Het dubbele denken van Britta Böhler

De meestgezochte Koerdische strijder zit sinds kort in een Turkse gevangenis en heeft een Duitse advocaat die in Nederland praktijk houdt. Britta Böhler staat achter het Koerdische doel, maar behoudt de distantie tot haar beroemde en beruchte cliënt.

Ze lijkt nauwelijks vijanden te hebben - op enkele miljoenen Turken na. Voormalige en huidige collega's en kennissen noemen haar ,,een leuk mens'' en een ,,pittige tante''. De Turkse overheid en de Turkse bevolking denken daar anders over. Ze ontvangt sinds enige tijd circa tien dreigbrieven per dag. En ze staat onder politiebewaking sinds de Turkse overheid in een brief aan haar ambassades opriep tot `acties' tegen het advocatenteam van de Koerdische leider Abdullah Öcalan waarvan zij deel uitmaakt. Al haast ze zich om die termen te relativeren. Zo ,,begeleidt'' de politie haar slechts en komen de dreigbrieven van mensen die zich ,,afvragen'' hoe ze de ,,moordenaar'' Öcalan kan verdedigen.

De 38-jarige advocate Britta Böhler stelt zichzelf ook wel eens dergelijke vragen. Ze staat achter de politieke zaak van het Koerdische volk – niet voor niets noemt ze zich politiek advocate. ,,Mensenrechten worden in Koerdistan met de voeten getreden. Het Koerdische volk wordt onderdrukt door de Turkse overheid; het mag zijn eigen cultuur niet hebben, mag zijn eigen taal niet spreken. Dorpen worden afgebrand, het volk wordt uitgemoord.'' Sinds haar vroege jeugd is Böhler tegen geweld – dat hebben haar ouders haar met de paplepel ingegoten.

Maar de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging PKK en haar leider Abdullah Öcalan staan niet bekend om hun geweldloze optreden; ze treffen niet alleen Turkse ambtenaren als onderwijzers, ook de afrekeningen binnen de eigen partij zijn berucht. Het dilemma knelt soms, in haar hoofd. ,,Het goede doel heiligt niet alle middelen'', zegt ze. Al voegt ze even later toe: ,,Maar ik sta wel achter het doel.''

Soms biedt het recht ook de helpende hand. In het Advocatenblad zei Britta Böhler onlangs over Öcalan: ,,In een oorlog mag je iemand vermoorden, zo simpel is dat. Daar zijn de Conventies van Genève op van toepassing.''

Haar verschijning zet veel mensen op het verkeerde been. De in Duitsland geboren en opgegroeide Böhler draagt graag mantelpakjes - tijdens een recente ontmoeting is dat een groen ensemble - en sieraden en bindt het blonde haar zorgvuldig bijeen in een paardestaart. Ze gebruikt nauwelijks make-up. Haar uitstraling is professioneel en zakelijk. Öcalan wil dat ook van zijn advocaten. Zijn Italiaanse verdedigers, bijvoorbeeld, zijn tijdens publieke optredens altijd in pak gestoken. Europese advocaten met een Europese uitstraling; Öcalan heeft hen nodig om zijn tweede opdracht aan het advocatenteam te verwezenlijken. Want Böhler moet behalve zijn verdediging voeren ook de Koerdische kwestie op de Europese agenda brengen.

Zelf lacht ze om de ophef over haar voorkomen. ,,Ik heb dat nooit begrepen. Stem je op GroenLinks, dan mag je niet in een Golf Cabrio rijden. Of moet je in een slobbertrui rondlopen. Waarom?'' Ze herinnert zich Otto Schily, tegenwoordig minister van Binnenlandse Zaken in de Duitse rood-groene coalitie, vroeger advocaat van leden van de Rote Armee Fraktion (RAF). ,,Hij verdedigde de RAF, maar droeg gelukkig niet van die truien en zo'n baard.''

Juist Otto Schily is, samen met de advocaat van de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela, haar grote voorbeeld. Schily maakte in haar tijd als puber al indruk op haar. ,,Ik bewonderde hem om zijn ongewone en moedige keuze om de verdediging van de RAF op zich te nemen en om zijn duidelijke visie. Hij wilde waken voor de macht van de staat.''

