Andorra

Vijfenveertig jaar geleden, in de zomer van 1954, besloot de KNVB om over te gaan tot betaald voetbal in Nederland. Het gebeurde tijdens een inderhaast bijeengeroepen bestuursvergadering in het Utrechtse hotel Terminus. Dat dit gebouw intussen al lang is afgebroken heeft gelukkig met de daar behandelde zaak niets te maken, hoewel enkele tegenstanders van het voetbalbesluit wel eens een opmerking in die richting hebben gemaakt.

Het moet een bewogen bijeenkomst zijn geweest. De toenmalige bondsvoorzitter, Hans Hopster, lag ziek te bed en rondom zijn sponde verzamelden zich enkele bestuurders die van oordeel waren dat er nu spijkers met koppen dienden te worden geslagen. Daar was onder anderen Cor Kieboom, de voorzitter van Feyenoord, Henk Zon, de praeses van Excelsior, en Toon Martens, die de scepter bij het Haagse ADO zwaaide. Die zondagochtend viel de principiële beslissing binnen zeer korte tijd met officieel betalen te beginnen.

Intussen waren in Zwitserland de eindronden bezig van het wereldkampioenschap, uiteindelijk door West-Duitsland gewonnen in wat tegenwoordig een zinderende finale zou heten, waarin het lange tijd superieure Wunderteam van de Hongaren met 3-2 zou worden geklopt nadat Puskas cs. met 2-0 hadden geleid. Ik liep, samen met enkele collega's, de trappen van het Wankdorfstadion in Bern af toen ik collega Kick Geudeker tegen de vlak voor hem lopende Karel Lotsy hoorde zeggen: ,,Zeg Karel, weet je al dat de KNVB-bazen hebben besloten om tot betaling over te gaan?'' Lotsy draaide zich om als door een insect gestoken en antwoordde in de trant van: ,,Ik wist het nog niet, maar ik vind het stom en verschrikkelijk. Hoe hebben ze dat kunnen doen?''

De boosheid van Lotsy was begrijpelijk, maar zijn uitlatingen waren niet erg tactvol. Nog zou er weinig aan de hand zijn geweest als hij, terug in het vaderland, niet vurig had ontkend dat hij zware kritiek had geuit. Toen realiseerden Geudeker en Van Emmenes zich dat ik naast hen had gelopen en, tenzij door acute doofheid overvallen, moest kunnen bevestigen wat de oud-bondsvoorzitter had verklaard. Gevraagd of ik dat wilde doen, deed ik dat. Jammer voor Lotsy, maar dan had hij zijn mond maar moeten houden.

Nu zijn we 45 jaar verder en het topvoetbal wordt bijkans bedolven onder de problemen. Had Lotsy nog geleefd, dan was hij nu wellicht een kruistocht begonnen jegens het voorstel om zelfs de amateurs toestemming tot betaling te verschaffen. Ik zal niet beweren dat het betaald voetbal louter een zegen is geweest. Maar ik moet er toch ook niet aan denken waar Nederland internationaal zou staan, wanneer we die stap toen niet en nooit zouden hebben durven zetten. We waren te vergelijken geweest met op zijn best Luxemburg en op zijn slechtst Liechtenstein en Andorra. Letterlijk al onze spelers met aanleg zouden buiten onze grenzen zijn gaan voetballen. De Arena en het Gelredome zouden nooit verrezen zijn en de massa zou zich of bij hoog-matig spel hebben neergelegd of zijn overgelopen naar een andere sport.

Er is dus nog altijd reden om met lichte tevredenheid terug te denken aan die dag in juli 1954, toen de grootste sportbond van ons land overstag ging en iets deed dat de die hards verdriette, maar toch een juiste beslissing is gebleken te zijn.