Senaat heeft lot kabinet in handen

Omdat D66 het correctief referendum een crisis waard vindt, hebben twee VVD-senatoren nu het kabinet bij de keel.

Vorig jaar november beklaagde VVD-senator Ginjaar zich bij de Algemene Politieke Beschouwingen over de toegenomen politisering van de Eerste Kamer. Ginjaar, voorzitter van de liberale senaatsfractie, bepleitte een terugkeer naar de klassieke rol van de senaat als chambre de réflexion.

Sinds dit weekend hebben echter twee van Ginjaars collega's, Heijne Makkreel en Wiegel, zich in het politieke debat over het correctief wetgevingsreferendum gestort. Ze dreigen deze `eminente' inbreng van D66 in het regeerakkoord te torpederen tijdens de tweede lezing van het wetsvoorstel dit voorjaar. Nu de Democraten bij monde van senator Schuyer duidelijk hebben gemaakt de kwestie een kabinetscrisis waard te vinden, hebben de twee liberalen het kabinet bij de keel. Twee senatoren uit het regeringskamp zijn namelijk voldoende (plus 20 van het CDA en 4 van de kleine christelijke partijen) om het wetsvoorstel de benodigde tweederde meerderheid te onthouden.

,,Het kan wel, maar het hoort niet'', zegt Heijne Makkreel, rechter in Haarlem, over de mogelijkheid dat een kabinet valt over een besluit van de Eerste Kamer. Daarmee bedoelt hij niet te zeggen dat hij onder dreiging van een kabinetscrisis alsnog zal inbinden. Makkreel vindt dat het kabinet in de Eerste Kamer niet de kabinetskwestie hoort te stellen, maar dat alleen in de politieke en direct gekozen Tweede Kamer kan doen.

Wel erkent hij dat ook de VVD-senaatsfractie enige binding heeft met het regeerakkoord, waarin introductie van het referendum is overeengekomen. ,,Dat werpen wij niet terzijde als quantité négligeable.'' De binding geldt niet zozeer het regeerakkoord zelf, alswel de paraaf van de VVD eronder. ,,Wij hebben wel een binding met de politieke partij waaruit wij voortkomen'', zoals fractievoorzitter Ginjaar eveneens vorig jaar zei. Tweemaal is een kabinet ten val gekomen door toedoen van de Eerste Kamer. In 1907 stemde de Eerste Kamer tegen de begroting van minister Staal (Oorlog), waarna het hele kabinet-De Meester aftrad. Uiteindelijk, na enkele mislukte formatiepogingen, werd alleen de minister van Oorlog vervangen. In 1860 trad het kabinet-Rochussen-Van Bosse af nadat een voorstel voor het gunnen van spoorwegconcessies in de Eerste Kamer was gesneuveld.

Als 1999 de derde keer wordt, komt dat volgens Heijne Makkreel onder meer omdat het kabinet met het referendum ,,morrelt aan de staatsinstellingen''. De meerderheid van zijn fractie ging vorig voorjaar akkoord omdat in de praktijk zelden een referendum zal worden uitgeschreven wegens de hoge drempel – zo hoog gelegd onder druk van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Maar vijf VVD-senatoren die tegenstemden vonden toen al dat het referendum zich niet verdraagt met het stelsel van vertegenwoordigende democratie. ,,Bovendien is de grondwetswijziging onomkeerbaar'', zegt Makkreel. ,,Als het referendum er eenmaal is, draai je dat niet meer terug.''