Aanvechtbare aanpak in Bijlmerenquête

Het werk van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp wordt gekenmerkt door een merkwaardige manier van vragen stellen, waaraan effectbejag niet vreemd is.

Na dertig minuten verhoor onderbreekt voorzitter Th. Meijer zijn medelid Van den Doel. Getuige R. Wijbrandi zal opnieuw de eed moeten afleggen en nu zoals het hoort. Anders is al het voorgaande zonder enige waarde. En zo werd gisteren halverwege het verhoor alsnog een geldige eed afgelegd en verklaarde Meijer op eigen gezag dat ook al het voorgaande er onder viel.

De parlementaire enquêtecommissie maakt fouten en die zijn niet louter van formele aard. In de afgelopen weken heeft de werkwijze meermalen geleid tot verwarring en rumoer. Vaak lijkt de vraagstelling suggestief of wordt er met schijnonthullingen spanning opgebouwd. Bij managementcursussen in den lande krijgen de deelnemers inmiddels ingeprent dat ondervragen zó in elk geval niet moet.

De meest opzienbarende van deze schijnonthullingen betrof een geluidsband van de verkeersleiding die op 3 februari door commissielid M. Augusteijn (D66) werd aangehaald. Met haar vraagstelling en wijze van citeren uit het transcript wekte ze de indruk dat El Al de verkeersleiders om geheimhouding had verzocht over de lading en anderzijds dat het vliegtuig boordevol had gezeten met giftig en explosief materiaal.

Nederland gonsde van verontwaardiging. Het belangrijkste element in deze zogenaamde onthulling was de bereidheid van een stel ambtenaren die spontaan iets beloofden waar ze formeel geen bemoeienis mee hadden ,,onder de pet te houden''. Augusteijn en de rest van de commissie hadden op die derde februari, al of niet bewust, de context weggelaten van het korte telefoongesprek.

Het land stond op z'n kop en de commissie liet het maar even zo. Pas dagen later bleek wat ingewijden al langer wisten, namelijk dat via een ander circuit de gevraagde informatie gewoon op het goede adres was bezorgd. En nog weer later bleek dat op z'n minst twijfel mogelijk was over de vraag of de medewerker van El Al het verzoek had gedaan om niet over de lading te spreken. Meijer bood later in bedekte termen zijn excuses aan voor de onnodige onrust.

Heeft de commissie ervan geleerd? Het leek er niet op, gisteren bij het verhoor van Wijbrandi. Nadat de El Al-employee op een vraag van Van den Doel had geantwoord dat hij geen speciale stukken van de rampvlucht had ontvreemd uit het kantoor van zijn werkgever, herinnerde zijn ondervrager hem er weer eens aan dat hij onder ede stond. Van den Doel begon toen over een zaakwaarnemer, die ook een neef bleek te zijn van Wijbrandi. Twee Engelssprekende mannen hadden in maart 1998 een inval gedaan bij die neef en stukken meegenomen. Dat had Wijbrandi's neef in een voorgesprek aan de enquêtecommissie verteld.

Een spannend verhaal ongetwijfeld, maar niemand weet nog waar het over gaat. Was het niet handiger geweest de neef ook te verhoren?

De commissie maakt duidelijk onderscheid bij het ondervragen van de getuigen. Voormalig hoofdcommissaris E.Nordholt en brandweercommandant H. Ernst werden anders bejegend dan de ex-directeur van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) J. Weck, deelraadvoorzitter R. Janssen of een eenvoudige politieman als H. Damveld, die hangar 8 op Schiphol heeft bewaakt. De laatste drie viel, afgaande op de toon van de vragenstellers, blijkbaar iets te verwijten.

Daarmee zijn we beland bij de stijl van ondervragen. Ook die kwam kort na het begin al onder vuur, zowel van Kamerleden als van academische deskundigen. Sommige commissieleden gedroegen zich vooral de eerste weken of ze in een rechtbankserie op televisie speelden. Op 4 februari in het verhoor van El Al-technicus C. Gaalman bijvoorbeeld. De stem van ondervrager R. Oudkerk (PvdA) zakte en werd trager, de ogen op een vast punt gericht. ,,Meestal gaat het goed, maar niet altijd'', klonk het plechtig uit zijn mond nadat Gaalman een bekentenis was ontlokt dat hij wel eens onderhoudspapieren van vliegtuigen had afgetekend zonder zeker te weten dat alles goed was. Hoewel in het geheel niet vaststond dat Gaalman op de avond van de ramp steken had laten vallen, werd hij er zo wel impliciet verantwoordelijk voor gesteld. De lijst van 25 pagina's achterstallig onderhoud waarmee de commissie wappert, doet ook van alles vermoeden, maar nog altijd is niet duidelijk of het om kapotte leeslampjes of iets ergers gaat.

Geen enkel verhoor lijkt in de buurt te komen van waar voorzitter Meijer naar eigen zeggen mee bezig is: de onderste steen boven brengen en lessen trekken voor de toekomst. De leden vergeten vaak dóór te vragen. ,,U kunt er rustig van uitgaan dat we het antwoord al kennen op alle vragen die we niet stellen'', verklaarde Meijer zelfverzekerd. Maar na de schijnonthulling over de geluidsband werden de verkeersleiders slechts oppervlakkig kritische vragen gesteld over de wijze waarop zij als professionals de bemanning in het zwaar gehavende toestel hadden begeleid. Geen enkele vraag bracht de verkeersleiders in moeilijkheden, terwijl er volgens andere deskundigen meermalen traag door hen was gereageerd en zeer moeilijk te nemen bochten waren opgegeven aan captain Fuchs en zijn co-piloot.

De commissie lijkt intussen weinig geïnteresseerd in lessen die anderen hebben getrokken uit het Bijlmerdrama. De leider van het vooronderzoek naar de ramp, H. Wolleswinkel, was net begonnen aan een behartigenswaardig betoog dat veel ellende in de toekomst zou kunnen worden voorkomen als iedereen gewoon doet wat hij moet doen en niet meer dan dat. Wolleswinkel: ,,Eén van de grote problemen bij een ongeval is het telefonisch ramptoerisme, zo noem ik dat wel eens. Iedereen gaat iedereen bellen.'' Augusteijn, die hem ondervroeg, toonde niet de minste belangstelling voor deze wenk: ,,Laten we niet naar toeristische activiteiten gaan.'' ,,Dit is niet toeristisch. Dit heeft met communicatie te maken'', probeerde Wolleswinkel nog, maar tevergeefs.

Het commissielid Singh Varma heeft er intussen patent op met een raadselachtige glimlach getuigen te confronteren met bepaalde geruchten. ,,Maar is het u bekend dat er wel geruchten zijn dat mensen vermist worden'', legde ze bij voorbeeld politiecommissaris Welten voor. Een beetje kregel antwoordde deze dat hij er nog steeds van uit ging dat het dodental 43 bedroeg.

Ondanks de aanvechtbare aanpak, heeft de commissie wel resultaten geboekt . Een flink deel daarvan kan op het conto van de jeugdige, ambitieuze staf worden geschreven. Zo lijkt het er op dat er tegen alle verwachting in meer duidelijkheid komt over de lading, met name over het deel dat nog niet was gedocumenteerd. Tevens is er meer opgehelderd over de gang van zaken rond het verarmd uranium aan boord van het El Al-toestel, over de staat van onderhoud van het vliegtuig. Als het even meezit, zal ze wellicht voor het eerst ook een samenhang kunnen aangeven tussen gezondheidsklachten en de diverse verbrande stoffen op de plek van de ramp.