Woedende Serviërs hebben weinig keus

In Bosnië is vrijdag door twee beslissingen van de internationale gemeenschap de ernstigste crisis sinds de ondertekening van het vredesakkoord van Dayton, in december 1995, uitgebroken. De Bosnische Serviërs – radicalen èn gematigden – zijn verenigd in peilloze woede.

De woede van de Serviërs is verklaarbaar. Het besluit van Bosnië-gezant Carlos Westendorp om de ultra-nationalist Nikola Poplašen naar huis te sturen omdat hij de afgelopen zes maanden niets anders gedaan heeft dan het vredesproces saboteren en orders uit Belgrado uitvoeren, is een harde maatregel tegen de soevereiniteit van de Bosnische Serviërs in `hun' republiek en hun gevoel van eigenwaarde. Maar onverwachts kwam de actie van Westendorp geenszins. Poplašen was gewaarschuwd. Hij negeerde die waarschuwingen. En Bosnië is nu eenmaal geen normaal land: Westendorp heeft zeer vergaande bevoegdheden en heeft die vrijdag gewoon gebruikt zoals hij ze al eerder gewoon gebruikte. De woede van de Serviërs mag dan wel verklaarbaar zijn, rationeel is tegen het besluit van Westendorp weinig in te brengen.

Voor Brcko geldt eigenlijk hetzelfde. De Serviërs eisten de stad – die de nauwe corridor tussen het oosten en het westen van de Servische Republiek beheerst – op met het argument dat toewijzing aan de moslim-Kroatische federatie de Servische Republiek in tweeën zou hakken. De federatie van haar kant eiste Brcko op omdat moslims er voor de oorlog in de meerderheid waren en toewijzing aan de Serviërs zou neerkomen op beloning van etnische zuivering. De uitspraak van de arbitragecommissie, dat Brcko neutraal blijft en onder internationaal toezicht wordt gesteld, is een salomonsoordeel.

Maar niet voor de Serviërs: zij zijn woedend, want de neutale status doorbreekt de territoriale verbinding tussen beide delen van de Servische Republiek en bedreigt die republiek in haar voortbestaan.

De kwaadheid is – opnieuw – verklaarbaar en – opnieuw – irrationeel, omdat voor Brcko volledige vrijheid van beweging van kracht blijft en er geen enkele belemmering is voor de verbinding tussen de twee delen van de Servische Republiek. De territoriale continuïteit blijft.

Niettemin: een crisis is er, door de uitspraken. De Serviërs boycotten het Bosnische parlement, de Bosnische regering en het Bosnische staatspresidium. De Servische Republiek zit zonder president, premier en regering. De kans is groot dat de Serviërs wraak gaan nemen met aanslagen of andere vormen van geweld. Bovendien zijn de Serviërs, tot nu toe diep verdeeld tussen extremisten en ultra-nationalisten rond president Nikola Poplašen en gematigden rond premier Milorad Dodik, even één in hun woede.

Daarbij komt nog dat die woede vanuit Belgrado wordt aangewakkerd, en Belgrado heeft nog steeds heel veel invloed in de Servische Republiek. Voor de Joegoslavische president Slobodan Miloševic komt de crisis in Bosnië als geroepen: die leidt immers de nationale en internationale aandacht af van de crisis in Kosovo, die kan worden vertaald in luchtaanvallen van de NAVO nu de Albanezen van Kosovo zich opmaken het vredesplan van Rambouillet te ondertekenen en de Serviërs volharden in hun weigering dat te doen. Belgrado zal de komende tijd waarschijnlijk alles doen om de spanning in Bosnië hoog te houden.

En toch – veel van de Servische kwaadheid is alibi. De radicalen in de Servische Republiek zijn onverbeterlijk: zij zullen volharden in hun woede. Maar zij zijn niet doorslaggevend. In het parlement van de Servische Republiek hebben de gematigden van premier Dodik en ex-president Biljana Plavšic – die Dayton en de gemeenschappelijke staat Bosnië steunen – samen met de Kroatische en moslim-leden de meerderheid. En deze coalitie weet dat de Serviërs niet in hun woede kunnen volharden omdat ze de internationale gemeenschap financieel hard nodig hebben om te kunnen overleven. Voor hun achterban moeten ook de gematigde Serviërs uiting geven aan hun woede en Dodik is dan ook afgetreden, kwaad over `Brcko', net zoals de (gematigde) Serviër in het driekoppige staatspresidium zijn werk heeft opgeschort. Maar gisteren al liet Dodik weten dat ontslag in heroverweging te nemen.

Uiteindelijk hebben de Serviërs in Bosnië niet zoveel keus: men moet verder. Wat betekent: men moet verder met Westendorp en met de internationale gemeenschap. De Poplašens van de Servische Republiek mogen bereid zijn gras te eten (of liever: mogen bereid zijn het volk van de Servische Republiek gras te laten eten), maar de Dodiks zijn waarschijnlijk verstandiger. En het zijn de gematigden die het leger en de politie van de Servische Republiek controleren. Tenzij Belgrado roet in het eten gooit of geweld jegens de vredesmacht SFOR gaat escaleren zou de crisis wel eens kunnen overwaaien – alleen: of dat dagen of weken duurt is onduidelijk.