`So regende het kanzen'

Er is geen medium of het bevat wel een taalspelletje. Van een eenvoudige kruiswoordpuzzel tot Het Nationaal Dictee. Het Nederlands leeft. En dat ondanks de onvermoeibare pogingen van reclamemakers ons een merkwaardig soort potjes-Engels aan te praten. (Zoals het woord `okkeezjun', dat `okkazjon' hoort te zijn – afgeleid van het Franse woord occasion, gelegenheid of buitenkans betekenend en in het Nederlands gelegenheidskoopje).

Binnenkort zendt de KRO een nieuwe serie uit van Tien voor Taal, waarin Vlamingen en Nederlanders strijden om de taaleer en vanavond begint op Net5 `een pittig taalspelletje', om met presentatrice Martine Bijl te spreken. Een wekelijkse kennisquiz, gebaseerd op het spel Mijnheer Van Dale wacht op antwoord, ontwikkeld door Dick de Rijk, dat beoogt de taalvaardigheid van deelnemers en kijkers te testen.

De setting: een genoeglijke, ouderwetse kleine bibliotheek. De gebonden boeken hebben zachtgroene ruggen, de deelnemers zitten in twee ploegen van drie aan prettige leestafels onder art-deco lampen, en in hun midden zit de alleraardigste, welbespraakte bibliothecaresse, juffrouw Bijl. Het gebruikte papier is er van perkament, en aan de wanden hangen foto's van onder anderen W.F. Hermans, Annie M.G. Schmidt, Slauerhoff en Jan Mulder.

Het spel bestaat uit een paar vaste onderdelen, zoals het vinden van homoniemen, synoniemen en het maken van anagrammen en definities, en dat alles in een rap tempo. Ook is er een dicteetje, met fraaie instinkers. De vaste teamleiders, Erik Breij van Purper en zanger/ publicist Jan Rot, mogen dat met behulp van hun elke week wisselende teamgenoten op een laptop opschrijven. Gemaakte fouten worden van de behaalde punten afgetrokken.

En dan is er nog het onderdeel `woordenboek'. Vanavond mogen de deelnemers bedenken wat `knoeselen' betekent. Een taakje waarin ze hun fantasie en humor kwijtkunnen. Daarna moet worden geraden wie gelijk heeft, een van de deelnemers of Mijnheer Van Dale zelf. Een aangenaam programma.

Maar nu ik hier toch ben. Dames en heren programmamakers, kunt u ook niet eens een spel verzinnen waarin het niet om de inhoud, maar om de uitspraak van het Nederlands gaat? Speciaal bedacht voor de meestal jonge omroepers en presentatoren (m/v) van vooral de commerciële omroepen, zodat zij kunnen leren hoe het moet? Dat ze die vreselijke Hilversums-Amerikaanse eind-r afleren, van de ee-klank geen zachte i meer maken, de ij niet ver-aaien, de s als een s, de z als een z uitspreken, behalve in het woord asiel, waar je een z mag zeggen. Zodat wij geen `sjuksjes' meer horen, of `so regende het kanzen', of `ir-shte', of `likker weer'.

Zodat zij leren de juiste klemtonen te leggen. Een mens zou anders nog gaan denken dat krúúsiaal de juiste manier van zeggen is en een onderzoeker het tegengestelde van een bovenzoeker. Spelenderwijs zouden die televisie en radiomedewerkers Algemeen Beschaafd leren spreken, net zoals hun Engelse, Franse en Duitse collega's dat in hun taal doen. Wat kan daar toch tegen zijn?

Nou ja, tot welke overwegingen een nieuwe pittige taalquiz al niet kan leiden. Aan Martine Bijl ligt dat niet. Op haar taalgebruik is inhoudelijk niet dát aan te merken en met haar unieke timbre spreekt ze het ook onberispelijk uit.

Mijnheer Van Dale. Net5, 22.30-22.55u.