Elk Bengaals gehucht telt `tijgerweduwen'

Indiase stropers doden elke dag een Bengaalse tijger. Daarnaast staan treinen, de oprukkende beschaving en boze boeren de gestreepte kat naar het leven.

Hoewel haar man, een visser, enkele jaren geleden werd opgegeten door een tijger, koestert Sashi Santomandal geen wrok. Als ze een verse pootafdruk ziet, steekt ze haar hand op ter begroeting en doet een schietgebedje. ,,Jij gaat jouw kant op, ik de mijne. Zolang je mijn pad maar niet kruist'', bidt ze dan en vervolgt voorzichtig haar weg.

Bengaalse tijgers horen bij Gosaba als rijst bij het eten. De bewoners van de Sunderbans, een moerassige, potdichte wildernis van mangrovenstruiken aan de mondingen van de Ganges, hebben leren leven met de tijger. En sterven. Volgens de boswachterij vielen tot het begin van de jaren negentig jaarlijks een kleine vijftig doden in de Sunderbans. Nu is het iets minder, maar slachtoffers vallen er nog steeds. Vrijwel elk gehucht telt enkele `tijgerweduwen'. Meestal zijn de mannen het slachtoffer: honingzoekers, houthakkers of vissers in kleine bootjes – tijgers leggen dagelijks vele kilometers zwemmend af tussen de talloze eilandjes. ,,Mijn man moest toch de kost verdienen'', zegt Sashi. Door de speciale tijgeraanvallen-verzekering die alle dorpelingen afsluiten – voor dertig rupees (1,50 gulden) per jaar – kreeg zij een bedrag uitgekeerd waar zij even mee vooruit kon, maar inmiddels trekt zij haar garnalennetten ook urenlang langs de inhammen en de eindeloze waterwegen van de delta.

De laatste jaren trekken de bewoners de wildernis in met een mensenmasker op hun achterhoofd. Tijgers, zo weten ze, vallen hun prooi alleen van achteren aan.

De ondoordringbaarheid van het eilandenrijkje en de mengeling van angst en respect waarmee de bewoners de Royal Bengal in hun leven proberen in te passen hebben van de Sundarbans het belangrijkste tijgerreservaat van India gemaakt. Volgens schattingen leven er driehonderd tijgers; uit onderzoeken naar pootafdrukken blijkt dat hun aantal zelfs groeit – een trend die in de rest van India nog lichtjaren weg lijkt. In heel India leeft volgens de National Geographic Society ongeveer de helft van de vijf- tot zevenduizend tijgers die Azië nog heeft.

Rond 1900, toen enkele tienduizenden tijgers de Indiase jungles bevolkten en de tijgerjacht nog onderdeel van de vakantie van de rijken was, bouwden de Indiërs hekken rond hun dorpen en huizen. Diep in de tweede helft van de eeuw werden de rollen omgedraaid, mede door de bevolkingsexplosie en de nagenoeg ongelimiteerde ontbossing als gevolg van de vraag naar landbouwgrond. Het waren de tijgers die achter de omheining verdwenen. Het dier loopt sindsdien steeds sneller tegen de grens van zijn jachtterrein aan en moet langer zoeken naar zijn natuurlijke prooi. Het is één van de verklaringen voor zijn toenemende aanvallen op vee en mensen.

Vijfentwintig jaar geleden ging in New Delhi het alarm af toen uit een telling bleek dat er nog geen 1.800 tijgers over waren. Hevig geschrokken door het dreigende uitsterven van het nationale dier zette toenmalig premier Indira Gandhi het speciale Project Tiger op, waarbij 23 gebieden tot reservaat werden uitgeroepen. De tijgerpopulatie groeide tot vierduizend in 1989, maar inmiddels lijkt het effect van het project weer grotendeels tenietgedaan door de oprukkende beschaving en – vooral – door stropers.

,,Door Project Tiger is de tijgerstand enigszins gestabiliseerd'', zegt Prasant Kumar Sen, directeur van Project Tiger, die schat dat er op dit moment een kleine vierduizend tijgers in India leven. Maar betrouwbare schattingen blijven moeilijk, waarschuwen milieu-activisten. Medewerkers van de nationale parken houden het opgegeven aantal graag hoog om hun baan niet te verliezen.

