Europa is de richting kwijt

Europa staat aan de vooravond van grote beslissingen. Maar in plaats van een fundamenteel debat over de Europese toekomst, vervallen regeringsleiders en Europese Commissie in geruzie over kleinigheden, zoals belastingvrij winkelen.

In de Europese Unie is nu even geen tijd voor grote idealen. Het gaat om geld. Regeringsleiders beseffen dat ze thuis worden afgerekend op het bedrag dat zij hebben weten binnen te halen. Dat maakt het Europese debat op het ogenblik moeilijk en de stemming grimmig. Daar komt bij dat bondskanselier Helmut Kohl in Europa wordt gemist. De afgelopen jaren speelde hij bij het oplossen van crises een dominerende rol. En niemand – Schröder noch een van de andere regeringsleiders – heeft die positie kunnen overnemen.

De Europese Unie kampt daardoor met een gebrek aan leiderschap. De Europese Commissie heeft veel krediet verspeeld door halfslachtige reacties op de aantijgingen van fraude en is doodsbang binnenkort opnieuw door het Europees Parlement te worden aangepakt. En bij het huidige, Duitse voorzitterschap ontbreekt de regie.

De onderhandelingen over de hervorming van het landbouwbeleid – die vandaag in Brussel worden hervat – en over de langetermijnfinanciering verlopen dan ook uiterst moeizaam. De Duitsers leiden ze zo gebrekkig, dat er steeds meer mee gerekend wordt dat een akkoord niet volgens plan eind deze maand op een top van regeringsleiders in Berlijn bereikt kan worden. De onderhandelingen, waarbij een sterke Europese Commissie een belangrijke rol zou kunnen spelen, zijn van doorslaggevend belang om de Europese Unie voor te bereiden op de uitbreiding met landen uit Oost-Europa. Maar in plaats daarvan kissebissen zowel de Europese Commissie als de regeringsleiders van de vijftien lidstaten over zaken als belastingvrij winkelen.

Het is een algemene stelregel: zo lang Frankrijk en Duitsland niet op één lijn zitten, is vrijwel niets mogelijk. Maar in het overleg tussen Bonn en Parijs schort momenteel het een en ander. De tijd van de goede verstandhouding tussen bondskanselier Kohl en de Franse president Mitterrand is voorbij. Minister van Landbouw Funke heeft Frankrijk tegen zich in het harnas gejaagd met het voor Parijs onaanvaardbare voorstel de inkomenssteun voor boeren deels door de lidstaten te laten betalen. Zijn Franse collega Glavany beschuldigde Funke van een poging om Frankrijk binnen de EU te isoleren.

Duitsland is op zijn beurt geërgerd over de Fransen die niet zouden willen begrijpen dat de nationale inkomenssteun voor boeren slechts tot de Duitse onderhandelingsstrategie behoorde. Hoge Duitse regeringsfunctionarissen zeiden ,,geïrriteerd'' en ,,regelrecht geschokt'' te zijn door de Franse regering.

Pas vorige week zijn serieuze gesprekken over het landbouwbeleid begonnen tussen Frankrijk en Duitsland, nadat president Chirac en premier Jospin eind vorige maand op de top in Königswinter een hartig woordje tot bondskanselier Schröder hadden gesproken. Die gaf na afloop toe dat met een groot land als Frankrijk rekening moet worden gehouden.

Ook de Duitse minister van Financiën, Oskar Lafontaine, heeft ergernis opgeroepen. Vorige maand vielen vrijwel alle ministers van Financiën over hem heen toen hij als conclusie van een discussie met zijn eigen standpunt kwam en als voorzitter geen poging deed een compromis tussen de vele uiteenlopende standpunten te zoeken.

De positie van Duitsland is veranderd. Vervlogen is de tijd waarin problemen werden opgelost doordat Bonn de portemonnee trok. Nu wil ook Duitsland fors minder betalen aan `Brussel'. Veel lidstaten willen dat de EU-uitgaven niet boven het huidige niveau uitstijgen. Maar landen als Spanje, Portugal en Griekenland willen niet inleveren op steun uit de structuurfondsen voor arme regio's. Frankrijk verdenkt Schröder ervan zo veel waarde te hechten aan het slagen van de top van Berlijn, dat hij gaat toegeven aan lidstaten die het niet zo nauw met de financiën willen nemen. Ook Nederland vreest zijn Duitse bondgenoot-in-spaarzaamheid te verliezen.

Maar hoe graag Schröder na de verloren verkiezingen in de deelstaat Hessen ook een Europees succes zou willen boeken, als hij te gemakkelijk toegeeft aan de zuidelijke lidstaten riskeert hij wel kritiek van de oppositie in eigen land die hem wil afrekenen op de mate waarin hij erin slaagt de netto bijdrage aan Brussel te verminderen.

Op steun van de Europese Commissie hoeft Schröder ook al niet te rekenen. Regeringsleiders klagen allang over de zwakke figuur van voorzitter Jacques Santer. Een Franse regeringsfunctionaris wenste onlangs dat Santer volgend jaar zal worden opgevolgd door ,,een jonge Delors''. Iedereen schijnt te vergeten dat de regeringsleiders indertijd voor Santer kozen, juist omdat hij minder eigenzinnig als zijn voorganger zou zijn en goed naar Duitsland en Frankrijk zou luisteren.

Santers' positie wordt nog zwakker doordat precies één dag voor de top van Berlijn het Europees Parlement zal stemmen over de toekomst van de Commissie, op basis van een rapport van een comité van wijzen dat aantijgingen van slecht management en vriendjespolitiek onderzoekt. De dreiging dat het parlement de Commissie als geheel naar huis stuurt, is geenszins geweken.

Sommige Eurocommissarissen lijken bereid op alle manieren door het stof te gaan, als zij het Parlement maar gunstig kunnen stemmen. Zo bood commissaris Monti (Interne Markt) vorige maand ongevraagd aan het recht op belastingvrij winkelen op te geven. Het was een gebaar van goede wil maken naar het Europees Parlement. Maar het idee stuitte binnen de Commissie zelf onmiddellijk op grote weerstand.

Wat aanvankelijk door Monti bedoeld was als een poging om het debat over taxfree shops eindelijk tot bedaren te brengen, leidde tot nieuw gekrakeel. In 1991 was al unaniem door de Europese regeringsleiders besloten dat deze zomer een einde zou komen aan belastingvrij winkelen binnen de EU. Maar de tegenstand van de duty free-lobby was zo groot, dat de regeringsleiders overwegen de afschaffing toch maar weer uit te stellen. Straks in Berlijn, waar de regeringsleiders zich eigenlijk vooral druk zouden moeten maken over de toekomst van Europa, zal het onderwerp wellicht opnieuw ter tafel komen.

De hoop van Monti dat de regeringsleiders zich eindelijk alleen nog maar met hoofdzaken bezighouden, is nog ijdel.