De linkse strijd in Duitsland en de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika zorgden voor de belangrijkste ommekeer in haar leven. Böhler werd geboren in een sociaal-democratisch nest in het Duitse Freiburg, haar ouders waren fervente SPD-aanhangers. Politiek engagement trad dan ook vroeg op; ze `ontdekte' de RAF-activisten Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin al op veertienjarige leeftijd. Die ontdekking werd niet ingegeven, zegt ze, door hun manier van actievoeren, via bomaanslagen. Eerder werd de nieuwsgierigheid van de jonge Böhler gewekt door het feit dat Meinhof en Ensslin vrouwen waren, uit goede milieus. ,,Hun keuze in het leven intrigeerde me.''

Ze wist niet dat haar bewondering voor Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin jaren later wereldnieuws zou worden. Eind vorig jaar vertelde ze in een interview met de Volkskrant over deze episode in haar leven. Na de opsluiting van Öcalan op het Turkse gevangeniseiland Imrali vorige maand, namen buitenlandse media de anekdote over. In de Turkse propaganda-machine werd het verhaal vermalen. Böhler had RAF-terroristen verdedigd, heette het, en was nu toe aan haar volgende terrorist: Abdullah Öcalan. Weer klinkt haar lach: ,,Ten tijde van die processen was ik vijftien, zestien jaar!''

Haar gepensioneerde ouders, haar vader was ooit directeur van een fabriek, haar moeder werkte bij de gemeente, ergeren zich aan die kritiek. Ze lazen in de krant dat hun dochter Öcalan verdedigt. Vader Böhler: ,,Britta heeft van zichzelf gezegd dat haar hart links slaat. Nu, wij zijn een sociaal-democratische familie, maar ik versta onder een linkse afkomst toch iets anders. Ik vind het verkeerd dat men haar als radicaal of links probeert af te schilderen. Dat klopt helemaal niet.''

Moeder Böhler: ,,Onze dochter is helemaal niet radicaal. Ze heeft wel een sterk rechtvaardigheidsgevoel, maar dat is iets anders. Ze heeft als student nooit in enig groepje gezeten dat sympatiseerde met de RAF. En Britta heeft tot haar drieëntwintigste thuis gewoond, dan hadden wij toch iets moeten merken!''

De politieke bewustwording van Britta Böhler mocht dan vroeg zijn opgetreden, hij verliet haar ook weer. Op achttienjarige leeftijd keerde ze politiek de rug toe. Gedesillusioneerd. Geweld, daar was ze tegen, maar met geweldloosheid bereikte ze ook niets. ,,Laat maar, dachten mijn vrienden en ik. We worden toch niet ouder dan vijfentwintig jaar, een stupide Amerikaanse president drukt voor die tijd wel op de knop.'' En anders was er nog altijd de atoomcentrale in de buurt van Freiburg.

Weer trad het dubbele in Böhlers denken op. Haar vijfentwintigste levensjaar zou ze dan wel niet halen, toch begon ze te werken aan een bloeiende carrière als advocate, gespecialiseerd in ondernemingsrecht. Ze promoveerde, ging werken op het kantoor Peat Marwick GmbH in Frankfurt.

Lang bleef Britta niet bij het kantoor. Ze werd verliefd op een Nederlander en vertrok spoorslags naar Nederland, waar ze later zou trouwen met de Nederlandse jurist Victor Koppe, tegenwoordig ook kantoorgenoot. Ze ging aan het werk bij het prestigieuze kantoor Loeff Claeys Verbeke in Amsterdam. Böhler had er naar eigen zeggen een ,,fantastische tijd'' en ,,fijne collega's''. Enkele collega's daar herinneren zich haar als ,,een plezierige en pittige tante.'' Eén met haar op de tanden, dat wel.

De jaren tachtig - het decennium van het grote geld en de schone schijn - en de nasleep hiervan kregen ook Böhler in hun greep. ,,Ik werd een echte yuppie.'' En ze vond het leuk: de aandacht, de status en de bijbehorende auto. Heel soms waren er twijfels. 's Avonds bijvoorbeeld, zat ze ,,kapot moe'' op de bank. Dan belde ze wel eens haar ouders op. ,,Vertel me, verandert dat'', vroeg ze dan. En betekent dat visitekaartje van Loeff Claeys Verbeke ,,op mijn voorhoofd'' wel iets?