De grootste bedreiging vormen nu de stropers, zegt Sen. Chinese medicijnmannen zijn de grootste afnemers; tijgerbotten en -organen zijn belangrijke ingrediënten voor traditionele Chinese geneesmiddelen, onder meer voor de behandeling van seksuele problemen. Sen schat het aantal gedode tijgers in 1998 – het Chinese jaar van de tijger – op driehonderd.

Enkele jaren geleden rapporteerde een Indiase natuurorganisatie dat stropers voor 14 dollar een tijger doden; veel boeren rondom de half-open tijgerreservaten, die dagelijks niet veel meer dan 1 of 2 dollar verdienen, kunnen de verleiding van zo'n snelle winst niet weerstaan. Iets hoger in de keten levert de handel in de organen, de botten en het gestreepte vel ruim vijfduizend dollar op.

Maar stropers zijn niet alleen verantwoordelijk voor de alarmerende situatie die vorig jaar plotseling ontstond. Toen wierpen natuurbeschermers de vraag op hoe veilig de Indiase reservaten eigenlijk zijn – voor de tijgers. De nationale parken zijn meestal half-open, wat betekent dat iedereen die per se wil – en durft – naar binnen kan. In sommige parken, zoals Periyar in de zuidelijke deelstaat Kerala, zijn stevig beveiligde vijf-sterrenhotels gebouwd. Verschillende reservaten in het noordoosten van India zijn onveilig voor boswachters omdat zwaarbewapende, separatistische militanten ze gebruiken als toevluchtsoord. Regeringen van verschillende deelstaten lieten illegaal autowegen door de parken aanleggen of gaven toestemming voor de bouw van fabrieken. Uit onderzoeken bleek vorig jaar dat lokale milieu-ambtenaren vaak instemden met het inkrimpen van de parken na een financiële deal met een bouwlustige onderneming.

In het reservaat Dudhwa, in de jungles rond de Nepalese grens, raast zeven keer per dag een trein dwars door het leefgebied van de tijger. Vorig jaar kwamen verschillende tijgers en olifanten om bij botsingen met treinen. Door de komst van de trein en door de ontbossing is het jachtgebied van de tijgers in Dudhwa zodanig ingekrompen dat zij de laatste jaren steeds vaker de aanval openen op het vee van boeren buiten het park. Om herhaling te voorkomen, vergiftigden de boze suikerboeren vorig jaar zeker tien tijgers met pesticiden. In 1997 werden in heel India meer dan zestig Bengaalse tijgers vergiftigd of doodgeschoten uit `wraak'. Op de vlucht voor de opdringende beschaving – tijgers zien mensen pas als prooi als ze worden bedreigd of gewond zijn – hebben tijgers tegenwoordig veel meer terrein nodig om te overleven dan vroeger. Uit een recent onderzoek blijkt dat veel tijgers een leefgebied van 250 vierkante kilometer belopen, terwijl de dieren in het verleden genoeg hadden aan honderd vierkante kilometer.

Honderd kilometer ten zuiden van Calcutta, tussen de eilanden van de Sunderbans, vaart een bootje met Indiase toeristen in de avondschemering. De Bengaalse tijger die iemand aan bakboord heeft ontdekt, zwemt onverstoorbaar verder, op weg naar één van de eilandjes. Het dier raakt pas geïrriteerd als de kapitein het roer omgooit en hem gaat achtervolgen, zodat zijn passagiers hem beter kunnen zien. Als de afstand het beest te klein wordt, komt hij woest brullend omhoog uit het water. Hij krijgt zijn zin, want de groep wordt stil. De tijger vervolgt soepel zwemmend zijn weg, klimt op de kant en verdwijnt in het dichte struikgewas. ,,Dat was de eerste tijger die ik in een jaar heb gezien'', zegt Amar Singh, milieudeskundige van de deelstaat West-Bengalen. ,,Maar ik denk dat het beter is als hij zich de komende jaren schuilhoudt. Het is triest, maar het is beter zo.''