Documenten Bijlmerramp ontvreemd

Tijdens een speciaal ingelaste verhoordag kwamen gisteren twee medewerkers van El Al getuigen voor de enquêtecommissie Bijlmerramp.

In maart vorig jaar stonden er onverwachts twee Engelssprekende heren op de stoep bij J. Hamstra, neef en zaakwaarnemer van de naar Israel geëmigreerde El Al-medewerker R. Wijbrandi. Ze eisten inzage in El Al-papieren die Wijbrandi bij zijn neef had achtergelaten. ,,Gaat u zitten'', bevalen de ongenode gasten de verschrikte Hamstra, om vervolgens op hun gemak de paperassen door te nemen. ,,These are the originals'', riepen ze na een tijdje voldaan. Met een deel van de documenten vertrokken ze daarna met onbekende bestemming.

Wijbrandi, die tussen 1991 en begin 1998 op de vrachtafdeling van El Al op Schiphol werkte, verklaarde gisteren voor de enquêtecommissie Bijlmerramp dat hij geen idee had waar het die Engelssprekende overvallers om was begonnen. ,,Wat ze ook hebben meegenomen, het kan niet veel belangrijks zijn geweest'', herhaalde hij een paar keer. De El Al-medewerker zei het nog niet de moeite waard te hebben gevonden eens te kijken wat de indringers nu eigenlijk hadden meegenomen. Hij had trouwens pas een paar maanden geleden van de overval gehoord. Zijn neef had er wel over gebeld naar Israel, maar Wijbrandi's vrouw, die de telefoon opnam, had verzuimd het hem door te geven, aldus de getuige. De commissie liet hem duidelijk merken dat maar een rare zaak te vinden. In het voorbijgaan liet commissielid Van den Doel nog even weten dat Wijbrandi's vrouw voor ,,de Israelische veiligheidsdienst'' werkt. ,,Ze werkt bij de paspoortcontrole, een soort marechaussee'', preciseerde Wijbrandi. Wijbrandi hield zijn ondervragers voor dat de overvallers zijn neef geen originele documenten afhandig kunnen hebben gemaakt. Hij had slechts uit een ,,beroepsmatige interesse'' enkele kopieën van vrachtdocumenten van de tragisch geëindigde vlucht mee naar huis genomen als een aandenken daaraan. Hij stopte de papieren met het overlijdensbericht van de bemanning in een doos, die later bij zijn neef belandde. ,,Ik had geen geheim te verbergen'', onderstreepte Wijbrandi keer op keer. Wijbrandi, die in zijn tijd op Schiphol toezicht had gehouden op het in- en uitladen van de vracht van El Al-vliegtuigen, kon evenmin opheldering geven over een discrepantie op twee vrachtformulieren van de noodlottige vlucht van 4 oktober 1992. Op beide formulieren stonden voor een pallet op dezelfde plaats verschillende nummers genoteerd. Volgens Wijbrandi was er echter voor het ongeluk niets mis geweest met de El Al-Boeing of met de vracht. De commissie voelde gisteren ook U. Danor aan de tand. Hij was ten tijde van de ramp algemeen manager in Nederland van El Al. De Israeliër verklaarde dat hij nog op de avond van 4 oktober naar de plaats van de ramp was gegaan. Daarbij was hij echter niet vergezeld geweest van J. Plettenberg, vrachtmedewerker van El Al, of van rijkspolitieman D. Nix, zo vertelde hij de commissie. Die indruk was twee weken geleden ontstaan na het verhoor van I. Chervin, die zich voor deze informatie juist op Danor had beroepen. Later bleek dat Chervins woorden niet goed zijn vertaald.

Danor had Nix, die op het El Al-kantoor op Schiphol kwam om de vrachtdocumenten en de operationele papieren van de verongelukte Boeing op te halen, wel verzocht om medewerking voor een bezoek aan de plek van de ramp. Enige tijd later was er inderdaad een politieauto gekomen die de El Al-manager en twee andere managers naar de plek des onheils had begeleid. Verder maakte Danor in zijn verhoor duidelijk dat Nix zeker enkele uren op het kantoor van El Al is gebleven en niet, zoals getuige Plettenberg eerder heeft verklaard, rond acht uur alweer is vertrokken.