Irvine uit schaduw van teamgenoot Schumacher

Geduldig wachtte Eddie Irvine zijn kans af als secondant van Michael Schumacher, de Duitser met wie hij drie jaar geleden in dienst trad bij Ferrari, zij het tegen een aanzienlijk lagere beloning. Gisteren was het zover. Bij de seizoensouverture in Melbourne faalde Schumacher en mocht de 33-jarige Noord-Ier toeslaan. De coureur die een plaats in de schaduw van `Schumi' verkiest boven die van eerste man bij een ander team, won zijn eerste race in de Formule I, de klasse waarin hij in 1993 debuteerde bij het team van landgenoot Eddie Jordan.

,,We hebben verloren'', zei Jordan, die zijn coureur Heinz-Harald Frentzen tweede had zien worden, ,,maar van hem kunnen we 't hebben.'' Op muziek van Bizet spoot Irvine, zoon van een autosloper, de champagne in het rond.

Voor het eerst sinds 1987 sloot een Ferrari de Grote Prijs van Australië winnend af. Toen was het Berger die zegevierde, in een Ferrari Turbo in Adelaïde. Zijn teamgenoot Michele Alboreto maakte er toen met zijn tweede plaats een dubbelsucces van. Ferrari, dat smacht naar de eerste wereldtitel sinds 1979, ziet de zege van Irvine als een gunstig voorteken. Maar tegelijkertijd was er gisteren down under de kater van de achtste en puntloze plaats van Schumacher, de door Ferrari beoogde wereldkampioen.

De eerste race van 1999 kende net zo'n hectische start als de laatste van 1998 in Japan. Toen sloeg de motor van Schumachers Ferrari af voordat de startlichten doofden. Hij moest vervolgens als laatste van 22 coureurs starten, waardoor Mika Hakkinen, die met een voorsprong aan de GP van Japan was begonnen, de wereldtitel op een presenteerblaadje kreeg aangereikt.

In Melbourne vlogen de motoren van de Stewart-Fords van Rubens Barrichello (verrassend op de 4de startplaats) en Johnny Herbert vlak voor de start in brand. De reservewagen van het team was in Australië gereserveerd voor Barrichello, zodat Herbert niet meer in actie kwam. Barrichello moest in de pits starten en de rest van het veld laten voorgaan. Op de tweede startrij ontbrak ook Schumacher, die net als in november op Suzuka de rij moest sluiten, nu omdat hij voor de tweede formatieronde moest worden aangeduwd.

Aanvankelijk leek de race een kopie van vorig jaar. Weer dook Hakkinen als eerste de bocht in, vóór teamgenoot David Coulthard, net als '98 toen ze één en twee werden. Steeds verder liepen de Fin en de Schot uit op de rest van het veld, dat werd aangevoerd door Irvine, gevolgd door Frentzen. Voor die andere Jordan-coureur, oud-wereldkampioen Damon Hill, zat de race er toen al op; in een van de eerste bochten was hij van de baan getikt.

Technische problemen zorgden er na veertien van de 57 ronden voor dat de wagens van Hakkinen en Coulthard snelheid verloren. Als eerste van de twee stuurde Coulthard zijn bolide de garage in. Intussen stond er weer een oud-wereldkampioen langs de kant, nu met flinke schade. Bij hoge snelheid, op een recht stuk, was Jacques Villeneuve de achtervleugel van zijn wagen verloren, waardoor hij als een ongeleid projectiel over de baan schoot. Het debuut van het team van British American Racing, geleid door Villeneuves voormalige manager Craig Pollock, kende zo een desastreus verloop.

De wagen van Villeneuve lag op een gevaarlijke plaats, zodat de safetycar in de baan kwam. Dat leidde tot een hergroepering van het veld en toen de safetycar weer de pits inreed en de wagens weer op volle snelheid verder mochten, slaagde Hakkinen er niet meer in om zijn Mercedes op topsnelheid te krijgen. Al snel bevond hij zich in de positie van hekkensluiter. Toen de safetycar een paar ronden later na een crash van de Italiaan Allessandro Zanardi (Williams) weer verscheen, reed Hakkinen met pech zijn garage in. Een defect aan de gastoevoer betekende voor hem het einde van de race.

Michael Schumacher leek als de uitdager van wereldkampioen Hakkinen op rozen te zitten. Hij was opgerukt naar de vierde plaats en kon zonodig altijd nog rekenen op de hulp van zijn loyale teamgenoot Irvine. Maar na een uur in de race moest de Duitser met een lekke band en een kapotte voorvleugel de pits in, om even later terug te komen op de tiende en laatste plaats. Een ronde later ging Schumacher weer de pits in, nu voor een nieuw stuur vanwege problemen met de elektronica.

Nu de aanvoerder van het Ferrari-team de ene tegenslag na de andere moest incasseren, mocht Irvine de show stelen. In zijn 82ste Grand Prix gebeurde eindelijk waarvoor hij was aangenomen. Winnen als Schumacher daartoe niet in staat is. Met een minieme voorsprong op nummer twee Frentzen ging de Noord-Ier onder de zwart-wit geblokte vlag door.

Met zijn derde plaats completeerde Ralf Schumacher, overgestapt van Jordan naar Williams, een bijzonder erepodium. Irvine, Frentzen en Schumacher reden in de Japanse Formule 3000 voordat ze naar de Formule I overstapten. De Spanjaard Pedro de la Rosa bekroonde zijn Formule I-debuut bij Arrows met een zesde plaats, achter Fisichella (Benetton) en Barrichello, goed voor één WK-punt. Gisteren liet De la Rosa teamgenoot Takagi en tweevoudig wereldkampioen Schumacher achter zich.

Voor voormalig tweedehands-autoverkoper Irvine zal St. Patrick's Day deze maand de mooiste van zijn leven zijn. Hij viert de Ierse nationale feestdag volgende week als de leider in de stand om het WK. Behalve van de kracht van het McLaren-duo Hakkinen-Coulthard zal het van de prestaties van Michael Schumacher afhangen of Irvine zijn droom in 1999 kan verwezenlijken.