Een staalkaart van veelzijdig vernuft

Toen Leonardo da Vinci, omstreeks 1480, zijn diensten aanbood aan de Milanese hertog Ludovico Sforza, presenteerde hij zichzelf in de eerste plaats als ingenieur. In een uitvoerige brief gewaagt hij van zijn `geheime uitvindingen', en biedt hij aan die voor de hertog uit te voeren. Leonardo beklemtoont vooral zijn vermogen allerlei oorlogsmachines te construeren, zoals stormrammen en een kanon dat rook produceert en een regen van projectielen afvuurt. Hij zal de oorlogszuchtige hertog daarmee gemakkelijk hebben kunnen overtuigen van het nut van zijn verblijf aan het hof van Milaan. Maar ook zegt Leonardo zich in vredestijd verdienstelijk te kunnen maken, bijvoorbeeld door het ontwerpen van gebouwen en aquaducten. Bijna terloops voegt hij eraan toe dat hij beelden kan maken van marmer, brons of klei in zijn bescheidenheid nog het opvallendst voor de latere maker van wereldberoemde schilderingen als de Mona Lisa en het Laatste Avondmaal, `ook in de schilderkunst doe ik voor niemand onder'.

Een afschrift van Leonardo's brief maakt deel uit van het zogenaamde Codice Atlantico, een verzameling van ruim 1100 tekeningen, die wordt bewaard in de Biblioteca Ambrosiana te Milaan. Een keuze daaruit vormt het hart van een tentoonstelling die is ingericht in de, onlangs na een jarenlange restauratie heropende bibliotheek. De werken illustreren bij uitstek Leonardo's interesse in technische vraagstukken. De schone kunsten zijn daarbij van ondergeschikt belang. Zo is er een tekening die in verband kan worden gebracht met een kolossaal ruiterstandbeeld voor de legeraanvoerder Francesco Sforza, waaraan Leonardo jarenlang heeft gewerkt maar dat nooit is voltooid. Het blad toont van het paard niet meer dan de schetsmatige omtreklijnen. Veel meer aandacht is besteed aan een lattenconstructie, die Leonardo ontwierp om het probleem op te lossen van het transport van het levensgrote model van het atelier naar de bronsgieterij.

De meeste tekeningen laten nog ingewikkelder technische staaltjes zien. Sommige zijn vlot geschetst en voorzien van de voor Leonardo karakteristieke aantekeningen in spiegelschrift. In zulke bladen is het fascinerend het ontwerpproces stap voor stap te volgen. Andere zijn meer uitgewerkt, waarschijnlijk om aan de broodheer te tonen. Een daarvan toont twee korte kanonnen die de regen van kogels afvuren die Leonardo in zijn aanbevelingsbrief had beloofd. De projectielen, het lijken wel golfballen, vliegen in een mooie boog van de linker- naar de rechterkant van de tekening, waar ze als granaten ontploffen. Haast aandoenlijk – als het niet zou gaan om serieuze ontwerpen voor moordwapens – is een andere tekening die op het eerste gezicht een conventionele kruisboog voorstelt. Pas als je het minuscule mannetje opmerkt dat het apparaat bedient, blijkt het te gaan om een gigantische katapult die op wielen wordt voortbewogen.

Het Codice Atlantico is verre van representatief voor Leonardo's getekende oeuvre. Het is maar één van de tekeningenboeken die na Leonardo's dood in min of meer thematische samenhang uit zijn nagelaten papieren zijn samengesteld. Andere banden, met tekeningen van meer artistiek belang of bijvoorbeeld anatomische studies, zijn in de loop der tijd in andere collecties beland. De collectie van de Biblioteca Ambrosiana was oorspronkelijk in één boekband gevat, genoemd naar zijn grote, `atlantische' formaat. Later zijn de tekeningen gerestaureerd en, in een ruimere jas, ondergebracht in twaalf banden, die nu allemaal bij elkaar te zien zijn in een van de oudste zalen van de eerbiedwaardige, zeventiende-eeuwse bibliotheek. Rondom deze werken zijn de andere tekeningen gegroepeerd die de Ambrosiana van Leonardo's hand bezit. Het zijn veelal studies van groteske koppen, vaak getekend op postzegelformaat.

Daarnaast wordt een fraaie verzameling werken getoond van navolgers en tijdgenoten, die eens te meer laten zien dat Leonardo zich, waarschijnlijk uit pragmatische overwegingen, tekort deed toen hij zichzelf vooral als technicus aanprees. Zijn artistiek genie was al bij zijn leven onbetwist en in Milaan had hij een stoet van leerlingen, navolgers en imitators. Zijn invloed is nu eens evident, zoals in tekeningen van Francesco Melzi en Giovanni Antonio Boltraffio, dan weer inventief geassimileerd in de Noord-Italiaanse traditie, zoals bij Bernardino Luini en Gaudenzio Ferrari. Dat maakt de tentoonstelling tot een bescheiden staalkaart van niet alleen Leonardo's veelzijdig vernuft, maar ook van de artistieke wisselwerking tussen het Toscane en het Noord-Italië van de Renaissance.

Tentoonstelling: L'Ambrosiana e Leonardo. T/m 30/4 in Biblioteca Ambrosiana, Piazza San Sepolcro in Milaan. Geopend: di-zo 10-17:30 uur. Cat. 35.000. lire