleit kosmische kunst.

René Boomkens, alerte voorzitter van de reeks `Hier gaat het over', begint met een verontschuldiging. Op een evaluatie van het voorafgaande hoeven we vanavond niet te rekenen. Daar is Patricia de Martelaere niet voor gevraagd, zij houdt haar eigen verhaal over kunst en maatschappij. Ook achteraf kan er nauwelijks iets worden samengevat, de thema's waren te divers om onder één noemer te kunnen vangen. Gedurende vier maandagavonden is gesproken over internationalisering, generaties, nationale identiteit en nieuwe media, en dat alles bezien in het licht van kunst en cultuur. Wat de sprekers verbond was hun brede blik, hun ontsnapping aan de praktijk van alledag.

Geen blik zo breed als die van Patricia de Martelaere. Haar vier voorgangers stonden hoog boven de materie, maar de Vlaamse filosofe en schrijfster ontstijgt ze allemaal. Ook zij begint met een verontschuldiging. De metafysica is haar domein, heel concreet zal het niet worden. Tijdens de lezing, steeds als ze het woord `moraal' laat vallen, stelt ze gerust: zometeen komt de kunst. De Martelaere bood een fraai geconstrueerd betoog, opgebouwd uit `zes dogmatische stellingen, voorzien van een relativerende verdediging'. Met behulp van Nietzsche en de modieuze pseudo-wetenschap sociobiologie ontmaskerde ze de menselijke moraal als niet-authentiek, voortkomend uit eigenbelang en biologisch instinct. Helemaal overboord hoeft die moraal niet, maar een relativering van ons menselijke perspectief kan geen kwaad.

Wellicht is er namelijk ook zoiets als een bovenmenselijke ethiek, en wellicht is kunst het aangewezen `middel' om ons daarmee in contact te brengen. Alleen kunst, anders dan religie, aanvaardt het onbenoembare der dingen en kan het stellen zonder mensbeelden. Wittgenstein stelde voor om te zwijgen over het onuitsprekelijke, maar minder bekend is zijn overtuiging dat het onuitsprekelijke, bijvoorbeeld ethiek, wel degelijk getoond kon worden, bijvoorbeeld in literatuur. En dat is de kunst waar het De Martelaere om gaat: kunst die zich engageert met de kosmos (,,klinkt wat pathetisch, maar komaan') in plaats van met zichzelf of de samenleving. Kunst die zich onttrekt aan elke vorm van bemoeienis, zoals overheidsbeleid. Wat haar verbaast is de geringe aandacht voor dergelijke mystieke kunst, alsof alle kunstbeoefening gereduceerd zou kunnen worden tot ambacht of onderneming.

Alsof het zo was afgesproken, keerde zich op alle avonden slechts een van de drie co-referenten met elan tegen de spreker. Schrijver/dichter K. Michel wilde niets weten van de generalisaties van De Martelaere: kunst komt voor hem voort uit maatschappelijke omstandigheden en kan alleen zinnig besproken worden door het noemen van namen en stromingen. Goede kunst verhoudt zich tot de directe omgeving en niet tot zoiets abstracts als de kosmos.

Lijnrecht tegenover De Martelaere's in de Romantiek gewortelde verlangen, stond de op de toekomst gerichte constatering van museumdirecteur Chris Dercon dat kunst gereduceerd is tot een subcultuur, vergelijkbaar met mode of vormgeving. Hoe de overheid daar mee om zal gaan, vroeg hij zich af. En gaf even later zelf ook maar het antwoord: door het debat over dit soort vragen aan te wakkeren. Waarmee de reeks `Hier gaat het over' op de valreep nog even van een legitimatie werd voorzien.

Naar aanleiding van de debattenreeks `Hier gaat het over' verschijnt in mei een boek bij Uitgeverij De Balie. Prijs ƒ24,50. Informatie (020)-5535100.