Haar reis naar Zuid-Afrika bracht antwoorden. In 1994 ging ze erheen, in de aanloop naar de eerste vrije verkiezingen daar en op uitnodiging van de anti-apartheidsbeweging en de Nederlandse politiebonden. ,,Hier gaat het ergens over, voelde ik. Hier gaat het om fundamentele rechten.''

De Amsterdamse advocaat W.C. van Manen, die in die tijd ook enkele keren Zuid-Afrika bezocht, bevestigt de omslag. ,,Ze was zeer onder de indruk van de situtatie.'' En Britta Böhler toonde zich, samen met haar vriendin Monica Bremer van Loeff Claeys Verbeke, zeer actief. ,,Ze was niet bang, ging met de leden van het ANC de townships in. Ze kon ook goed luisteren en wist heel goed met andere mensen om te gaan.'' Daarnaast heeft ze gevoel voor humor, zegt Van Manen, en kan ze over haar eigen streven grappen maken – vergelijkbaar met de anti-apartheidsactiviste Connie Braam, meent de Amsterdamse advocaat. En ondanks haar gedrevenheid ,,loopt ze niet de hele dag te prediken''.

Toch was zijn eerste indruk van Britta Böhler een hele andere. Wat dacht hij toen hij haar voor het eerst ontmoette? ,,Wat een mooie meid.'' Hij is de enige niet; de kwalificaties `knap', `mooi' en `leuk' vallen vaker.

Zuid-Afrika was een openbaring en Böhler overwoog even zich daar te vestigen. Ze deed het niet. ,,Ik mocht de ellende van deze mensen niet gebruiken om mijn eigen leven een andere invulling te geven. Ik moest terug naar mijn omgeving en dan een keuze maken.'' Ze koos voor het advocatenkantoor van Phon van den Biesen en Ties Prakke.

Van den Biesen en Prakke stonden bekend als linkse, activistische advocaten. Prakke bijvoorbeeld, verdedigde krakers, milieu-activisten en de gearresteerde demonstranten tijdens de Europese top in Amsterdam, in de zomer van 1997. De zestigjarige advocate was bovendien al jaren bij de Koerdische zaak betrokken. Haar advocatenkantoor kampte echter met een nadeel: de vaak armlastige klanten brachten te weinig geld binnen. En Van den Biesen en Prakke leken niet bij machte extra geld binnen te halen.

`Britta Böhler werd volgens mij bij dat kantoor gehaald om geld te verdienen. Er moet tenslotte ook brood op tafel komen'', zegt bestuursvoorzitter H. Post van de milieu-organisatie Greenpeace Nederland. Sinds 1994 zit BÖhler in het bestuur van deze stichting. Over de Koerdische strijd voor onafhankelijkheid spreekt ze tijdens deze bijeenkomsten nooit. Post was dan ook verbaasd toen hij hoorde van Böhlers verdediging van Öcalan. ,,Ze kan het wel, maar ik dacht dat Ties Prakke zo'n zaak op zich zou nemen.''

,,Ik houd de zaken opzettelijk gescheiden'', verklaart Böhler later in haar kleine kamer in Amsterdam. En ja, het advocatenkantoor had iemand nodig om geld te verdienen. En zij wilde aan de slag bij een geëngageerd kantoor. Was dat geen goede combinatie? Bij de verdediging van Öcalan - BÖhler coördineert een team van Nederlandse, Duitse en Italiaanse advocaten - kwam de management-ervaring uit haar vorige banen haar goed van pas.

Inmiddels werkt ze bijna dag en nacht aan de zaak-öcalan. Zit ze weer iedere avond doodmoe op de bank. Zijn al die inspannigen het waard? ,,Laatst belde een collega van Loeff mij op. `Kom terug Britta', zei hij, `hier is het rustiger.' Toch wil ik niet meer. Nu werk ik tenminste met een doel.''

Vorige maand nog trok ze bijna onmiddellijk na Öcalans gedwongen overtocht van de Griekse ambassade in Kenia naar Turkije naar de luchthaven van Istanbul om haar cliënt te kunnen bijstaan. Ze mocht het land niet in. Sinds die tijd heeft ze van de Turkse autoriteiten geen contact meer mogen hebben met Öcalan.

(Bijdrage: Michèle de Waard, Berlijn)