FORTUNE

Economen regeren de wereld, maar ze weten niet precies wat ze er mee aan moeten. Ze hanteren allemaal dezelfde taal, gebruiken dezelfde analytische instrumenten, en geven dezelfde antwoorden. Die toestand van pais en vree hebben ze bereikt omdat ze het er in feite over eens zijn dat je niet teveel moet verwachten van de economie als wetenschap, schrijft het zakenblad Fortune in een overzicht van de standpunten van de meest vooraanstaande economen van deze tijd.

Het overzicht bestrijkt de periode sinds de Grote Depressie in de jaren dertig waarvoor de klassieke economie geen verklaring kon geven. Keynes gaf die verklaring wel door te wijzen op de onvolkomenheden van de markt en op de noodzaak van overheidsbemoeienis. Volgelingen als Nobelprijswinnaars Paul Samuelson en Robert Solow brachten zijn theorie in de jaren zestig met groot succes in praktijk als adviseurs van president Kennedy. Milton Friedman was toen de meest overtuigende tegenstrever van

Keynes' gedachtengoed, en betoogde dat de Grote Depressie niet te wijten was aan de onvolkomenheden van de markt maar aan de Federal Reserve Bank, die verzuimde de vraag naar geld te stimuleren.

Na Keynes ontstond er in het denken over economie een scheiding tussen de macro-economie die de problemen van de economie op grote schaal beschreef enerzijds, en anderzijds de micro-economie die beschreef hoe de economie werkt op het niveau van mensen en bedrijven. Die scheidslijn vervaagde weer toen de implicaties van de speltheorie in de vorm van het begrip asymmetrische informatie een belangrijke plaats kregen in de economische theorie, onder andere ter verklaring van het gedrag van financiële markten. Dat gebeurde vooral door toedoen van Joseph Stiglitz, op dit moment de belangrijkste econoom van de Wereldbank. Hij en anderen verrijkten de economische theorie ook door het klassieke begrip van verminderende meeropbrengsten te complementeren met het begrip van toenemende meeropbrengsten. Een goed voorbeeld daarvan is te vinden in de ontwikkeling van de software-industrie.

Paul Krugman is volgens Fortune de bekendste en de beste vertegenwoordiger van de huidige generatie economen die de ideeën van Keynes en Friedman met elkaar willen verzoenen door het maken van mathematische modellen die de economische werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen. Krugman heeft daaruit de conclusie getrokken dat het soms zinnig is om het kapitaalverkeer te reguleren of om protectionisme toe te passen, maar gelooft desondanks niet in handelsbeperkingen. Het blad concludeert dat economie ondanks alle geavanceerde analytische technieken geen wetenschap is. Met de woorden van Paul Krugman: ,,Ik veronderstel iets, Jeffrey Sachs denkt iets, en collega Summers regeert de wereld.''

Fortune verschijnt elke twee weken en is verkrijgbaar in de kiosk.

www.fortune.com