Frankrijk wil in Brussel méér, méér, méér

De Europese ministers van Landbouw hebben zich erbij neergelegd dat een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid niet duurder mag worden. Maar in Brussel proberen ze allemaal méér te krijgen. De komende week wordt vooral de positie van Frankrijk interessant.

De Britse Eurocommissaris Sir Leon Brittan voorspelde kort na de jaarwisseling dat de beraadslagingen over een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid wel een hele week konden gaan duren. Dat was achteraf nog erg optimistisch. De ministers van landbouw van de Europese Unie gaan morgen hun derde week in. En de kans dat ze het nu eens zullen worden is klein.

De raad van ministers kwam de laatste week van februari bijeen om het landbouwbeleid voor de eerste zes jaar van de volgende eeuw vorm te geven. Uitgangspunt was de landbouwparagraaf van Agenda 2000, het financiële plan van de EU voor de eerste jaren in de volgende eeuw. Van de begroting van de EU wordt ruim veertig procent bepaald door de landbouw. Niet verwonderlijk dus dat het moeilijkste deel van het debat zou gaan over de vernieuwingen op dit gebied.

Die vernieuwingen zijn om drie redenen onontkoombaar. In de eerste plaats zijn er de Oost- en Midden-Europese landen die graag zo snel mogelijk willen toetreden tot de Unie, maar die een totaal andere economische orde hebben. De landbouw neemt er een veel belangrijker positie in vergeleken bij westerse landen, maar is vooral ook veel ouderwetser georganiseerd. Zou de EU het huidige stelsel van subsidiëring toepassen bij die nieuwe toetreders, dan zou een bankroet snel volgen.

Daarnaast eist de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de Unie dat zij het huidige systeem van subsidiëring laat vallen, omdat het op de wereldmarkt zorgt voor concurrentievervalsing. Dat geldt voor de sectoren rundvlees, akkerbouw, zuivel en wijn. Problemen met de Verenigde Staten zijn er al genoeg, bijvoorbeeld over de bananen en het hormoonvlees.

Als de concurrentieverhoudingen tussen de twee wereldmachten niet verbeteren, dreigt er oorlog op het gebied van landbouwproducten. De VS hebben al een aantal schoten voor de boeg gegeven door hun eigen agrarische sector verscheidene vormen van subsidiëring in het vooruitzicht te stellen die de positie van Europese boeren nog veel moeilijker maakt.

Ten slotte is er in Europa steeds minder begrip voor de hoeveelheid geld die naar de boeren gaat. Consumenten dragen zonder dat ze het beseffen en zonder dat ze ervoor kunnen kiezen jaarlijks duizenden guldens bij aan hun melk en aardappels.

In de zomer van '97 presenteerde de Europese Commissie daarom Agenda 2000. Dat voorzag in vergaande veranderingen, vooral ook op het punt van de landbouw. De boer zou in de toekomst niet langer worden gesteund bij zijn productie, want dat leidt al snel tot overschotten. Hij zou worden gesteund bij het verwerven van inkomen.

De voorstellen van landbouwcommissaris Fischler voorzien in het verminderen van de gegarandeerde prijzen voor bijvoorbeeld melk, rundvlees, graan en wijn. Daar staan inkomenspremies tegenover. Maar die inkomenspremies compenseren niet volledig de prijsgaranties. Daarom gingen twee weken geleden 40.000 boeren uit heel Europa in Brussel de straat op. Het probleem van de ministers van landbouw zijn niet alleen die boeren - een belangrijk deel van hun electoraat - maar vooral hun collega's van Financiën, van wie een belangrijk deel in het najaar heeft gezegd dat de Unie niet meer mag kosten dan nu. Duitsland en Nederland bijvoorbeeld dragen al enkele jaren meer bij aan de Unie dan wat zij uit Brussel terugkrijgen. Dus wordt in Den Haag en Bonn zoveel mogelijk bezuinigd op de afdrachten. Voor een aantal landen dat niet zo uitgesproken `netto-betaler' is geldt intussen de begrotingsdiscipline van de euro. Daar redeneren de regeringsleiders dus in dezelfde richting.

In de eerste week van hun overleg tussen de ministers van landbouw ging het zienderogen mis. Iedereen probeerde uit de bijna lege trog nog te halen wat er te halen viel. Dat leverde, zo bleek vorige week, een steeds langere wordende verlanglijst op van ruim dertig miljard gulden (tot 2006). En dat terwijl de regeringsleiders er een week eerder in het Duitse Petersberg nog op hamerden dat er een landbouwhervorming moest komen die niet meer zou kosten dan in 1999, plus het jaarlijkse inflatiepercentage. De nu aangevochten voorstellen uit Agenda 2000 kosten overigens al beduidend meer dan die nulgroei plus inflatie.

Enigszins terug bij de dagelijkse realiteit gingen de ministers vorige week donderdag aan tafel om eerst overeenstemming te bereiken over de `financiële kaders'. Iedereen had zich neergelegd bij de nulgroei plus inflatie, al bleven enkele Zuid-Europese landen en Ierland proberen die landbouwbegroting flink op te rekken. Minister Apotheker van Landbouw op zijn beurt wil uitstel van een een aantal maatregelen voor twee jaar. De ruimte die de inflatie biedt, maakt de financiering daarvan haalbaar.

Maar komende week wordt met spanning uitgezien naar vooral de positie van Frankrijk, binnen de EU de landbouwnatie bij uitstek. Duitsland, netto-betaler en voor het ogenblik voorzitter van de raad, heeft vorige week twee forse concessies gedaan. Maar op enig enthousiasme kon de Franse minister van landbouw Clavany, netto-ontvanger, nog niet worden betrapt. Logisch, want president Chirac moest gisteren de gigantische Landbouwsalon in Parijs - vergelijkbaar met de Amsterdamse LandbouwRai, maar dan veel groter - toespreken en hij had geen zin in een salvo van rotte tomaten en paardenvijgen. Elke concessie kost de Franse landbouwsector geld.

Welke positie gaat Frankrijk deze week innemen. Dat wordt nu hoogst interessant. Van de eerder genoemde dertig miljard aan extra wensen zou volgens berekeningen van de Commissie zo'n 25 miljard naar Frankrijk gaan, waarvan een zeer substantieel deel naar de melkveehouders. De meesten van hen zijn ouder dan 65 jaar. Dat zou betekenen dat een belangrijk deel van de Franse AOW door Brussel wordt gefinancierd, op kosten van de EU. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de raad daarmee deze week akkoord gaat.

En zo lijkt de opvatting van Gerard Doornbos, voorzitter van LTO-Nederland (koepelorganisatie van boeren en tuinders) waarheid te gaan worden. Hij beweerde van meet af al aan dat minister Zalm van Financiën zijn bezuiniging op de EU-uitgaven moeiteloos binnen zou halen als zijn collega Apotheker in Brussel zou eisen dat inkomenssteun niet naar boeren mag gaan die de pensioengerechtigde leeftijd al hebben bereikt.