Bitterheid

Vorige week viel hier nog een halve meter sneeuw, maar nu dooit het. Op de trottoirs ligt een spekgladde bruine koek, van de daken vallen voortdurend grote brokken ijs, maar de Finnen zijn aan alles gewend en glijden als eenden over hun glibberige straten. En dan is daar Café Ursula, een rond paviljoen dat uitziet over de bevroren zee, de besneeuwde eilanden en de paar vissers die in de nevelige verte bij een ijsgat zitten. Ik eet een bordje soep met de schrijver Claes Andersson, tot voor kort minister van Cultuur. ,,Lenin zijn we eeuwig dankbaar, omdat hij als eerste onze onafhankelijkheid erkende'', zegt hij. ,,Maar van zijn bolsjewisme moesten we niets hebben.''

Hij vertelt over de eigen burgeroorlog van de Finnen, de strijd die de `rode' boeren en arbeiders en de `witte' conservatieven in 1918 voerden. De `witten' wonnen, talloze `roden' werden vermoord, en pas de Russische invasie in 1939 bracht het land weer bijeen. ,,Ondanks alle beloften werden we toen telkens in de steek gelaten. Er heeft daarna lange tijd een bitterheid over het land gelegen.''

Jarenlang leefden de Finnen zo in de marge tussen Rusland en het Westen, nu omhelzen ze de euro - al is daar op straat nog niets van te merken. ,,We moeten wel'', zegt Andersson, ,,onze munt is te klein om zich tegen een speculantenaanval te weren.'' Heeft men, in dit eenzelvige land, dan niet dezelfde bezwaren als de Zweden? ,,Wij hebben twee oorlogen overleefd, een crisis, we hebben generatie na generatie offers gebracht. De Zweden hebben nooit iets meegemaakt. Dat gevoel, dat maakt alle verschil.''