Jasperina de Jong doet Weill tekort

Luiheid. Trots. Boosheid. Gulzigheid. Ontucht. Hebzucht. Afgunst. Zeven in getal zijn de aloude doodzonden. Bertolt Brecht verhaalt in Die sieben Todsünden van de schizofrene persoonlijkheid Anna die in het grootsteedse Amerikaanse leven geluk en fortuin zoekt en daarbij wordt bezocht door deze zondige verlokkingen van de `kleinburgerlijke moraal', zoals dat in Brechts onversneden communistisch vocabulaire heet. Kurt Weill vervatte de verzen in 1933 in een geraffineerde orkestpartituur, George Balanchine maakte er een ballet bij. Het ballet werd vergeten, de partituur is nu en dan nog te horen. Zo zingt Jasperina de Jong, bijgestaan door het Rotterdam Young Philharmonic onder leiding van Henk Guittart, de cyclus deze maand vijf keer in het land, aangevuld met andere `songs' uit het oeuvre van Kurt Weill.

,,Ik heb nooit het verschil geaccepteerd tussen `serieuze' en `lichte' muziek'', schreef de componist en legde daarmee de vinger op het gevoeligste aspect van zijn werk. Weills muziek heeft de verpakking van de onderhoudende muze en de essentie van de klassieke traditie. Menig vertolker vertilt zich zodoende aan het werk van Weill. Ook Jasperina de Jong onderschat deze muziek door haar met een kleinkunstige bagage te lijf te gaan. Met spontaniteit en onbekrompenheid als expressief richtsnoer benadert zij het alledaagse dat Weill voor de geest heeft gestaan; muziektechnisch ontbeert zij evenwel raffinement en kunde. Dit blijkt niet alleen uit de toevlucht die zij moet nemen tot de microfoon, maar ook in het moeizaam manoeuvreren rond de stembreuk of de veelal ongefundeerde registerwisselingen.

In de studio is een aantal van deze bezwaren weg te poetsen. Zo is de Weill-cd die zij vorig jaar maakte met pianist Gerard Bouwhuis (Sieben Rosen hat der Strauch, Bis 023) de moeite van het beluisteren zeker waard. Live gezongen en in interactie met het Rotterdam Young Philharmonic, dat voornamelijk bestaat uit studenten van het Rotterdams Conservatorium, doet zij Weill echter tekort. Dat laat onverlet dat De Jong een uitermate sterke tekstvertolker is, die de schizofrenie van de beide Anna's persoonlijk weet te kleuren en in de satirische en sarcastische liederen interpretatief vaak de spijker op de kop slaat.

Concert: Jasperina de Jong zingt Die sieben Todsünden van Kurt Weill. M.m.v. Rotterdam Young Philharmonic o.l.v. Henk Guittart. Gehoord: 8/3, Theater Carré Amsterdam. Herhalingen: 9/3 Musis Sacrum Arnhem; 18/3 De Doelen Rotterdam; 19/3 Oosterpoort Groningen; 20/3 Concertzaal Haarlem.